Mssr Renard
Saga als band en hun zelfgetitelde debuut moeten niet onderschat worden aangaande hun invloed op de ontwikkeling van progressieve rock en de latere progressieve metal. Hierover later meer.
Saga is ontstaan uit de as van Fludd. Fludd was een Canadeze band met een flinke rij hits, waar in een later stadium zowel bassist Jim Crichton, toetsenist Peter Rochon en drummer Steve Negus deel van uitmaakten. Fludd was een band die geleid werd door de broers Pilling, waarvan Brian Pilling overleed in 1978. Voor zijn overlijden was de band Fludd al opgeheven en richtten Rochon, Crichton en Negus de band Saga op. Zanger Michael Sadler van de Canadese and Truck sloot aan alsmede broer Ian Crichton op gitaar.
De band werkte in 1977 hard aan hun debuut, waarbij ze moderne aanpak van het progressieve rockgenre nastreefden. Daar de bandleden allemaal al hun sporen verdiend hadden in de muziekindustrie, is het uiteindelijk ook songmatig een vooruitstrevende en indrukwekkende debuutplaat geworden. De plaat heeft wel zo zijn tekortkomingen, maar voor een band die pas op 13 juni 1977 hun eerste optreden had is het toch op zijn minst ontzagwekkend waar de band in minder dan een jaar mee zou komen aanzetten.
De band zou in een later stadium meer elementen uit de synth-pop en ook hardrock in hun sound verwerken, maar op hun debuut klinken nog duidelijk de invloeden van Gentle Giant, Genesis en Supertramp door. De band pakte het dus heel anders aan dan hun land- en genregenoten Rush en Triumph dat deden. Heel duidelijk zijn de reggae-invloeden in de ritmes, die Gentle Giant op bijvoorbeeld 'In'terview' ook hadden verwerkt. Nu verwerkte Rush in hun muziek tegen de jaren '80 ook New Wave en reggae, en trokken de twee bands toch een beetje gezamenlijk op qua sound.
De Neoprog-beweging die zou ontstaan in het begin van de jaren '80, met bands als Twelfth Night, Pendragon en Marillion zouden veel meer die langdradige op Genesis-leest gestoelde muziek maken, en daarmee onderscheidde Saga zich al direct van de de Neoprog-beweging en werden al snel door de magazines onderverdeeld in de zongenaamde Pomprock (waar Asia en Magnum ook in werden geduwd).
Ook het geschakeerd (om-en-om) spelen van gitaar- en keyboard-riffs en -licks is duidelijk afgekeken van Gentle Giant. Sadler's frasering en manier van zingen heeft soms wat weg van Kerry Minnaer, al heeft Sadler zijn stem veel minder onder controle. Het feit dat Sadler de enige leadzanger is, met wat achtergrondvocalen van Peter Rochon, zorgt er ook voor dat producer Paul Gross er vaak voor kiest om Sadler's vocalen multi-trackt, wat voor redelijk homoniem klinkende harmonieën zorgt en zelfs erg schel klinken. Later zou producer Rupert Hine de zanger ervan beschuldigen als een schooljongen te klinken op die eerste drie platen.
Het is ook vooral Paul Gross die hier te kort schiet. Een Canadese producer en huisproducer van de Phase One studios, is hij als producer nooit echt doorgebroken. De kunde van de opname-technici ten spijt, klinkt het album wat platgeslagen en mist het diepgang en power op de plekken waar de band wat meer losgaat. Aan de andere kant klinkt de plaat ook nog wel een beetje jaren '70-wollig, waar Gross op de twee komende platen wel wat lering trekt, en de band meer bite probeert meer te geven.
Al direct bij het eerste nummer en belangrijkste single van het album 'How Long?', wordt het kenmerkende geluid van de band geïntroduceerd. De stuwende staccato klanken waar het nummer mee begint komen niet uit een keyboard maar uit een Moog-drum. Met single strokes gespeeld door Steve terwijl hij een stevige beat neer zet, laat Steve horen dat hij geen jazzy drummer is, maar veel meer de ritmes zoekt bij de hardrock en disco. Dit geeft Saga al direct een stevige bite mee. Tel daarbij op de stevige riff van Ian, en de luisteraar weet dat de band niet van de kleine gebaren is. 'How Long?' is een korte song zonder een lang instrumentaal song, maar wel een coda waar de gitaar en toetsen samenspelen, en dat is ook gelijk het handelsmerk van de band.
Op 'Humble Stance' laat de band weer des te meer horen door Gentle Giant te zijn beïnvloed. Door opkomst van bands als Blondie en The Police zijn steeds meer bands elementen uit de reggae gaan verwerken in hun muziek (zie ook 10CC), maar Saga brengt de reggae wel naar een heel nieuw niveau. Het nummer lijkt wat simpel in opzet, door het continu herhalen van de belangrijkste riff, maar heeft halverwege een verrassing in petto, waar de band in double time de basis legt voor wat we later progressive metal zijn gaan noemen. Met een drumritme waar Iron Maiden en Judas Priest nog van droomden, wisselen Ian Crichton en Peter Rochon solo's af, waarbij we als luisteraar ook direct kennismaken met het vliegensvlugge shred-werk van Ian. Dit is wel nog 1978 en niet halverwege de jaren '80. Het nummer eindigt met een wat lang coda, waar het belangrijkste couplet nog éénmaal gezongen wordt en Ian zijn gitaar nog wat kreten nageeft met een combinatie van feedback en het open- en dichtdraaien van de volumeknop.
'How Long?' en 'Humble Stance' zijn samen op single verschenen, waarbij 'Humble Stance' in verkorte vorm. Beiden werden geen hit, maar wel fan- en live favorieten.
De songs 'Climbing the Ladder', 'Give 'em the Money' en 'The Perfectionist' zijn typerend voor de vroege sound van de band. Soms wat richtingloos, en niet helemaal geslaagd, maar wel al alle elementen in zich waar de band later beroemd mee zou worden. Het is ook hier weer Paul Gross die de band wat beter had moeten begeleiden. Deze nummers missen de directe power die 'How Long?' heeft of de verrassingen die 'Humble Stance' in zich heeft. De band was zich daar ook van bewust en zou met name de benadering van die twee songs wat meer uitwerken op latere platen. Vooral 'How Long?' is een belangrijke blauwdruk voor latere songs, die vooral keyboard-gestuurd zijn.
'Ice Nice' is ook een fan-favoriet, omdat dit nummer enorm veel dynamiek heeft. Het begint wat Supertramp-achtig op de elektrische piano in het eerste deel van de song. Het wat ingetogen zangwerk van Sadler werkt hier beter dan als hij hoog uithaalt, wat in de begintijd van de band niet altijd lekker werkt. Het tweede deel van 'Ice Nice' is net als bij 'Humble Stance' een voorbode van welke kant de progressieve rock op zou gaan in de jaren '80 en '90 en richting de progressieve metal. Het gitaar-moog-duel is echt heel gaaf gespeeld, en ik kan geen gelijke vinden in én voor 1978. Hiermee zijn Saga toch echt pioniers. De enige band van deze periode die zo heftig te werk ging is wellicht U.K. die hun debuut ook in 1978 uitbrachten (maar wel veel beter geproduceerd.)
Bij de vierde song 'Will It Be You?' rijst een vraag op: als subtitel heeft de song 'Chapter Four'. Waar slaat dat op? Omdat het de vierde song is op het album? Maar waarom heet het achtste nummer op de plaat dan 'Chapter Six?'. Dat moet wat wenkbrauwen hebben gefronst in 1978. De verklaring ligt in een grandioos concept dat bassist/toetsenist Jim Crichton in gedachten had. Hij had acht songs in de maak die een science fiction verhaal schreef (die ook in de hoezen terugkwam) en die acht songs zouden dan over de komende albums verspreid worden. Hier gaat een zelfverzekerdheid en een bepaalde arrogantie van uit. Want Jim ging er in 1978 al vanuit dat de band wel meer albums zou gaan uitbrengen. Ergens ook wel een slimme zet, waarover later meer.
Het is ook deze arrogantie en zelfverzekerdheid die het debuut markeert. De band nam zichzelf heel serieus en alles is tot in de puntjes verzorgd. Zo verzorgd dat er wel veel speelsheid en ziel mist. Pas met producer Rupert Hine op 'Worlds Apart' zal de band veel beter klinken en ook speelser en meer op hun gemak. Maar dat is nog flink wat jaren in de toekomst.
Terug naar de eerder genoemde chapters; 'Will It Be You?' is een potpourri van stijlen en de mini-epic die de band hier presenteert werkt niet goed. De band zal later leren dat ze meer uitblinken in korte, krachtige songs, en dat het schrijven van epics beter overgelaten kan worden aan Yes of Genesis. In het midden van het nummer wordt een soort heavy metal-riff gespeeld, waarbij latere Saga-drummers deze nog met double kickdrum zouden doen vergezellen, maar het werkt niet echt goed, al kan ik me wel voorstellen dat dit stuk ook een belangrijke stap is in de evolutie van de progressieve metal.
'Tired World' is wel een schot in de roos. De band gaat hier bijna volledig voor een mix jazzrock en reggaerock, met voortreffelijk drumwerk van Negus. De band heeft ook de tweede helft van de song erg goed uitgewerkt en Ian Crichton mag hier echt helemaal los op de gitaar. ZIjn spel is soms wel erg ongebreideld en in kortere songs weet de rest van band hem goed te beteugelen. Maar als hij lange stukken heeft om te soleren wil hij nog wel eens uit de bocht vliegen. Op 'TIred World' is het precies goed gedoseerd. Misschien wel de beste song van band.
De hoes laat een soort science fiction-insect zien tegen een zwarte achtergrond dat de onmetelijke ruimte moet voorstellen, met sterren en zwarte gaten. Wie is die alien? Heeft hij de wereld verwoest zoals in chapter four en six bezongen? De luisteraar moet wel geprikkeld zijn geweest.om de volgende plaat te gaan kopen. Per plaat zou daarmee het science fiction-verhaal zich meer en meer gaan ontvouwen. Typisch voor de hoes en binnenhoes is dat er geen bandfoto in staat, wat het mysterie rond de band en hun thematiek alleen maar vergroot.
Ik ontdekte deze plaat ergens in 1990, toen ik Saga aan het ontdekken was. Maar wat moet deze plaat die op een major label (Polydor) al direct wereldwijd werd uitgebracht, een impact hebben gemaakt op liefhebbers van genre dat rond deze tijd ten dode was opgeschreven.