Net als de band zelf, liep psychedelica in 1971 eigenlijk al op z’n laatste benen. Hey, Love, de zwanenzang van Rotary Connection, bevat dan ook eerder subtiele invloeden van dit kleurrijke subgenre dan dat het, zoals hun beginplaten, vol maffe nummers staat voorzien van de meest geschifte wendingen en instrumenten. Het geluid klinkt nog steeds vol en gewaagd, maar zit het harmonieuzer in elkaar. Naar goede gewoonte neemt Charles Stepney de taak van producer voor zijn rekening. Voor de arrangementen op dit album heeft hij zich duidelijk laten inspireren door enkele van zijn zijprojecten, zoals het eerste soloalbum Come to My Garden van Minnie Riperton een jaar eerder en The Spice of Life van Marlena Shaw rond dezelfde periode. Strijkers krijgen een gelijkaardige, prominente rol in de nummers en zorgen voor het verheven karakter. Het rockgehalte is evenees een pak teruggeschroefd in navolging van de genoemde platen. De belangrijkste reden om zich op de hoes The New Rotary Connection te noemen is dat van de oorspronkelijke line-up, naast Stepney zelf, enkel de soprano van Minnie Riperton overbleef. Zij heeft zich over de Rotary-albums heen weten op te werken van achtergondzangeres (en daarvoor nog receptioniste zelfs) tot een sleutelfiguur binnen de band. Dat haar toekomstige man Richard Rudolph, net als op Come to My Garden, zowat al het materiaal (mee)schreef zal ook wel een belangrijke reden zijn waarom vele nummers op haar lijf geschreven zijn. Een van de meest herkenbare kernpunten van Rotary Connection, de meervoudige zang, werd wel behouden en daarvoor werden nieuwe stemmen gerecruteerd. Vooral de warme diepe tenor van Dave Scott steekt wondermooi af tegen de engelachtige vocalen van Riperton. Kitty Haywood en Shirley Wahls vervolledigen het vocale podium en met z’n vieren strijden ze tegen de strijkers voor het eerste plaatsje aan de poort van de hemel. De smerige toetsen die de muziek van Rotary Connection zijn unieke karakter geven komen vooral van de gitaren en drumwerk. Hun strakke aard werkt vaak tegendraads tegen de zweverige tonen van de dromerige composities. Uit de grote aanwezigheid van de piano, door Charles Stepney zelf bespeeld, merk je dat zijn nummers vaak op dit instrument begonnen zijn. Het is bijzonder indrukwekkend hoe dat weet uit te groeien tot deze verpletterende composities. Vooral met I Am the Blackgold of the Sun resulteert dat in een van de mooiste en meest vooruitstrevende soulnummers uit deze periode! Zowel de Spaanse gitaar in de “pre-intro” als de eigenlijke intro met piano en onderhuids schroeiende gitaar verraden gelijk een apart meesterwerk. De samenzang zoekt weer ongekende hoogten op en vervaagd met momenten heerlijk tussen de gitaren en conga’s. Alles wordt groots aangezet maar blijft door de broeierige ritmes ingetogen bubbelen, wat een bijzondere chemie oplevert. Het daaropvolgende nummer Hanging Round the Bee Tree is dan weer van heel andere aard. De solo van tenor Dave Scott is vrij van elke vorm van percussie en zweeft heerlijk over een subtiele, dan weer minder subtiele mix van strijkers, piano en dwarsfluit. Love Has Fallen on Me kent op zijn beurt zoveel leuke verschillende melodieën dat je er gemakkelijk vier sterke songs uit zou kunnen halen. Dat ze hier in één nummer zitten kenmerkt de groep en doet weer denken aan de tempowissels van eerder werk. Het vergt veel inspanning van de zangers, die ingetogen dan weer uit volle borst, hoog dan weer heel diep moet gaan om de melodie te volgen. Ze komen er alleszins zeer goed mee weg! Het enige nummer dat niet door Stepney/Rudolph werd geschreven is Song for Everyman. Die komt van de hand van Terry Callier, een minder vreemde naam om hier tegen te komen dan je initieel zou denken. Hij zou namelijk niet veel later zijn vaak bejubelde Cadet-reeks beginnen, met uitmuntende albums als What Color Is Love en Occasional Rain. De volle producties met een rijk gevulde begeleiding van die albums ligt ook niet zo ver af van de muzikale invulling op Hey, Love. Leadzangeres Shirley Wahls heeft zelfs wat van de warmte van Calliers stem in zich. Zijn muziek is uiteraard eerder gebaseerd op zijn folkachtergrond, dan de eigenaardige rocksoulsound van deze band. Met Hey, Love doet de groep zijn visie wel het duidelijkst uit de verf te komen. Je hebt niet de indruk dat de speelse invulling voortkomt van stimulerende middelen, maar wel van diep doordachte ideeën. Psychedelic Soul is hier geen geestestoestand, maar een vatbare muziekstijl. Dat het als benaming begin jaren ’70 haast tegelijkertijd verdween met Rotary Connection zelf maakt Hey, Love tot de ideale zwanenzang, met I Am the Blackgold of the Sun nog even als waar magnum opus van dit uitstervende genre!