Een band uit Hertfordshire, Engeland die zich vernoemde naar de legendarische Amerikaanse honkbalspeler (1895 - 1948), het debuut toepasselijk
First Base doopte en de opener ervan
Wells Fargo waarin over de Rio Grande wordt gezongen. Onengelser kan het niet. Ik begrijp bovendien dat de groep met name in het land van Uncle Sam en Canada vanaf het debuut enige bekendheid genoot.
Ik kom hier terecht door het lezen van de autobiografie van de latere Whitesnakegitarist Bernie Marsden, Where's My Guitar genaamd. Hij trad pas bij het vierde album van Babe Ruth toe tot de groep. Omdat ik wél van de honkballer maar nooit van de groep had gehoord, leek het me leuk om eerst eens de albums van voor zijn tijd bij Babe Ruth te beluisteren.
De genoemde opener is stevig, een dampende mix van rock en soul met blazers én een stem waarin ik zowel iets van Janis Joplin als Tina Turner herken. De Britse "Janis Turner" heet Jenny Haan. Wát een talent! Vreemd dat ik noch de groep, noch haar naam kende. Het gas gaat eraf bij de semiballade
The Runaways, dat uitgroeit naar een climax met strijkers. Met die eerste twee zijn wat mij betreft de beste nummers van de plaat gepasseerd.
King Kong is dan weer rockend en enigszins progachtig. Het lijkt geïnspireerd door een jam van The Doors maar is in werkelijkheid een cover van Frank Zappa. Bovendien is het instrumentaal en in één take opgenomen met vrij gecompliceerd gitaar- (Alan Shacklock) en toetsenwerk (Dave Punshon). De ritmesectie is degelijk; bassist Dave Hewitt was tevens het liefje van mevrouw Haan, vertelt Marsden in zijn boek en hierboven lees ik dat drummer Dick Powell de broer is van Don van de mod-/glamrockgroep Slade.
Kant 2 van dit bij Harvest verschenen debuut. Het midtempo
Black Dog is een cover van de Amerikaan en later Canadees Jessie Winchester en heeft met zijn lange gitaarlijnen iets van southern rock. De stem van Haan gedijt hierin.
Dan volgt het hierboven geprezen
The Mexican, al vermoed ik dat de MuMensen het over een remix of iets dergelijks hebben. Hoe dan ook, uptempo wordt er gemoedelijk gerockt met dansende gitaar- en toetsenlijntjes én castagnetten. Ik word niet omvergeblazen zoals sommigen schreven, maar aardig is het zeker met bijvoorbeeld de wahwahgitaar tijdens de elektrische pianosolo.
Met
Joker wordt midtempo afgesloten, de leadzang wordt gedeeld door Haan en Shacklock, maar het doet me niet zoveel. Wel doet de dame haar stem overslaan op een wijze die kwaliteit verraadt.
Aardig debuut, leuk om dit te ontdekken. Haalde volgens Wikipedia goud in Canada (#87) en een site met de statistieken van de
V.S.-albumlijst meldt dat het in augustus 1973 #178 bij Billboard bereikte. Brits succes was er niet.
Roxy6, ben jij bekend met werk van deze groep?