In het boekje van Kopstoot staan Kop en Ernst allebei twee ouderwetse bakken vinyl door te spitten. En dat is niet zonder reden, de afbeelding geeft in een notendop weer welk gevoel het duo wil vangen in haar muziek: geen al te vooruitstrevende of grensverleggende beats, maar juist oldschoolhiphop die flink leunt op stoffige samples.
Dat is in een tijd waarin de Nederlandse hiphop zich blijft ontwikkelen een goede keuze. Met acts als Dio en met name De Jeugd van Tegenwoordig is het dansbare territorium al goed bezet, Kubus heeft langzamerhand een patent op techno-achtige beukbeats, en dan zijn er natuurlijk ook nog tig producers die iets anders nieuws proberen neer te zetten, meestal tevergeefs. Maar ouderwetse jazzy hiphop wordt zelden geleverd. Catharsis van M.O. & Brakko, dat vorig jaar verscheen, doet productioneel denken aan Pete Rock in zijn hoogtijdagen, maar echt verwend zijn we in dat opzicht niet. Op Kopstoot worden we dat wel.
Verwacht nu geen klassieker, want dat is het niet geworden, maar een boeiend album is het wel. Dat schuilt 'm vooral in het instrumentale gedeelte, want Ernst laat zien een vakman te zijn. Op een prachtige manier verweeft hij jazzy samples met keiharde drums, wat resulteert in een zowel krachtige als originele oldschoolsound. De scheurende saxofoon op hoogtepunt Onze Manier bijvoorbeeld, samen met een overtuigende drumpartij, is er een om je vingers bij af te likken. Maar eigenlijk moeten alle tracks genoemd worden, omdat ze allemaal op zichzelf staan en amper iets voor elkaar onderdoen: er gaat telkens een onmisbare kracht vanuit, die vooral wordt veroorzaakt door de drums, terwijl de jazzy elementen een origineel en fijn geluid opleveren - zonder dat het ook maar een seconde overgeproduceerd aanvoelt (check single Oprecht voor een indicatie).
Rapper Kop is niet slecht, maar voelt na een tijdje toch wat te bleu aan voor de hoogstaande producties. Hoewel zijn rauwe stem lekker aansluit bij de harde sound, is de wisselwerking tussen de twee niet ideaal: Kop weet namelijk niet de hele cd lang te boeien; op den duur vertolkt hij een haast ondergeschikte rol ten opzichte van de beats. Hem gezichtsloos noemen gaat wat ver, daarvoor doet hij teveel zijn best en zit er teveel rauwheid in zijn stem, maar om de beats van zijn wederhelft de verdiende glans te geven zal hij toch met meer moeten komen. Allicht is het een idee om iets meer (en ook betere) gastartiesten te vragen voor het volgende project, om de producties volledig tot wasdom te laten komen. Inhoudelijk is het overigens allemaal niet zo onaardig op Kopstoot - al zijn de punchlines en verhalen over onder meer volwassen worden en de thuishaven Amersfoort niet heel onderscheidend - maar valt het te weinig op, simpelweg omdat het je allemaal als luisteraar snel ontgaat door de niet altijd even opvallende raps.
Kop en Ernst moeten als duo vooral blijven samenwerken, voor het volgende project een paar gastartiesten van hoog niveau inhuren om de luisteraar bij de les te houden, en zorgen dat het album niet te lang wordt, en wie weet krijgen we dan wel met een kleine klassieker te maken. Dat is nu nog niet het geval, maar een jaar na de gratis EP IKHEBEENPLAATVOORJEKOP heeft het duo een indrukwekkende volgende stap gezet. Nu nog een extra stapje, of twee misschien, en dan gaan de mannen een fijne toekomst tegemoet.
Bron:
HHL