Bij mijn weten is dit de enige solo cd, ooit door John McVie gemaakt.
Dat heeft te maken met McVie zelf. Een zeer begenadigd basgitarist, speelde als piepjong broekje een jaartje bij John Mayall om vervolgens met Mick Fleetwood de superact Fleetwood Mac op te richten. Dat was in 1967 en McVie speelt daar nog steeds.
Naar tevredenheid, en dat is ook slechts zijn ambitie. Hij heeft een 'huwelijk' voor het leven met Fleetwood gesloten waarbij niet alleen beiden oprichters, ritmesectie en naamgever zijn, maar waarbij ook de rolverdeling voor het overige volledig vast ligt.
John McVie speelt bas. Hij zingt niet, hij schrijft geen nummers, produceert niet en het ontbreekt hem daarbij volledig aan ego om prominent op de voorgrond te treden. Sinds 1979 is hij (1945) eigenlijk in ruste en alleen op afroep beschikbaar. Fleetwood is manager van de band en die heeft als enige het telefoonnummer van John McVie.
Beiden hebben een huis in de Caraïben, ergens redelijk dicht bij elkaar en McVie heeft één belangrijke passie: zeilen. Daar heeft hij rond de Caraïben alle ruimte en gelegenheid voor.
Zodra er plannen zijn voor een nieuw album van Fleetwood Mac en de studio is gehuurd, belt Mick Fleetwood Mcvie op. "John, volgende week maandag 14:00 in de studio". McVie draaft op, speelt gedegen bas en verdwijnt weer na alle sessies. Het in elkaar zetten, het mixen van een album is niet aan hem besteed.
Bovendien heeft hij nog pijn in zijn oren van de discussies van het onvermijdelijke duo Buckingham/Nicks en vroeger die van zijn ex Christine daarbij, hij laat dit graag aan hem voorbij gaan. Na verloop van tijd belt Fleetwood opnieuw op: "John, oefenen voor de toer, vanaf volgende week donderdag daar en daar". Waar hij op dat moment ook is, McVie is op tijd aanwezig.
Eén keer ging het mis maar dat was niet alleen John's schuld. Nadat de definitieve versie van Tusk af was (geruime tijd na de opnames) moest hij opdraven om mee te doen aan de videoclip die moest worden gemaakt van de eerste single, het titelstuk. Maar ik geloof dat ze hem een beetje vergeten waren én hij zat ergens vast op zijn boot in een windstille omgeving. Een clip zonder John McVie. Niet dat hij daar mee zat, overigens.
Dat John McVie in 1992 opeens met een solo cd kwam aanzetten, was een volstrekte verrassing. Dat hij kan bassen is duidelijk maar hoe wordt de rest opgelost? Welnu, hij vond een vrouw met inderdaad een prima stem (Lola Thomas) en kreeg mensen rond zich heen die in staat bleken om er een heel redelijk album van te maken.
De songs zijn door vele schrijvers aangeleverd maar het album, geproduceerd door Dennis Walker, klinkt redelijk homogeen. Het is rock met een bluesy achtergrond maar waarbij ook The Memphis horns af en toe een leuk partijtje mogen meeblazen. Soms is het wat steviger, maar over het algemeen kan het prima worden geschaard onder leuke AOR rock zonder winstoogmerk.
Naast McVie en Thomas spelen o.a. Mick Taylor en George Hawkins (background vocals) mee. De laatste kennen we natuurlijk al van de eerste solo albums van Mick Fleetwood. Maar ook Billy Burnette speelt mee, één van de twee gitaritsten die in 1988 Fleetwood mac kwam versterken na het vertrek van Lindsey Buckingham.
Burnette werd ook een belangrijk medecomponist (naast Christine McVie en Stevie Nicks) op het Fleetwood mac album Behind the Mask. De nummers die we op dit album van John McVie voorgeschoteld krijgen, beginnen al wat te lijken op wat we te horen kregen op het album Time, toen zangeres Bekka Bramlett nummers van o.a. Burnette zou gaan zingen. Later zouden Bramlett en Burnette zelfs nog een duo album uitbrengen.
Alleen zingt op John McVie's "gotta band" natuurlijk Lola Thomas verrassend sterk. Waarom niet Fleetwood gevraagd om te drummen en gekozen voor Lee Spath? Welnu, iets verderop was Fleetwood bezig met zijn eigen solo album, Shakin' the Cage, een behoorlijk stevig album met ... inderdaad dezelfde Bekka Bramlett.
Maar ik geloof dat ik Thomas bij nader inzien beter vind. Step aside kies ik als het interessantste nummer van dit album. En jammer dat John McVie zich al weer snel terug trok en geen opvolger meer voor zijn solo-carriere zou maken.