Een nieuwe Sasu Ripatti, deze maal met een nieuw gezelschap en onder weer een 'nieuwe' noemer: Vladislav Delay Quartet. Ripatti's electronica project Vladislav Delay is reeds bekend en alom gerenommeerd, maar met dit quartet combineert hij op deze plaat electronische improvisatie met akoustische improv en wordt dit tot een samenhangend geheel gesmeed.
Voor de release had ik al wat tracks geluisterd, die online te vinden waren op Ripatti's website; toen ik vervolgens het album voor de eerste keer opzette en de openingstrack hoorde, was het daardoor even slikken. Minus Degrees, Bare Feet, Tickles is een grimmige track met een massief geluid van ruis, langgerekt krijsende saxofoon en, naar het einde toe, industrieel aandoend gedreun. Het is pure noise dat in niets met jazz van doen heeft: geen melodie, geen ritme; slechts noise.
Sonta Teresa, Des Abends en Hohtokivi zijn daarna een stuk minder in your face: de nummers zijn minder massief; de percussie brengt iets meer ritmiek, iets meer afwisseling; en de sax begint wat meer gevarieerde verticale notenopvolgingen te spelen. Maar het blijft vooral ruis en electronische noise dat de klok slaat, en van een daadwerkelijk quartet horen we nog slechts de eerste aanstalten.
De vier mannen smelten samen tot een heus quartet vanaf de track Killing the Water Bed. De ritmesectie begint meer ritmisch te spelen, de bas speelt heuse motieven, en de saxofoon speelt free jazz riffs die electronisch worden gesampled en vervormd. Hoogtepunt van het album is dan Louhos, waarin free jazz en electronische improv samen geweldig culmineren.
Het was even wennen dus, dit album, omdat het toch weer net iets anders is dan verwacht. Maar nu is het ook juist mede de opbouw van het album, van de pure noise die je keihard bij je strot grijpt naar de geweldige akoestische en electronische improv waarin het uiteindelijk uitmondt, die het voor mij een geweldige plaat maakt.
Ik begin met 4 sterren, maar wellicht zit er na verloop van tijd nog wel een halve ster extra in....