10 Januari anno 2010. Dir en grey geeft net als de avond daarvoor een concert in een uitverkochte Nippon Budokan. Voor meer dan tienduizend fans brengt de band nummers als Vinushka en Dokoku to Sarinu ten gehore. Na een lang optreden bestaande uit 25 nummers sloten de klanken van Sa Bir de show af. Maar er kwam een einde aan meer dan slechts één optreden, er kwam een einde aan het hoofdstuk Uroboros in de carrière van Dir en grey. Het was tijd om vooruit te kijken en te werken aan een nieuw album. Wat viel er van het nieuwe album te verwachten? Één ding stond vast, de band kon onmogelijk met meer van hetzelfde komen. Uroboros was niet meer te overtreffen, in ieder geval niet als de band met precies dezelfde stijl door zou gaan. Het was tijd voor een nieuwe stijl, een nieuw geluid.
Hoe dat nieuwe geluid ongeveer zou gaan klinken was geen mysterie, de eerste single van Dum Spiro Spero, ‘Hageshisa to, Kono Mune no Naka de Karamitsuita Shakunetsu no Yami’ genaamd, was al in 2009 uitgebracht. Op deze single waren gitaren te horen die nog lager gestemd waren dan op Uroboros. De B-kant van de single, Zan, was een remake van een ouder nummer met een scheutje deathcore in het beslag. Bandleden van Dir en grey gaven zelf aan dat zij de inspiratie voor deze ideeën ontleenden aan een Engelse metalband die verder niet bij de naam genoemd werd, de metalkenners onder ons mogen raden welke band dat was. Betekende dit dat Dir en grey zich, door toch een beetje met de hype van het moment mee te doen, uiteindelijk zou conformeren aan de mainstream metalscene? De tijd zou het uitwijzen.
Een slordige anderhalf jaar na de concerten in de Budokan was het eindelijk tijd voor de release van het achtste album van Dir en grey, Dum Spiro Spero. Een album dat deels geschreven is met de tsunami en de daaropvolgende kernramp in het oosten van Japan in het achterhoofd. Dat we hier met een donkere plaat te maken hebben laat zich raden. Kyoukotsu no Nari maakt met geluiden die regelrecht uit een Naraka lijken te komen meteen duidelijk dat Dum Spiro Spero een zwaardere plaat gaat worden dan Uroboros. Nummer 2, The Blossoming Beelzebub dreunt en ramt op je gehoor terwijl zanger Kyo je langzaam de diepte in sleurt, een diepte waaruit je als luisteraar niet meer zal ontsnappen. In tegenstelling tot Uroboros biedt Dum Spiro Spero geen lichtpuntjes. Voor feestelijke of hoopvolle geluiden is geen plaats, slechts voor mysterieuze of brute geluiden. Een nummer waarin deze twee gezichten van deze plaat als geen ander getoond worden is "Yokusou Ni Dreambox" Aruiwa Seijuku No Rinen to Tsumetai Ame, waarin melodische zangpassages worden afgewisseld met razendsnel geram.
Dum Spiro Spero is een loodzwaar album, en dat ligt grotendeels aan de lage stemming van de zeven snaren tellende gitaren. Shinya’s agressiever dan ooit klinkende drumpatronen helpen zeker ook mee. Ondanks de verzwaring van het geluid is deze plaat veel meer dan alleen maar hard. Dit is een diep album dat muzikaal misschien wel verder gaat dan Uroboros, op Dum Spiro Spero zijn de gitaarsolo’s die we sinds Vulgar van Dir en grey moesten missen namelijk weer terug. Different Sense, Diabolos en Vanitas hebben solo’s van zowel Kaoru als Die te bieden. Kyo haalt ook weer een paar bizarre geluiden uit zijn arsenaal, met name in Juuyoku presteert hij het om zang die je normaal alleen in een boeddhistisch klooster zou verwachten te verwerken in een metalnummer.
Different Sense, Decayed Crow en de remake van Rasetsukoku zijn solide moshpitknallers en Shitataru Mourou en The Blossoming Beelzebub zijn mooie duistere sfeernummers, en zo kan ik voor ieder nummer op deze plaat wel goede dingen zeggen. Toch vind ik dat Uroboros niet overtroffen is. Vanitas is een mooie ballad, maar haalt het niet bij nummers als Ain’t Afraid to Die, Akuro no Oka en Inconvenient Ideal. Diabolos is een mooi lang nummer, maar mist het karakter van Vinushka en de diepgang van het titelnummer van Macabre. Maar goed, een topalbum dat net iets minder goed is dan een ander topalbum is nog steeds een topalbum. Dum Spiro Spero is zeker een van de pareltjes in de veelzijdige discografie van Dir en grey.