Charles Mingus was één van de eerste jazzartiesten waarvan ik iets beluisterde. Je had natuurlijk ook Miles Davis en John Coltrane, twee absolute giganten. Maar Mingus mag toch ook zeker niet onderschat worden. Neem nu bijvoorbeeld dit album; een bijzondere plaat, dat is wel het minste wat je erover kan vertellen. Swingende gekte in combinatie met intense ingetogenheid. Ik heb het lijstje met meespelende artiesten eens opgezocht, en ik ken er, naast Mingus dan, slechts één: Jackie McLean. En dat is dan vooral van naam. Ik ben jazzliefhebber in een vroeg stadium, en dus geen jazzkenner. Maar wat ik hoor op ‘Blues & Roots’, dat is toch van een erg hoog niveau.
‘Moanin’’ is mijn absolute favoriet op deze plaat. Prachtig pianospel, de saxofonisten werkelijk in topvorm, en Mingus natuurlijk ook, met z’n bass. De muziek is gecomponeerd voor buitenaardse wezens, lijkt het wel; je hebt tien paar oren nodig om dit allemaal te bevatten. Maar dat is wel meer het geval met jazz, denk ik dan. Toen ik dit plaatje voor de eerste keer beluisterde, kon ik het natuurlijk nog niet allemaal vatten. Na drie keer werd mij al heel wat meer duidelijk dat Mingus een erg goede componist is. En na vijf keer luisteren was Mingus in mijn ogen reeds een genie.
Dit schrijft Mingus volgens Wikipedia over het album:
“This record is unusual—it presents only one part of my musical world, the blues. A year ago, Nesuhi Ertegün suggested that I record an entire blues album in the style of Haitian Fight Song (in Atlantic LP 1260), because some people, particularly critics, were saying I didn't swing enough. He wanted to give them a barrage of soul music: churchy, blues, swinging, earthy. I thought it over. I was born swinging and clapped my hands in church as a little boy, but I've grown up and I like to do things other than just swing. But blues can do more than just swing. So I agreed.”
Dit stukje tekst vat de plaat eigenlijk vrij goed samen. Net als de titel trouwens, die heel goed gekozen is. Het is blues, ja. Maar het swingt. Tegelijkertijd werkt het erg op je gemoed. Die aanhef van ‘Tensions’ bijvoorbeeld, die weegt echt op mij. En toch kan ik niet stoppen met bewegen; mijn ledematen laten zich meedrijven met de aanstekelijkheid van deze song (niet enkel van deze song, trouwens), en ik geef ze hun zin; maar in mijn hoofd spookt een heel andere soort emotie rond. Die tweeledigheid, dat vind ik persoonlijk erg fraai aan deze plaat. Dat vind ik persoonlijk erg fraai aan jazz tout court.
‘My Jelly Roll Soul’ geeft me een heel warm gevoel, alsof ik in één of andere Parijse club voor me uit zit te staren, naar een film noir, met een glas whisky in de hand, om af en toe van te nippen. Half beneveld door de whisky en de rook die in de club de atmosfeer overheerst, begrijp je geen jota van de film. Je ogen pikken, je handen trillen. Maar je weet dat het mooi is. Het is een gevoel, je kan het niet uitleggen of zo, je wéét het gewoon. ‘E’s Flat Ah’s Flat Too’ is van geheel andere orde, veel drukker. Maar even mooi, op een heel andere manier. Een verhit eindsalvo van Mingus. Alsof hij je nog één keer wil raken, maar dan recht tussen je ogen. Koel en meedogenloos, tot de warme kogel binnendringt. Het is een kwestie van besef, volgens mij.
Charles Mingus is een begenadigd man, en slaagt in iets waar maar weinigen in slagen. Hij zalft en pijnigt tegelijkertijd.
4,5 sterren