Mooie plaat van James Vincent McMorrow, een mij tot enkele maanden geleden totaal onbekende Ier. Verschillende mooie namen kan je hierbij plaatsen, maar die zijn hier al genoemd. De plaat gaat van start met ‘If I Had A Boat’, en McMorrow laat meteen horen dat hij een geweldige zanger is. Niet het beste nummer op deze plaat, vind ik, maar toch leuk. Het nummer mag nog half openbarsten op het einde.
‘Hear The Noise That Moves So Soft And Low’ is een fraaie folksong. Compleet met samenzang en al. de vrouwenstem past trouwens ook mooi bij de stem van McMorrow. Dan gaan we over naar ‘Sparrow & The Wolf’, dat gelijk een pak vinniger is. Deze song doet mij het meest van al aan Fleet Foxes denken, vermengd met wat Mumford & Sons. Wat niet wegneemt dat het een erg sterk nummer is. Vooral het refrein vind ik geweldig. De man werkt trouwens graag met verschillende refreinen blijkbaar, daar het de tweede keer wat afwijkt van de eerste keer. Zoals ook al op het vorige nummer. Dat vind ik wel mooi gevonden, al is het hem zeker al voorgedaan. Maar het getuigt toch al zeker niet van gemakzucht à la “wat zullen we nu weer eens doen? Ah ja, nog maar eens hetzelfde refrein zeker!”.
‘Breaking Hearts’ kent een lekker bluesy begin, maar laat je niet vangen. Na de eerste strofe loopt het nummer een beetje los, maar het blijft wel vrij zwaarmoedig (vooral tegenover het vorige nummer). Hij heeft niet echt een bluesstem, maar dit klinkt toch erg goed (vooral het refrein toch weer, de man is erg goed in refreintjes!). “See I’ve been breaking hearts, for far too long; loving you, for far too long; making plans now, for far too long”. Wat ook opvalt, is dat de piano hier ook wat meer op de voorgrond treedt. Tekstueel is het ook vrij grimmig bij vlagen (“But when it comes to dying, I’ll do it on my own; I’ve never been too clever, I’ve always just hung on”).
Monotone drums en piano; ‘We Don’t Eat’ zet in. Een nummer dat door velen waarschijnlijk als beste nummer wordt aangestipt (al zijn er tot nu toe 20 stemmen uitgebracht, de mijne meegeteld), omdat het eigenlijk alles heeft wat een goeie song moet hebben. Sterke tekst, geduldige opbouw naar het refrein, de strijkers op de achtergrond die een haast sacrale sfeer neerzetten. En dat refrein, dat is toch weer zo verdomd sterk, je zou haast geloven dat de man een zintuig heeft, speciaal gericht op het bedenken van sterke refreinen. Al is het niet mijn favoriet nummer op deze plaat, daarvoor klinkt het me net iets te bedacht..
‘This Old Dark Machine’ begint ook weer zo bluesy, terwijl het refrein toch weer een tikkeltje anders klinkt. Een koortje komt er ook in voor, en dat is zeker niet voor het eerst; dit is zo’n plaat die daar wel bol van staat, om even te overdrijven. Ook de bridge van dit nummer is fraai zeg; knap gevonden!
‘Follow You Down To The Red Oak Tree’ is een erg fraaie titel. Tekstueel is het een pareltje, en ook muzikaal zit dit erg goed; een rustig nummer, niet teveel gedoe, en dat heb ik misschien nog wel het liefst van al bij dit soort muziek. Maar om nog even op de tekst terug te komen; pure poëzie vind ik dit! Ik schrijf ook wel eens iets als ik daar zin in heb, maar ik kom bijlange na niet aan dit niveau (wat wel normaal is zeker, daarom is hij degene die bekend is, en ik niet

)
‘Down The Burning Ropes’ duurt bijna vijf minuten, en kent een goeie spanningsopbouw. Het lijkt of de drums en gitaar steeds een minuscuul tikje sneller en harder gaat spelen, tot het gebroken wordt bij “My love, she’s overboard”. Daarna komt de song weer op gang, net als voor het breekpunt, eigenlijk. Voor het overige is het niet m’n favoriete song, maar kan ik alweer niet ontkennen dat het meer dan goed in mekaar zit.
Het volgende nummer is ‘From The Woods!!’, en daar staan niet voor niets enkele uitroeptekens achter. De aanvang van het nummer is wel rustig, de eerste strofe is kalm. Mooi taalgebruik trouwens. Idem dito voor de tweede strofe. De laatste minuut van de song is wel een stuk harder, McMorrow probeert zijn longen uit zijn lijf te zingen, maar dat zal ‘m nooit lukken, met z’n engelenstem. Al doet hij hier wel een bewonderenswaardige poging, en klinkt het nog altijd erg mooi. Handgeklap is dan ook zijn deel, daarmee eindigt de song.
‘And If My Heart Should Somehow Stop’ is toch weer wat anders dan wat we al eerder hebben gehoord op deze plaat, wat het toch tot een vrij gevarieerd album maakt. Dromerige gitaarklanken, ingehouden akoestische gitaar. Ik weet niet hoe ik deze song precies moet omschrijven, maar hij wijkt toch af van al het voorgaande. Op die manier trekt de song me natuurlijk wel erg aan. De zang doet me hier ook bij vlagen erg veel aan Ray LaMontagne denken, vooral de uithalen. De song klinkt misschien wel als eentje die niet had misstaan op ‘God Willin’ & The Creek Don’t Rise’ van diezelfde Ray LaMontagne.
Afsluiter ‘Early In The Morning’ is een simpele afsluiter, mooi, maar niet geweldig. Vrij minimaal en ingetogen, een beetje een onopvallende afsluiter van een fraai debuut van langere adem. Het doet me ook weer aan Fleet Foxes denken. Ik ben er nog altijd niet uit of ik dit beter vind dan Fleet Foxes. Die laatste ken ik natuurlijk al iets langer, het is afwachten of dit ook zo lang blijft hangen.
4 sterren