Fijne plaat van David Wiffen, een wat vergeten muzikant en liedjesschrijver uit de jaren '60 en '70 (zoals er wel meer zijn natuurlijk). Dit solodebuut (ik reken de live-opnames uit 1965 nu even niet mee) bevat voor het merendeel eigen nummers, en de mate waarin Wiffen erkenning kreeg doordat anderen zijn songs coverden, is al een indicatie voor de appreciatie vanuit de muziekgemeenschap, maar volgens mij toch ook van de kwaliteit van zijn songs.
Twee van die songs werden reeds voor de release van deze plaat uitgebracht door anderen: Driving Wheel door Tom Rush, More Often Than Not door Jerry Jeff Walker. Met enig gevoel voor fantasie zou je het verwanten kunnen noemen; ook Rush en Walker schreven eigen materiaal (al bestond de 1970-plaat van Rush waarop dit nummer staat uitsluitend uit (folk)covers), en moesten het hebben van hun karakteristieke stemgeluid en vaak intimistische sound.
Wiffen staat bij mij echter nog een trapje hoger, vooral omdat hij met zijn bariton de songs echt naar een hoger niveau weet te stuwen. Het klinkt allemaal erg mooi, maar niet opgepoetst of zo; oprechte emoties. Daarnaast is het intimistische karakter van deze plaat een pluspunt, en worden er op fraaie, smaakvolle wijze country-invloeden in verwerkt (heus niet elk liedje).
Jammer genoeg zou zijn ster snel tanen, zoals dat voor menig artiest nu eenmaal het geval is. Het succes bleef uit in vergelijking met andere artiesten, Wiffen ontwikkelde een nogal destructieve relatie met de fles (de beste man is nog wel onder ons en leeft ondertussen al een hele tijd alcoholvrij, dacht ik) en hij stopte met opnemen en optreden. Erg jammer, maar niet elk talent ontplooit zich ten volle natuurlijk, en Wiffen zocht dan maar zijn heil als chauffeur (wat enigszins ironisch kan klinken gezien zijn alcoholmisbruik).
Maar goed, de muziek dus. Wiffen zingt hier grotendeels met zijn kenmerkende bariton, al wisselt hij soms over naar ietwat hogere regionen. Het is echter zijn bariton die me het meest aanspreekt en heel wat warmte aan de liedjes toevoegt, zoals in de opener, die me meteen op een prettige manier het album in trekt. De warme stem van Wiffen werkt geweldig, maakt de sfeer aangenaam en gezellig, het werkt simpelweg uitnodigend – de tekst van het nummer is ook erg optimistisch gestemd, er spreekt hoop en liefde uit.
Dromerigheid is ook een element dat ik in hoge mate in dit plaatje, dat net geen halfuur in beslag neemt, ontdek. Daar zit die bariton van Wiffen voor iets tussen, maar ook de muzikale omlijsting. Vooral wanneer de country-invloeden naar voor komen (pedal steel!), zoals op het stemmige maar toch ook weemoedig klinkende I’ve Got My Ticket word ik helemaal meegevoerd in Wiffen’s droomwereld, waar het leven wat makkelijker te verdragen lijkt als in de realiteit.
Luchtigheid is ook niet uit den boze bij Wiffen. Het pianoriedeltje in What Alot of Woman is stemt me meteen in een vrolijke bui, de tekst houdt het midden tussen gepoch en zelfspot. Het korte Blues Was the Name of the Song kan ook gerust onder die noemer worden geschaard. Niet de beste songs op de plaat, maar ze zorgen wel voor ademruimte.
Wiffen is echter op z’n best als die dromerige weemoed de boventoon voert. Hoe betoverend mooi klinkt niet het soulvolle Since I Fell for You? Hoe besmettelijk het poëtische verlangen in prijsnummer Driving Wheel? Hoe de arrangementen van Mention My Name in Passing nét goed zitten, en niet overhellen naar feeërieke pathos?
In het pakkende slotnummer komt dat alles nog ‘ns samen: de dromerige manier van zingen, de smaakvolle muzikale omkadering, de scherpe lyrics. Vooral de laatste strofe (oké, er volgt er eigenlijk nog één, maar die wordt na twee regels afgekapt) hakt er stevig in:
”Ah so pass the bottle, now give it here
There’s so many reasons to drink it dry
Ease my pain and likely kill me
Hey, have another here to go.
And you will believe that it happens more often than not
Here’s to all the bottles that I’ve drunk in my time
Whatever they were.”
Een noodkreet om hulp van een door het leven getekende alcoholverslaafde. Wiffen zou zijn strubbelingen uiteindelijk wel te boven komen, maar een veelbelovende carrière werd wel gefnuikt, deels door de drank. Gelukkig heeft hij ons wel dit prachtplaatje nagelaten.
4,5 sterren