Er bestaan solo's binnen het jazzgenre die ik meer dan spreekwoordelijk zou willen inlijsten en in mijn woonkamer uithangen omdat ze dusdanig de verbeelding tarten. Het begint een beetje voor de vierde minuut van het titelnummer: Joe McPhee komt vlotjes op gang en speelt tussendoor zelfs nog het basisthema van het nummer, rond die zesde minuut ontspoort het volledig doordat de structuur die werd verzorgd door de ritmesectie achterwege wordt gelaten (eufemisme van de avond), nog een paar keer lekker dat aanstekelijk thema dat intussen nog mooier is beginnen klinken, terug naar het meer gestructureerde gekrijs dat nu volledig tot zijn recht komt (die prachtige brok levensenergie) - maar dan komt het van het (!!!): als intermezzo een paar horten en stoten, het lijkt allemaal te gaan sputteren en stil te gaan vallen maar dat is het gouden moment 10:36 buiten beschouwing gelaten: zo'n stuk waar de enige aanvaardbare stand voor de volumeknop maximaal is wat mij betreft;
play air saxophone like nobody is watching want wat gooit McPhee het hele nummer op godsgruwelijke wijze over een andere fantastische boeg. Waar komt
die heerlijke melodie vandaan gevolgd door dat zwoele saxofoonspel - is dit dezelfde man? Jawel en hoe! Het gaat natuurlijk om meer dan enkel de solo; de hele chemie is op en top, maar wat McPhee hier laat horen kan ik enkel de hoogste hemel inprijzen - wat een prestatie...
'Shakey Jake' werd hierboven reeds meerdere malen terecht geloofd: met die heerlijke vibe had niemand geklaagd als dat nummer ruim dubbel zo lang had geduurd. Met 'Scorpio's Dance' krijgen we een excentrieker en duisterder nummer voorgeschoteld dat meer naar het spirituele neigt waardoor die prachtige intensiteit een compleet andere invulling krijgt.
Ik zei voorheen "wat een prestatie" maar dat geldt natuurlijk voor dit volledige album, al kon ik het niet laten om een van mijn favoriete saxofoonsolo's eventjes in de verf te zetten. Absolute klassebakken deze heren!
