The Low Anthem heb ik in 2009 ontdekt. In HUMO had ik een zeer lovende recensie gelezen over ‘Oh My God, Charlie Darwin’, en ik ben ‘m meteen gaan kopen. Een blinde maar weloverwogen gok, zeg maar. Maar, wat belangrijker is, een juiste gok. Ik koop niet veel platen van bands die ik van haar noch pluim ken, maar deze band wilde ik wel een kans geven. Blij dat ik dat gedaan heb.
Sinds die aankoop ben ik ook wat in het verleden gaan graven, en heb ik ‘What The Crow Brings’ ontdekt, ook een prachtige plaat. De verwachtingen voor deze nieuwe plaat, ‘Smart Flesh’, waren dan ook hooggespannen. En, ik moet zeggen, die verwachtingen worden ten dele toch ingelost.
The Low Anthem bestaat uit enkele Multi-instrumentalisten, wat zich vertaalt in een gebruik van verscheidene ongebruikelijke instrumenten, zoals een zingende zaag en een mondharp. Een groot deel van de plaat werd opgenomen in een verlaten pastasausfabriek, wat de eigenzinnigheid van de band wel aantoont, zou ik denken. Opener ‘Ghost Woman Blues’ werd geschreven door George Carter, een onbekende bluesmuzikant uit de jaren ’20. Als ik dat nummer zo beluister, dan begrijp ik niet dat de beste man onbekend is gebleven; het is namelijk een prachtig nummer (qua tekst), en de instrumentale invulling van The Low Anthem mag er ook wezen.
‘Smart Flesh’ is een vrij divers album geworden. Er wordt minder gas gegeven dan op de voorganger, en er wordt meer aandacht geschonken aan andere genres, zoals duidelijk blijkt uit de heerlijke countrysleper ‘Apothecary Love’. Mooi en meeslepend, had niet misstaan op het eveneens wat ingetogener ‘What The Crow Brings’. Het contrast met ‘Boeing 737’ is dan ook groot: dat is een stamper van jewelste, over brandende torens en de Franse koorddanser Philippe Petit. Dit is mijn favoriet nummer op de plaat, jammer dat het nog geen drie minuten duurt, dus. De naam Arcade Fire duikt op, dankzij het pompende karakter van de song, en de stuwende blazers. Venijnig nummer.
‘Love And Altar’ is uitblazen. Een song waar ik eerlijk gezegd niet zoveel mee heb, het eerste minpuntje misschien. Al kan je van minpuntjes bijna niet spreken bij een band als The Low Anthem. ‘Matter Of Time’ is ook erg ingetogen, maar in tegenstelling tot het vorige nummer, vind ik dit wel erg mooi. Met name de passages met harmonica zijn vertederend mooi. Een uitdrukking die trouwens ook treffend past bij het instrumentale pareltje ‘Wire’. De titel is erg goed gekozen, met weer een verwijzing naar Philippe Petit, en tegelijk vormt het nummer ook gewoon een draad van het ene nummer naar het andere. Het is een overgangsnummer, maar wat voor één! Duidelijk geïnspireerd door klassieke muziek, overdonderend klarinetspel, wat me ook al zo positief opviel op bijvoorbeeld ‘Ticket Taker’ van de vorige plaat. Een song waarbij je heerlijk kan wegdromen, zonder dat het te catalogiseren valt als achtergrondmuziek; daarvoor is het simpelweg te mooi.
De vorige plaat bracht deze band al in verband met namen als Tom Waits, Bob Dylan en Fleet Foxes. Doe er nog maar eentje bij. Op ‘Burn’ zou je bij een eerste beluistering zweren dat Leonard Cohen een gastrolletje heeft toebedeeld gekregen op deze plaat. Wat helemaal niet zo is, de zanger klinkt gewoon erg Cohen. Niet zozeer qua stemgeluid, vooral qua frasering. Die obscure manier van pratend zingen, die Cohen tot in de puntjes beheerst, wordt hier toch vrij dicht benaderd. De zingende zaag wordt ook van stal gehaald, wat voor een soort van bibbersfeer zorgt. De manier waarop Ben Knox Miller zingt: “while the world’s drifting further away”, is verkillend.
‘Hey, All You Hippies!’ is aan de beurt, en er wordt nog eens een versnelling hoger geschakeld. Dat hadden ze bij nader inzien toch net wat meer mogen doen, het kost hen een halfje. Dit is één van de beste nummers, heerlijk sfeertje, een nummer dat het goed gaat doen op festivals, net als ‘Boeing 737’. Die twee nummers kan men indelen in de categorie main stage. De andere nummers zijn meer geschikt voor bescheidener, donkere zaaltjes. De song past perfect bij het gedachtegoed van de hippies, met het subtiele verschil dat het tekstueel de hippies terechtwijst; zij hebben hun moment gehad, tijd voor iets anders.
‘I’ll Take Out Your Ashes’ legt het tempo wederom een pak lager, maar spreekt me wel aan. Op de achtergrond horen we stemmen, wat in combinatie met het aandoenlijke, rustgevende banjospel voor een geslaagd effect zorgt. ‘Goden Cattle’ begint met piano, en Jocie Adams mag eens meezingen (op de achtergrond). Mooie samenzang, maar geen topper, deze song. Wel een mooi, meeslepend refrein. De piano klinkt alsof er wat sleet op gekomen is, de klarinet weet wederom te ontroeren (wat een prachtig instrument, toch!).
Afsluiter is de titeltrack, die misschien net wat te lang duurt, maar al bij al erg mooi is. Men neemt geruim de tijd om het nummer in gang te trekken, en de systematische toevoeging van instrumenten is verkwikkend. Dit nummer zou ik een groeier durven noemen; een eerste beluistering laat nog niet al te veel los, maar naarmate je het nummer meer gaat beluisteren, wordt het alsmaar beter. De sfeer kan getypeerd worden als een kruising tussen melancholie en morbiditeit, een melange van kleurrijk en grijs. Enfin, het is erg moeilijk om een sticker op de muziek van The Low Anthem te plakken, en dat vind ik een pluspunt. het is duidelijk dat zij beïnvloed worden door een rist artiesten, maar tegelijkertijd komt deze muziek op mij over als iets unieks, wat ik nooit eerder gehoord heb. Misschien komt dit door de diversiteit? In ieder geval, The Low Anthem bevestigt naar mijn mening, en een glorieuze toekomst ligt in het verschiet.
4 sterren