Met: Tina Brooks (tenor saxofoon), Johnny Coles (trompet), Kenny Drew (piano), Wilbur Ware (bas), Philly Joe Jones (drums)
Tina Brooks spant misschien wel de kroon in sneue verhalen, al is de concurrentie in de jazz moordend helaas. Een veelbelovend saxofonist die, surprise surprise ten onder ging aan heroïne. Maar waar dat bij Chet Baker 40 jaar kon duren, duurde het bij Brooks een jaar of 4 artistiek gezien. In 1961, 28 jaar oud stopte hij met muziek maken. Daarna heeft hij zich in 12 jaar letterlijk doodgespoten. Triest want zeker deze plaat laat een bijzondere potentie horen.
Met name deze plaat is ontzettend goed. Sterker nog: ik durf het bijna een Blue Note klassieker te noemen en twijfel nog tussen de 4 of 4,5 sterren. Mede door zijn korte actieve tijd, de weinige platen die hij opnam en het feit dat deze alleen werd heruitgebracht in de wat meer obscure Connoiseur Series, is deze zo onbekend gebleven denk ik.
Dit is Souljazz van bijzonder hoge kwaliteit. De Blue Note sound is direct aanwezig: het swingt, de stuk voor stuk uitstekende muzikanten, heerlijke solo’s het is er allemaal. Heerlijk om te draaien tijdens het lezen, studeren, autorijden maar ook open minded visite zal je een complimentje geven. Luister naar Dhyana of David The King en je begrijpt wat ik bedoel.
Maar er is vooral iets met Brooks dat de plaat net iets beter maakt. Hij is anders dan anders. Hij speelt met ideeen, is afwisselend, soms verrassend maar heel goed te volgen. Hij speelt zoals ik het voel. Het is net dat beetje meer dan die standaard bop saxofonist. Hij is eigenlijk gewoon beter dan Blue Note melkkoe en tevens veel populairdere Hank Mobley. En zijn geluid ook: bijzonder aangenaam. Niet zwoel per se, maar ook niet hard. Mag ik het ‘smooth’ noemen?
Hij speelt hier ook met een uitstekende band. Philly Joe krijgt de nodige ruimte. Ik hoef verder niet uit te leggen hoe hij dat invult. Maar het is tevens een muzikant die bij draagt aan de soul en swing op dit album. Johnny Coles is een prima trompettist, springt er niet uit maar speelt uitstekend.
Maar de grootste ode moet naar de pianist... Kenny Drew! Huh? Heb ik iets gemist? Heb ik al 12 jaar lang niet goed naar Blue Train geluisterd of was hij tijdens deze sessie gewoon extra in vorm? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat hij mijn nieuwsgierigheid heeft gewekt. Wat een briljante solo’s speelt de man op dit album. Hij springt er niet uit, is niet in your face zoals een Taylor of Tyner. Dat betekent dat hij niet opvalt als dit op de achtergrond draait. Maar luister je naar wat hij doet: dan hoor je een bijzonder originele en creatieve pianist. Drew maakt loopjes, runs die ik nooit eerder heb gehoord. Hij speelt met timing, blues en wisselt constant in ideeën. Een pianist die het eigenlijk verdient verder ontdekt te worden. Vooruit op de lijst er maar mee.
Een plaat en een saxofonist die onterecht zo onbekend zijn. En ik weet zeker dat de liefhebbers van zijn klassieker
True Blue (1960) ook deze zeer genietbaar zullen vinden. Die klassieke status komt vooral denk ik omdat die wel in de Van Gelder catalogus voorkomt. Wat me vooral bezighoudt: wat zou hij gedaan hebben, was hij gestopt met drugs? Volgens Michael Cuscuna, producer van Blue Note was het dan een hele grote meneer geworden. Mij had dat niet verbaasd. Lees ook de reviews op allmusic en het is duidelijk: een talent met veel potentie maar helaas...