Boss of all Bosses is typisch zo’n album dat je niet in huis haalt om verrast te worden, maar juist om níet verrast te worden. Op debuutalbum Already Platinum deed Slim Thug al ruim een uur lang precies hetzelfde, en op deze opvolger is dat geen seconde anders. Over opgepompte gangsterbeats presenteert de man uit Houston zich dertien tracks langs als een opperbaas pur sang, wiens voornaamste levensdoel het maken van zoveel mogelijk geld is.
Bij veel rappers zou deze introducerende alinea genoeg reden bieden hun muziek met een gerust hart te negeren. Bij Slim Thug echter niet. Waar veel huidige MC’s krampachtig zoeken naar iets van originaliteit in hun muziek, lijkt Slim Thug niet eens de moeite doen zijn uitgekauwde thematiek nieuw leven in te blazen. Hij roept niet dat hij de grootste is, hij mompelt het. Thugga klinkt bij vlagen zelfs lichtelijk vermoeid en herhaalt geregeld dezelfde rijmwoorden in verschillende nummers. Maar toch is zijn muziek veelal de moeite waard, want de goede man heeft stijl, ongelofelijk veel stijl. Ondanks het lome houdt hij je wakker, en daarbovenop klinkt hij geloofwaardig: door niet te opdringerig geworden krijg je op sommige momenten het gevoel dat hij de waarheid spreekt – als dat niet het geval was, zou hij het immers toch wel wat meer opdringen?
Samengevat, verwacht dus geen verheffende boodschap, vooruitstrevende beats of unieke rijmschema’s op Boss of all Bosses. De grote kunst van Slim Thug is dat hij met uitgekauwde recepten toch een bevredigend eindproduct weet te maken. Nummers als de titeltrack (een herintroductie van Slim Thugs status als baas) en I Run (hoofdonderwerp: het runnen van de straten) vormen perfecte bangers, waar de beats de speakers uitknallen en Slim Thug alles doet om zijn stoere imago op peil te houden. “They don’t make too many niggers like me//Bonafide hustlers, certified g’s” – op papier klinkt een dergelijk citaat weinig sprankelend, maar met een dikke baslaag erachter en een heerlijke, tergend verveelde Thug die ze uitspreekt, komt het wel degelijk tot leven.
Het hoogtepunt komt in de vorm van Thug, waar Michelle’s intro van Eazy-E’s track Eazy-Duz-It wordt omgebouwd tot een refrein waarbij een liefelijke vrouwenstem blijft verkondigen dat Slim Thug een gigantische thug is. Met een wat fletse drum en snoeiharde baslijn vermaakt Slim Thug de luisteraar al dan niet bedoeld met zijn teksten (“you say your man ain’t fuckin’ u right//You lonely and depressed and need a thug in yo’ life”). Ook de samenwerking met Devin the Dude getiteld I’m Back voldoet aan deze eisen, al was de meer ontspannen versie geproduceerd door Dr. Dre aanzienlijk beter. Deze is echter op het laatst toch vervangen voor een meer opgepompte beat (afkomstig van Mr. Lee), die weliswaar meer op het geluid van het album past, maar daarmee niets toevoegt.
Dit is het grootste euvel aan het album. De beats zijn vrijwel allemaal hetzelfde type – een dikke baspartij, wat voorspelbare drums en nog wat extra synthesizers – en missen raffinement en variatie. Logisch, als je nagaat dat Slim Thug het grote Geffen heeft verlaten en zijn jeugdmakker Mr. Lee bij vrijwel alle nummers achter de knoppen zit. Geen Jazze Pha, Dr. Dre of de Neptunes meer – laatstgenoemde produceerden vrijwel alles op Already Platinum – en dat gebrek aan grote namen wreekt zich op den duur productioneel gezien.
Dat Slim Thug rappend en inhoudelijk geen seconde afwisselt, dat is haast een gegeven: het grootste gedeelte van zijn imago als artiest is opgebouwd rondom de eindeloze herhalingsoefening die brag 'n boast soms kan zijn. Daarom zou op instrumentaal gebied enige variatie een uitkomst bieden en Boss of all Bosses als album veel sterker maken. Nu is het een verzameling losse bangers, die weliswaar krachtig begint, maar daarna al snel te repetitief wordt. Gelukkig is er op het laatst nog een legendarische, nietszeggende possecut met maar liefst dertien gastrappers uit Houston (waaronder Mike Jones, Paul Wall, Bun B, Pimp C en Chamillionare), die de luisteraar toch nog met een glimlach op zijn gezicht achterlaat.
Hiphopleeft