MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Dixie Dregs - Industry Standard (1982)

mijn stem
3,38 (8)
8 stemmen

Verenigde Staten
Rock
Label: Arista

  1. Assembly Line (4:25)
  2. Crank It Up (3:35)
  3. Chips Ahoy (3:39)
  4. Bloodsucking Leeches (3:59)
  5. Up in the Air (2:27)
  6. Ridin' High (3:40)
  7. Where's Dixie? (3:57)
  8. Conversation Piece (6:12)
  9. Vitamin Q (5:35)
totale tijdsduur: 37:29
zoeken in:
avatar van B.Robertson
3,5
Dixie Dregs, hier omgedoopt tot The Dregs, is de instrumentale jazz/fusion prog(hard)rock-band van Deep Purple gitarist Steve Morse geweest en zonder dat gegeven zou ik het niet kennen. Industry Standard was tot dan toe het laatste album, waarna de groep opgeheven werd. Op twee nummers zijn dit keer vocalen toegevoegd en uit de Wikipedia valt op te maken dat dit was om, samen met de naamsverandering, de verkoopcijfers op te krikken. Mocht allemaal niet baten, eind jaren 80 kwam er een reünie en vandaag de dag is het een hobbyband naargelang de leden tijd hebben. De band lijkt wat beïnvloed door Kansas en meteen in het openingsnummer Assembly Line worden alle registers opengetrokken om massaal te excelleren in uiterst druk gespeelde prog. Een andere klassieker van hen is het iets meer gangbare Bloodsucking Leeches. Steve Howe is gastgitarist op Up in the Air, waarop hij een duet met Steve Morse speelt. Voor de rest een niet zo bijzonder Dregs album.

avatar van Rockfan
Die nummers met de vocalen wijken nogal af van de rest. Neigt meer naar Toto. Is niks mis mee maar het heeft niks met Dixie dregs te maken. Allen in Ridin' High komt een instrumentaal tussenstukje wat wel Dixie Dregs is. Ik vind het ook de zwakste nummers op dit album.

avatar van RonaldjK
3,0
Op de middelbare school in Augusta, Georgia, opgericht door bassist Andy West en gitarist Steve Morse als Dixie Grits, maakte het duo op de universiteit van Miami, Florida met nieuwe musici een doorstart als Dixie Dregs. De groep keert terug naar Augusta, waarna in 1977 bij het label Capricorn werd gedebuteerd met Free Fall.
Een steevast instrumentale ontmoeting tussen rock, jazz en country met ruimte voor vele solo's van hoog technisch niveau op gitaar, viool en toetsen, zonder het gevoel voor melodie te veronachtzamen. Vooral muziek voor fijnproevers, waarbij met name Morse opviel in de muziekbladen zijnde één der beste en veelzijdige gitaristen ter wereld.

In deze opzet werd - met soms een enkele bezettingswijziging - de overstap gemaakt naar het grotere label Arista, waarbij de groepsnaam werd ingekort tot The Dregs. Als in 1982 dit Industry Standard verschijnt, hun zesde album, zijn uit de tijd in Florida West, Morse en drummer Rod Morgenstein nog altijd aan boord. In 1980 werd T. Lavitz de nieuwe toetsenist en in 1982 blijkt violist Allan "Sloanov" Sloan voor een carrière als anesthesioloog te hebben gekozen; hij is vervangen door Mark O'Connor.

Op opener Assembly Line klinkt het vertrouwde fusionrecept met solo's voor Morse, O'Connor en Lavitz, waarbij Morgenstein zijn begeleiding meer dan vernuftig invult.
Op Crank It Up dient zich een verrassing aan: gastvocalist Alexander Ligertwood, geleend van Santana. Hij heeft een aangenaam rauw randje, vooruitwijzingen naar Morses latere werk bij Kansas en Deep Purple. Het dameskoortje maakt het nog beter.
Instrumentaal werk volgt. Chips Ahoy (de groep heeft iets met woordgrapjes) bevat midtempo progrock in 6/8 maat, maar Bloodsucking Leeches is minder spannend, drijvend op een robuuste rockriff met uiteraard weer de nodige solo's voor de melodie-instrumenten. Op het akoestische Up in the Air horen we Morse met Steve Howe van Yes. Een meer dan fraai kleinood.

Kant 2 opent met Ridin' High, met de volgende gastzanger: Patrick Simmons van The Doobie Brothers. Een nummer in jazzrockstijl dat me niet pakt.
De rest van het album is weer instrumentaal. Meer humor in de titel van Where's Dixie? waar uptempo countryrock ruimte biedt voor solo's op viool, gitaar en piano. Liever hoor ik het enigszins plechtige Conversation Piece omdat de melodieën sterk zijn, waarna met de lome shuffle van Vitamin Q in progrocksfeer wordt geëindigd.
Enerzijds een sterk album op hoog speltechnisch niveau, anderzijds wordt duidelijk dat het recept ten opzichte van de vijf voorgangers verrassingen ontbeerde, ondanks de twee vocale nummers.

Nog in datzelfde 1982 stoppen de Dregs. West vertrekt naar Californië om in de opkomende ICT-sector te gaan werken; Lavitz brengt vanaf 1984 solowerk uit, te beginnen met jazzalbum Extended Play. O'Connor vervolgt zijn carrière in country als zowel sessie- als soloartiest, zoals album False Dawn (1983).
Steve Morse begint zijn eigen Band en neemt Morgenstein mee. In 1984 verschijnt van hen The Introduction en dat is waar mijn odyssee door het werk van Steve Morse vervolgt.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 00:00 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 00:00 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.