De derde Shearwater en de tweede als kwartet opgenomen:
"Jonathan Meiburg, Will Sheff, Kim Burke, Thor Harris - vocals, electric and acoustic guitars, vibraphone, upright bass, drums and percussion, banjo, piano, Hammond organ, pump organ, sampler, Wurlitzer", plus vier gastmusici op viool, lap steel en drum programming.
De laatste laat zien dat de groep een ontwikkeling doormaakte naar wat ik gemakshalve onder indiepop schaar. Minder lofi-folk dan voorheen, gebleven zijn de sferische melodieën. Het verschil zit 'm erin dat een hard-zacht-dynamiek meer wordt ingezet.
Op de hoes zien we een meeuw (?) onderwater (??); Meiburg heeft iets met vogels, wat bovendien uit albumtitel
Winged Life blijkt. Die "blauwe hoes" is overigens de Amerikaanse, in Europa kregen we in augustus 2004
deze hoes voorgeschoteld, opnieuw met vogels maar nu op het land. In tegenstelling tot de twee vorige albums verscheen
Winged Life wél op vinyl, dit in 2012.
Zowel
A Hush als (vooral)
My Good Deed beginnen introvert om bijna geniepig luider te worden; voor het eerst in Shearwaters historie hoor ik prominent een elektrische piano. De banjo van
Whipping Boy zet daarentegen meteen een uitgelatener sfeer neer, Meiburg zet er opnieuw zijn fraaie kopstem in.
De korte ballade
The Kind is minder spannend maar nog altijd okay met lap steel;
A Makeover leunt in het eerste deel op drumcomputer, wordt daarna een "gewoon" bandliedje met drums en elektrische gitaren. Met z'n vijf minuten een aardig poplied, zeker in het laatste deel als een orgelsolo de ruimte krijgt. Aardig is eveneens
St. Mary's Walk, kalm met elektrische gitaar en elektrisch orgel.
Een lange titel voor het ruim zes minuten durende
Wedding Bells Are Breaking Up That Old Gang of Mine, dat echter niet wil beklijven. Prominente elektrische piano opent
(I've Got a) Right to Cry en dankzij de melodie overtuigt dit liedje wél. Dat geldt al helemaal voor het door elektrische piano gedragen
The World in 1984; dit dankzij de prachtige melodie.
Een vierkant drumpatroon en uitgelatener sfeer in
The Convert,
Sealed is kalmer en groeit na enkele draaibeurten met opnieuw Meiburgs kopstem; het heeft op 2/3 een uitgelaten deel met scheurende viool. Slotlied
The Set Table overtuigt niet.
Samenvattend: pareltjes afgewisseld met liedjes die minder doen, maar nog altijd voldoende zijn. Van
Winged Life zette ik op mijn afspeellijst
A Hush,
My Good Deed,
Whipping Boy,
(I've Got a) Right to Cry en
The World in 1984. Twee jaar later verscheen
Palo Santo.