Het is me toch wat om dit te nemen als ´album van de week´, omdat het zich immers niet echt tot een oordeel laat beluisteren in een week. Wel: ik heb er de tijd voor genomen die ik nodig had en ben er nu met 3 weken wel doorheen.
Mijn eindoordeel komt toch niet veel verder dan ´interessant, en hier en daar sterk´. Maar een topfavoriet zal het nooit van me worden. Sterke kanten zijn de tijd die wordt genomen voor opbouw - daar gaat zeker een werking van uit - en artistiek gebruik van tempo-wisselingen en ritme´s in zijn algemeenheid. De drummer vind ik dan ook de belangrijkste van het stel, al bast de naamgevende artiest natuurlijk ook vaak het ritme (en helaas wat minder melodie).
Bij het openingsnummer is de bas eigenlijk nog het meeste zoals ik het het liefst hoor; in het begin meteen de toon aangevend, en verderop een lekkere solo. Maar dan is het beste voor de bas wel geweest. Hij zingt of swingt daarna niet veel meer.
Moholo is dan een nummer waar het slagwerk de boventoon heeft en vind ik een van de beste stukken. Three Clay Pots vind ik ook mooi afwisselend. The Peach Orchard en Posium Pendasem vind ik minder goed. Hoewel het titelnummer wel spannend blijft door verrassingen in de ontwikkeling, vind ik dat er grote stukken zijn waar te veel op de dissonant wordt gespeeld: net iets teveel herriemakerij door sax en piano. De bas lijkt daarentegen weer nauwelijks in beweging te willen komen.
Alles valt dan weer op zijn plaats bij Leaf Dance, dat ik het beste nummer vind. De piano, ook hier weer wild uitslaand, staat meer in dienst van het nummer en is heerlijk vluchtig, en eigenlijk geldt dat voor alle instrumenten. Toen ik het voor het eerst hoorde moest ik denken aan branding of wind, of iets anders natuurlijks. Dat komt door het ritmisch spel, waarbij er enerzijds wel wat structuur lijkt te zijn, maar op een losse mannier en die meteen verdwijnt als je het gevonden denkt te hebben. Toen ik zag dat het Leaf Dance heette, trof mij dat bijzonder, alsof ze de titel voor mij hadden bedacht. Mooie titel voor een bijzonder stuk.
Als ik dit schrijf ben ik de laatste twee stukken al weer wat vergeten, maar ik weet nog dat ik ze beide wel aardig vond, met het slotnumer als beste van de twee.
Al met al dus een ritmisch spannende, knappe en artistieke plaat, die mij evenwel niet in het hart raakt. Daarvoor is het me toch wat te kil, en - inderdaad te weinig melodieus. Ik vind het album leuk op een analytische wijze, niet zo zeer om er helemaal in op te gaan zoals dat voor mij met de beste muziek hoort te zijn.
Leuk om je kennissen eens te verrassen met het titelnummer, die ongetwijfeld met respect en/of verbazing zullen opkijken waar je dit nu weer vandaan hebt, maar ik denk dat ik voor mezelf de meeste draaibeurten van deze plaat (ik ben alle nummers wel 4, 5 keer langsgeweest) wel achter mij heb.