Rick Davies krijgt weinig handen op elkaar voor zijn 1987-project Free as a Bird. Allmusic kan er niet meer van maken dan anderhalve ster en voegt er aan toe: ' a colorless and tuneless collection of prog rock ...'.
Da's niet best. Ook ik heb er heel wat jaren over gedaan om deze vreemde vogel aan mijn Supertramp CD-collectie toe te voegen. Het bange vermoeden hier flink teleurgesteld te gaan worden, deed me besluiten te wachten tot het schijfje ooit nog eens in de koopjesbak zou verschijnen. En dat gebeurde.
Terecht werd hierboven al opgemerkt dat Davies op het verkeerde paard had gewed. Hij dacht verder te moeten met de Cannonball van de voorganger en vergat dat juist het titelnummer Brother Where You Bound het meeste te bieden had om creatief op voort te borduren. Hoe kon hij zo de verkeerde weg inslaan?
Allereerst: de tijd zat niet mee voor progressief klassieke rock. Lange gitaarsolo's werden weggejoeld, dat was voorbij. Je moest vernieuwen of je kon het schudden. Zo ongeveer was op dat moment de sfeer. Het moest een beetje meer swingen, maatschappijkritiek werd vervangen door iets met plezier maken en neoliberaal don't worry, be happy roepen. Liefdesliedjes dus en niet te zwaar. Je moest nu eenmaal met je tijd meegaan. Desnoods kon je nog als AOR /Arenarocker met powerballads voor de dag komen om je rockjasje te redden.
Makkelijk hier nu cynisch over te doen. Maar 1987 was zeker geen makkelijk jaar voor de progressieve rock.
Dus wat deed Davies dan ook: danspasjes inbrengen op zijn nieuwe album. Strak, stevig verpakt in synth en drumcomputer, machinaal en steriel. Daarop kon je wel dansen, maar swingen ho maar. Op en neer tikkend met de voetjes, vinger knippend op de vierkante decimeter, klinkt het als een stationair draaiende motor, zonder vooruitgang of acceleratie. Eindeloos herhalende refreintjes en wat jazzy getoeter van sax en trompet. Zo kun je best 5 minuten volmaken. Misrekening, want Davies had best kaas gegeten van de blues, maar veel te weinig soul in de genen om hier dansbeweging in te krijgen. En dat wreekt zich in de pure verveling die je voelt opkomen. Niet vooruit te branden die klinische tapdance.
In de tang van de tijd dus, dit album. En dus ook: gebrek aan ruggengraat. Achteraf had het veel beter gekund. Maar ook erger! Want na de uptempo opener kom ik toch ook een paar heel aardige songs tegen die ik graag nog eens in de repeat gooi:
Not the Moment is goed, het bijna sprankelende, in duet met Mark Hart gezongen, Where I Stand en Thing for You, een nummer met een mooie spanningsboog. Titelsong Free as a Bird is aardig, maar meer ook niet. Slotnummer An Awful Thing to Waste ontpopt zich als een verschrikkelijke 'Cannonball deel zoveel', maar ik word tegen het einde verrast door een prachtige gitaarsolo. Dus toch.
De rest van het album is minder memorabel en het kost je moeite, ook na drie keer afspelen, je er een regel of melodie van te herinneren. Anoniem vermaak. Goed gemusiceerd, maar hoe saai soms.
Voor de geluidsfanaten: de versie van 2002 is uitstekend geremasterd door Greg Calbi and Jay Messina van de Sterling Sound studio in New York. Klinkt echt heel goed. En dat mag voor sommigen dan tenslotte een schrale troost zijn.
Rick's Supertramp was na de split-up in zwaar weer terecht gekomen en had de grootste moeite koers te houden. Interessant te bedenken hoe het zou zijn gegaan als Roger Hodgson nog meegedaan had. Gezien zijn weinig succesvolle vervolg als solo-artiest, moeten we vrezen dat ook mét Hodgson Supertramp het glibberige slingerpad gekozen had. En waarschijnlijk niet eens veel beter dan dit resultaat