Eigenlijk vind ik Funny Funky Rib Crib (wat een rare titel trouwens, hè?) alles behalve toegankelijk. Het doel dat Lancaster voor ogen had met dit materiaal ontgaat me dan ook - volledig. Het lijkt me sterk dat dit werk eventueel 'n groot publiek aanspreekt. Oké dan, uitzonderingen daargelaten. Dat Principal2000 eerder schreef dat het album een wat improviserend karakter heeft, of beter gezegd: dat Lancaster zou improviseren, is niet zo vreemd. Volgens het boekje is dit namelijk een free-jazz album, maar voor een album in die stijl vind ik dat Lancaster zijn trucje(s) te vaak herhaald (neem alleen al eens beide delen van Rib Crib bijvoorbeeld). Het resultaat is nu dat het lijkt alsof je veertig minuten luistert naar hetzelfde terwijl in werkelijkheid ieder nummer juist anders is, waardoor het niet vreemd is als die climax(en) je zouden ontgaan. Uiteindelijk is er slechts één beklijvend moment gedurende heel het album te horen: Work and Pray. Het zal vast de mysterie zijn die het nummer uitademt, wel dankzij Lancaster’s vocalen, waardoor hij zo goed en mooi opvalt in vergelijking met de rest. Het overige werk mist naar m'n mening (en persoonlijke smaak) charme. De charme die nodig is om de luisteraar mee te krijgen met je werk.