Een lekker warm, organisch en ongekunsteld-modern klinkend bluesalbum, een hele opluchting na de afschuwelijke pogingen van drie jaar eerder op King of the blues : 1989 om B.B. Kings emotionele directheid te kleden in een modieus elektronisch jasje dat nu hopeloos gedateerd en vooral bijzonder lelijk aandoet. Zes van de negen nummers hier komen uit de ambachtelijke koker van Crusaders-pianist Joe Sample en songschrijver Will Jennings, en in combinatie met de smaakvolle arrangementen van de doorgewinterde muzikanten (waaronder Sample zelf) en een gelukkig zeer beperkt en oordeelkundig gebruikt dameskoortje vormt dat materiaal een warm bed waarin Kings gloedvolle stem en precieze "dunne" gitaarsolo's prima gedijen, met een mooie mix van up-tempo en ballades. Het voornaamste bezwaar dat ik zou kunnen inbrengen is dat er wat erg veel nummers opstaan met refreinen die lang in dezelfde akkoordensoort doorgaan, zodat je wel eens verlangt naar de afwisseling van een (wat vroeger geplaatst) "oplossend" akkoord, maar de sterke melodieën vangen dat bezwaar gelukkig grotendeels op.
Er staan verder sowieso ook geen echt slechte nummers op, ook niet bij de twee nummers die gitarist Arthur Adams inbracht, maar de meeste aandacht zal toch uitgaan naar het titelnummer met lyrics van de beroemde Doc Pomus (1925-1991), tekstschrijver van onder andere Save the last dance for me, A teenager in love, Sweets for my sweet, Viva Las Vegas, Can't get used to losing you en Lonely Avenue, enorme hits die hij vaak in samenwerking met Mort Shuman of Mac Rebennack (aka Dr John the Nighttripper) schreef. There is always one more time (dat Pomus samen met Ken Hirsch schreef) was al in 1985 door Joe Cocker opgenomen als One more time, de B-kant van zijn single Shelter me ; toen King zijn eigen versie op de band had gezet liet producer Stewart Levine het horen aan Pomus, die op dat moment in een Newyorks ziekenhuis aan longkanker lag te sterven, en volgens David McGee's biografie van B.B. King (die zijn titel aan dit nummer ontleent) was dit het laatste nummer dat Pomus hoorde voordat hij 14 maart 1991 overleed. (De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ikzelf het nummer nergens zo indrukwekkend vind als de bedoeling is, mede omdat Kings intieme gitaarspel –waar ik een groot liefhebber van ben– niet extatisch genoeg is om de slotsolo van drie-en-een-halve minuut echt meeslepend te maken.)
Goed, niet alles is even hoogstaand : Jim Keltner heeft wel eens subtieler gedrumd dan op Fool me once, en bij een titel als Roll, roll, roll stel ik mijn verwachtingen onmiddellijk naar beneden af (hoewel het dan wel weer leuk is om B.B. tijdens de pianosolo van dat nummer op de achtergrond te horen meebrullen), maar een nummer als Back in L.A. (over een ex-gevangene die bij zijn terugkeer in de stad uit de titel voelt hoe hij zijn schreden onwillekeurig weer naar het verkeerde pad richt) maakt heel veel goed. Een eenvoudige, degelijke, fijn klinkende en warme plaat met alle ruimte voor Kings belangrijkste troeven, zijn gitaar en zijn stem, en als zodanig een prima aanvulling op Kings discografie. Producer Stewart Levine zei dat hij "wanted to make just a pretty comfortable record", en daar is hij uitstekend in geslaagd.