Best wel een cheesy hoes voor een fotograaf! Zeker in tegenstelling tot zijn andere werken. Momenteel ben ik me wat aan het verdiepen in de muziek/denkbeeld van deze artiest. Dit werk is weer uiterst minimaal.
Het eerste deel is één lange drone waarin Niblock opnames van gitaar en bas verwerkt maar deze zijn in de verste verte niet te herkennen. Zijn werkwijze is uitzonderlijk subtiel: alle storende elementen die niet in de muziek thuishoren, worden eruit gefilterd waardoor het bijzonder rein klinkt. De geluidsmassa is constant in beweging, al zal menig luisteraar die hier niet de nodige aandacht aan geeft al snel gaan geeuwen. Dit is muziek die je met je stereo dient af te spelen op hoog volume om echt te verzuipen in de klankbundels. Tonen gaan resoneren en als neveneffect overslaan in hoge tonen die als een natuurlijk wezen lijken te ademen. In dit nummer (van maar liefst een uur !) zijn ook ruwere elementen aanwezig (wellicht van de gitaar) waardoor er ook wat meer textuur in het klankbeeld komt.
Veel zwaarder geladen is 'Poure', waar cellist Arne Deforce te horen is. Hier speelt Niblock met veel hoge strijktonen in wisselende octaven die op elkaar gestapeld worden, waardoor je echt een wall of sound krijgt die recht op je afkomt. In bepaalde stukken, vooral naar het einde toe, lijkt er niet meer gestreken te worden en hoor je slechts de galm van het instrument. Zulke muziek doet me denken aan het prachtige album ‘Voxorgachitectronumputer’ van Charlemagne Palestine en Joachim Montessuis – waar de akoestische ruimte rond het instrument (in dit geval orgel & elektronica) een essentiële rol vervult.
Deel drie is tenslotte opnieuw een erg zware brok om de tanden in te zetten. Hier is The Nelly Boyd Ensemble te horen met een verzameling van instrumenten waaronder cello, piano, akoestische basgitaar en viool. Het klinkt opnieuw als een geluidsbundel met veel verschuivingen. Soms heb ik meer de indruk dat ik naar een speciaal Oosters blaasinstrument (didgeridoo-achtig) aan het luisteren ben dan naar verschillende bronnen – wat het een coole ervaring maakt.
Conclusie: veel mooie stukken, maar ik vind ze een beetje te langdradig. Phill Niblock had hetzelfde kunnen doen in drie stukken van om en bij de dertig minuten (zoals hij doet in de meeste van zijn werken). Ik mis hier af en toe wat variatie binnen hetzelfde kader. Het gevolg is daardoor helaas dat deze dubbel cd niet over zijn volle lengte blijft boeien.