Shangri-La is het utopische toevluchtsoord dat wordt beschreven in de jaren dertig roman Lost Horizon van de Britse schrijver James Hilton. Een mythische, harmonieuze doch geïsoleerde gemeenschap of plek die huist hoog in de bergen. Een vredig aards paradijs dat aan het wereldlijke verval onttrokken lijkt.
Nu waren Stone Temple Pilots zeker niet de eerste popartiesten die speelden met dit concept. Zo was er bijvoorbeeld in de jaren zestig de Amerikaanse meidengroep The Shangri-Las. En schreef Ray Davies van The Kinks datzelfde decennium de albumtrack Shangri-La naar aanleiding van de vlucht van diens zus Rosie en zwager Arthur van het Naoorlogse Engeland naar het zogenaamd beloofde land Australië. Daarnaast betitelde Andrew Wood van Mother Love Bone de bühne, het podium als zijn enige echte thuis (This is Shangri-La).
Met Andrew Wood hebben we de directe connectie met deze vijfde langspeler van STP. Het oorspronkelijke idee van de gebroeders DeLeo en de zijnen was om een dubbelalbum ter nagedachtenis aan de vroeg ontvallen Wood op te nemen. Daar stak platenmaatschappij Atlantic echter een stokje voor. Daarnaast was er het streven om – gelijke The Beatles begin 1969 te Twickenham Film Studios – het gehele opnameproces door een bevriende fotograaf te laten filmen en deze documentaire als een soort moderne Let it Be op te voeren. Zoals bij wel meer plannen van STP lijkt ook dit voornemen niet volledig gerealiseerd te zijn. De documentaire kwam er weliswaar niet, Shangri-La Dee Da zag echter wel het levenslicht. Het gegeven dat de studio-opnames grotendeels plaatsvonden in een luxe villa in het noorden van Californië geeft de albumtitel een misschien nog grotere Lost Horizon-connotatie mee.
Evenals de voorgaande STP-platen vanaf Purple is ook hun vijfde langspeler een soort bizarre clash tussen enerzijds de klassieke rockinvloeden van gitarist Dean DeLeo en het compositorische vernuft van diens jongere bassende broer Robert, en anderzijds de eclectische, arty – sommige boze tongen zouden beweren pretentieuze – invulling van de kant van zanger Scott Weiland. Dat levert een bij tijd en wijlen schizofrene mix aan stijlen op die de gehele tracklist doorkruisen. Van de flirt met metal (Dumb Love, Coma) naar pure pop (Days of the Week, Too Cool Queenie) en meer experimentele klanken (Regeneration, Bi-Polar Bear, Transmissions..) en tot slot als afsluiter pure Led Zeppelin verafgoding. Ondertussen vliegt men ook nog eens twee maal volledig uit de bocht door iets te willen doen met R&B, hetgeen resulteert in twee weeïge miskleunen (Wonderful, A Song for Sleeping).
Hoewel ditmaal niet gehinderd door detentieverplichtingen of afkickkliniek perikelen blijft het tumultueuze leven van Weiland de tekstuele leidraad. “Couldn't get outta bed.. Ten ton bricks layin' on my head.” [Dumb Love] – “Your appetite’s insatiable.. Devouring one thousand souls.”[Coma] – “Left my meds on the sink today. My head will be racing by lunchtime. [Bi-Polar Bear]. En dan laten we de bespiegelingen over zijn tête-a-tête’s met weduwe Courtney Love of de wat misplaatste lofzang op het vaderschap maar even inhoudelijk achterwege.
Toch behelzen al deze elementen ook juist de charme van Shangri-La Dee Da en eigenlijk de gehele STP-erfenis – moeten we waarschijnlijk concluderen na het overlijden van Scott Weiland afgelopen jaar. De plaat knalt er genadeloos in, en na één of twee tikken op de Fast Foward-knop – suggestie rondom track#5 – valt er na het einde toe weer genoeg te genieten. Daar waar het gogme van beide Deleo’s, wat betreft interessante songstructuren en hooks, het melodisch talent van Weiland ontmoeten.
Voor Stone Temple Pilots zou Shangri-La Dee Da geen hoopvol vergezicht of zelfs een nieuw harmonieus vertrekpunt betekenen. Binnen twee jaar zou de band uit elkaar komen te vallen, dit wederom omdat Scott Weiland in de klauwen van zijn demonen verstrikt raakte. Alwaar hij eigenlijk sindsdien nooit meer aan heeft kunnen ontsnappen.