Bij Rated O, door velen aanvaard als hét meesterwerk van deze band, las ik de volgende omschrijving van de band Oneida:
Lukk0 schreef:
een bandje dat eerst simpele indie-rock maakte
Nu heeft de betreffende user goed zijn best gedaan op een uitgebreide review aldaar, dus alle credits voor hem. Maar deze opmerking triggerde me wel om toch weer eens terug te gaan naar de Oneida-platen die ik al kende voor ik vanmiddag Rated O voor het eerst beluisterde.
Want zonder platen als Anthem of the Moon of Secret Wars was ik vermoedelijk niet eens aan Rated O begonnen. Ik heb eerlijk gezegd een broertje dood aan albums met een speelduur van bijna twee uur. Er blijkt vaak een pretentie uit die zelden wordt waargemaakt. Datzelfde probleem ervaar ik in mindere mate bij lange nummers. Soms is er meer dan tien minuten nodig om te bouwen aan lang uitgesponnen geluidstrip, maar veel vaker zijn hele gedeeltes van zo'n nummer overbodig en gaan ze me al snel tegenstaan.
Dus toen Oneida een tijdje terug dankzij Rated O als Mogelijk Interessante Band op mijn muzikale radar verscheen, besloot ik eerst maar eens terug te grijpen naar wat bescheidener opgezette albums uit het oeuvre. Die bevielen mij als liefhebber van simpele indierock gelukkig prima. Maar toch niet omdat dit ook daadwerkelijk simpele indierock is...? Want met name dit Anthem of the Moon ervaar ik als een moddervette psychedelische geluidstrip vol noisy stukken, bliepjes, jengelende melodietjes en soms toch ook poppy zanglijntjes die rechtstreeks uit de sixties lijken te komen.
Het is bij vlagen repetitief, maar gebeurt intussen toch genoeg om het niet tot een saaie geluidsbrij te laten vervormen. Onder de psychedelische laag gebeurt er ook qua tempo en stijl best veel. De opener is een soort hardcorepunk, Ballad of Impervium neigt zelfs naar hiphop. Het mooie is dat dit vooral als geheel een heerlijke psychedelische trip vormt, maar dat de pieken hoog genoeg zijn om op zichzelf te staan. Met name People of the North loopt als een ronkende motor in een windtunnel. Dat laatste zeg ik erbij omdat de versie op deze plaat een stuk beter gestroomlijnd is dan de iets lompere reïncarnatie op Each One Teach One. De bezwerende, tegen elkaar in gaande zanglijntjes van het daaropvolgende The Wooded World zijn trouwens ook niet te versmaden. En dan is er nog de vuige rock 'n' roll van het slotnummer, dat halverwege weliswaar iets te monotoon wordt, maar gelukkig later toch weer naar de goede en spetterende kant doorslaat om vervolgens prachtig weg te sterven.
Al met al kun je deze plaat van veel betichten, maar niet dat-ie simpele indierock bevat. Buiten kijf staat dat dit werkje veel meer stemmen verdient. Ik ben toch benieuwd hoe een itchy, toch de Oneida-man op dit forum, over deze plaat denkt. Wat mij betreft is het in elk geval het beste dat ik van deze band gehoord heb. We zetten hem maar eens naar 4.5*