De carrière van Gary Moore was grillig om te volgen voor deze scholier. Volgens Discogs verscheen
G-Force in 1980 slechts in een Britse persing, pas in 1987 volgden een Italiaanse en Spaanse persing.
Er was ook weinig publiciteit.
White Knuckles / Rockin’ and Rollin’ kende ik van zijn concerten, zoals Pinkpop 1983, mogelijk ook
op tv gezien. De rest van de plaat hoorde ik niet op de radio.
In interviews kreeg Moore kritiek dat dit album niet heavy genoeg zou zijn. Hierop gaf hij aan dat hij in Amerika had gezeten en niet had meegekregen dat de Europese muzieksmaak veel steviger was geworden. Het klonk enigszins verontschuldigend, terwijl dit absoluut geen plaat is waarvoor je ‘sorry’ hoeft te zeggen.
Althans, dat weet ik nu: enkele maanden geleden kocht ik de elpee, een tweedehands exemplaar. Helaas zat er geen binnenhoes bij mijn exemplaar, gelukkig is er
Discogs. De buitenhoes geeft summiere informatie: vermeld worden de naam G-Force, kant 7 en 8 (huh?) en de songtitels. Al in 2012 vroeg
Sir Spamalot zich af waarom de plaatkanten zo vreemd zijn genummerd. Het lijkt erop dat Moore naar drie eerdere platen verwijst, maar welke?
Leuk om de naam van Mark Nauseef tegen te komen. Voorheen hoorde ik hem bij Elf en op het debuut van Rainbow en ik ken de videobeelden uit 1978, toen hij tijdens een Australische tournee de tijdelijke drummer van Thin Lizzy was. Hoe veelzijdig hij is, blijkt op deze plaat.
Hierboven vertellen diverse MuMensen over de totstandkoming van de groep en plaat. Al luisterend kom ik tot de conclusie dat G-Force past in de ontwikkeling van de platen die ik begin jaren ’80 kende: Moores solo-elpee
Back on the Streets (1978),) waarop zowel fusion als hardrock klinken, via het stevige
Black Rose (1979) dat hij met Thin Lizzy opnam, tot de soloplaat
Corridors of Power (1982).
Meestal wordt er stevig gespeeld. Hardste nummer is snarenracer
White Knuckles / Rockin’ and Rollin, jarenlang in zijn setlist te vinden. Op de overige luide tracks hoor ik hetzelfde gierende gitaargeluid als op
Black Rose. Het vrolijk-meezingbare
You,
I Look at You,
Because of Your Love, het van violen voorziene
You Kissed me Sweetly,
Hot Gossip met z’n hippe synthesizergeluidjes (
hier de videoclip) en
Dancin’ bevatten melodieuze hardrock, voorzien van flitsende solo’s.
Mijn favoriet is
She’s Got You. Hierop gaat het van bluesy rock naar reggae naar een heftige solo, dan weer rock en vervolgens versnellen om met heftig gitaarspel te eindigen.
Waarom werd er in 1980 toch zo gezeurd over deze plaat? Wat betreft het lichtere werk zijn er eigenlijk maar twee songs te vinden.
I Look at You is een funky semi-ballade die mij aan de sfeer op
Back on the Streets doet denken, al zou later ook op
Corridors of Power een ballad niet ontbreken. De poprock van
The Woman’s in Love lijkt met die strijkerspartij en saxofoonsolo op het uitstapje dat Thin Lizzy op bijna elke plaat maakte.
Gevarieerde hardrock van de hand van dit voormalige wonderkind, bij het verschijnen van de plaat 28 jaar. Een alleskunner die zijn eigen stijl aan het ontwikkelen was. Ik waardeer deze cocktail met vier sterren.