Klassevol met een hoek af, als een surrealistisch werk van Magritte of een kledingstuk van Martin Margiela, zo valt de jazz-funk van Marc Moulin te omschrijven. Tevens, als Magritte of Margiela, een van Belgiës beste ambassadeurs in zijn vakgebied!
Moulin was al jaren actief in het jazzmilieu, voornamelijk als keyboardspeler. Placebo was zijn poging om de funk en soul die toen in Amerika zo populair was te integreren in jazzmuziek. Hij stelde het collectief samen van muzikanten uit de verschillende trio's, quartetten en quintetten waar hij ooit deel van uitmaakte. Enkelen daarvan "hadden niet door waar ze eigenlijk mee bezig waren": Moulins eigen woorden vele jaren later, als reactie op de cultstatus die de groep tegen dan verworven had. "En dat hoor je." Zulk bont Brussels gezelschap met verschillende ideeën (of onwetendheden) zorgt juist voor deze unieke en op een vreemde manier gesofisticeerde sound. Het is op bijna naïeve wijze dat ze zich wagen aan Inner City Blues en You Got Me Hummin', twee klassiekers in spe. Gastzanger Guy Theisen haalt het natuurlijk niet van Sam, Dave of Marvin, maar dat hoeft niet, de meeste muzikanten springen gevoelsmatig in en doen proper hun werk. Dat in combinatie met het pianospel van Marc Moulin, dat bij wijlen lekker de band uitspringt (hij is duidelijk de visionair van dit project), en het gedrum van Freddy Rottier, dat net wat vettiger is dan gangbaar, geven deze nummers een eigen karakter mee, dat vooral voor You Got Me Hummin' zeer goed werkt.
In Moulins eigen composities is meer plaats voor speelsheid, nog steeds met de grootste beheerstheid, bijna een paradox, enkel te vinden in Belgische bodem. Planes en Humpty Dumpty, twee beleefde opdondertjes, illustreren dit uiterst mooi (die laatste is ook wel bekend onder de naam Love Jones,
J Dilla's versie van de opdonder). Placebo speelt het serieus, maar meent het daarvoor niet altijd zo. Aria begint niet met een Italiaanse operazanger, maar met een bende spelende kinderen. Er zal vast iets achter zitten, Marc weet wat. Het is hier dat de blazers, na een half album bijna onderhuids te zitten, eindelijk volledig kunnen losbarsten en er zelfs hier en daar een solo afkan tegen de electrische piano. Het grootst opgebouwd is de Showbiz Suite, waar iedereen nog een kans krijgt om te blinken, niet in het minst de bas van Nick Kletchkovsky, die een solo krijgt die naam waardig, aangezien alle andere instrumenten compleet stilvallen.
Afsluitend horen we nog de bezieler solo in het titelnummer en Oh La La, een bijzondere slotminuut van een bijzonder project. De combinatie jazz-funk op zich was niets nieuws in 1971, wat Placebo zo gegeerd maakt onder liefhebbers is hoe het element 'afkomst' hun klank heeft bepaald. Uniek en bijzonder, maar ook begrijpelijk en beheerst.