Gisteren kwam de reissue uit op LP bij Flying Nun. Ik las dat de band in 1987 in Dunedin begon en bekend stond als de Sonic Youth van het Zuidelijk Halfrond en de luidstspelende band daarboven op. Wammo is de plaat waarin "de" samenstelling zijn hoogtepunt beleefde. In 1995. Ik moest meteen denken aan de heruitgave van 'Benjamin B' in november 2020. Allebei platen die ik toen niet kende en nu wel. 'Benjamin B' wint glansrijk wat mij betreft, maar dat maakt Wammo niet een minder interessante plaat.
De vergelijkingen die toen gemaakt werden, Sonic Youth, Pixies, heb ik niets aan, want ik luisterde daar toen niet naar en heb het nooit ingehaald. Met de oren die ik nu heb, luister ik Wammo naar en hoor een paar andere dingen.
De eerste wat mij opvalt, is de energie en melodieën van Oasis' hardste rocksongs. Zodra Bailter Space de noise een beetje weglaat, komt het vroege Oasis van songs als 'Rock And Roll Star' tevoorschijn. Een paar songs hebben deze alternatieve (Brit)pop feel en dan heeft Bailter Space mij wel te pakken. Zodra de noise er vet overheen gaat, haak ik half af.
In die noise zit overigens nooit een totale overgave aan het gevoel is mijn indruk. Er blijft altijd controle over de song, die live misschien wel werd los gelaten. Het verstand wint op Wammo.
Eigenlijk onvermijdelijk komt tegen het einde The Velvet Underground voorbij. 'D-Thing' is 100% Lou Reed c.s.. Het ritme is zo stevig gemept, dat Mo Tucker daar niet mee kan concurreren, maar dit is gewoon classic. Ook de kinderen (en kleinkinderen inmiddels) van die paar mensen die The Velvet Underground ooit hebben zien spelen, zijn bands begonnen op basis van de verhalen en legenden.
Deze plaat is niet helemaal voor mij, maar zeker interessant om te hebben leren kennen en vaker te spelen in de toekomst.
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op
WoNoBloG.