Nou Ozric, je hebt geen woord te veel gezegd, een heerlijke plaat waarop het verleden op sprankelende wijze wordt overgedaan èn rechtgedaan.
Er zitten een paar kleine minpuntjes aan. Zo is de stem van Andy Powell inmiddels niet meer de meest expressieve, en de hoge noten laat ie soms ook maar voor wat ze zijn, maar ja, 36 jaar na dato is dat niet meer dan begrijpelijk, en echt storen doet het voor mij nergens. Wat de muzikanten betreft is de drummer af en toe een beetje een houthakker (in Mountainside, Time was en het lange slotnummer had hij bijvoorbeeld best wat meer mogen doen dan alleen maar de maat houden), maar ook dat hindert niet echt. Waar het uiteindelijk natuurlijk toch om draait zijn de gitaarpartijen, en die zijn dik in orde, mooi vol en vrijuit gespeeld en qua geluid in een heerlijke "ruimtelijkheid" opgenomen, zodat de nummers (zowel de nieuwe als de oude) volledig tot hun recht komen. Prachtige plaat.
Overigens vormt dit album ook een mooie illustratie van één van de dingen die –en misschien wel het belangrijkste dat– ik zo leuk vind aan deze band (voor zover ik hun platen ken dan). Het gitaargeluid is namelijk zó helder en "scherp" dat je, hoe stevig en hoe flitsend de solo's ook zijn, altijd precies kunt horen wat er gebeurt: de noten zijn als het ware altijd perfect van elkaar te onderscheiden. Ik kan me voorstellen dat, als iemand zich ten doel zou hebben gesteld om hun gitaarpartijen noot voor noot uit te schrijven, en als zo iemand maar snel genoeg zou kunnen schrijven, dat hij dan al die noten in één keer achter elkaar uit kan schrijven, en dat hij nooit de band terug hoeft te spoelen om opnieuw te beluisteren wat er gebeurt omdat de noten in sommige passages als in een fuzzbrei aan elkaar zouden zijn gaan klitten. En die helderheid gaat absoluut niet ten koste van de passie of de emotionaliteit, je kunt niet zeggen "nou, die jongens gaan ook nergens uit hun dak, want als ze echt geïnspireerd zouden zijn zou het allemaal wel ongepolijster klinken", het is integendeel juist meeslepend zonder ooit ongecontroleerd te zijn. Hetgeen niet betekent dat ik ongecontroleerde (wilde, scheurende, vervormde enz.) gitaarpartijen en -solo's niet waardeer, maar in déze muziek spreekt déze combinatie van helder en toch meeslepend mij persoonlijk zeer sterk aan. Een subliem gitaargeluid, zoals je schrijft.
Er is één andere band die mij een vergelijkbaar gevoel van plezier bezorgt bij het beluisteren van hun kraakheldere gitaarpartijen, in een overigens totaal ander genre, en met geen twee maar soms zelfs drie gitaren, dus het is eigenlijk op geen enkel gebied te vergelijken, maar ik moet zelf vaak denken aan de Outlaws. Maar dat is een band waar ik jou niets over hoef te vertellen…
(O, en er is natuurlijk nog een derde twin lead guitar attack-band waar ik nota bene al 36 jaar mee leef, maar de sfeer en de opzet van Television is zó totaal anders dat ik die groep eigenlijk nooit met Wishbone Ash en/of de Outlaws in verband heb gebracht.)
Grappig dat je schrijft dat Warrior en Throw down the sword zo mooi aan elkaar verwoven zijn. Ik leerde de oorspronkelijke Argus kennen via de 1991-CD-versie, maar pas bij de Martin Turner-remaster uit 2002 hoorde ik dat die twee slotnummers heel zachtjes in elkaar overliepen. Misschien had ik die 1991-versie nog nooit met de koptelefoon beluisterd, of misschien was de geluidskwaliteit of het volume ervan gewoon te matig, maar hoe dan ook viel het me pas bij de geremasterde versie op.
Nou, ik was eigenlijk al langere tijd ontevreden met mijn top-10, die weerspiegelde eigenlijk teveel mijn vroegere liefdes en te weinig de platen die ik de afgelopen jaren het meeste draai, dus was dit een goede aanleiding om die top-10 eens te herzien, met maar liefst vijf nieuwe platen erin, waaronder, uiteraard, Argus.