Er zitten nog wel wat grommende gitaarpassages bij, maar over het geheel genomen komt dit album op mij wat rustiger over, als een schip in kalmer vaarwater dat nog altijd een gevaarlijke onderstroom heeft. Misschien dat die onderstroom wat vaker naar de oppervlakte zou moeten komen in de vorm van wat extra kleur voor de arrangementen, maar aan de andere kant zou dat de sombere en soms bijna contemplatieve sfeer wellicht ook te veel verstoren. Knap hoe het accent niet alleen maar bij de gitaarpartijen, de cello en het opvallende mellotron ligt, want ook de zware bas en de roffelende drums vragen en krijgen veel aandacht, waardoor bijvoorbeeld de lange instrumental The sun absolute één van de hoogtepunten van het album wordt, terwijl daar toch eigenlijk niet zo gek veel op gebeurt. De zang blijft in kwalitatief opzicht het minste onderdeel van deze band, maar op de een of andere manier stoort me dat niet echt, alsof de enigszins aarzelende voordracht alleen maar het unieke karakter van deze band benadrukt.