Ik zei voor aanvang van het concert van Phonophani (soloproject van één van de twee heren achter Alog) nog dat ik Alog te rommelig vind. Teveel vrije, valse klanken en een gebrek aan een rode draad. Ik kende het werk van Alog dan ook alleen van een aantal Rune Grammofon verzamelaars. De opener bijvoorbeeld van de verzamelaar 'Twenty Centuries of Stony Sleep"opent met "My Card Is Seven", wat in feite weinig meer is dan een rechtlijnig rocknummer, opgenomen met een kapotte microfoon. Ook de opener van dit nieuwe album zet de luisteraar gelijk op scherp met een kakofonie van percussie, iemand die fluit met vloeipapier (dat is lang geleden!) en orgelklanken die geen weet van elkander lijken te hebben. Nee met zo'n begin maak je geen vrienden.
En toch wordt de doorzetter beloond. Niet dat de eerste klanken van het openingsnummer ineens mooi en harmonieus klinken, maar een paar minuten verder in het album en de hoofdpijn maakt plaats voor een dikke vette grijns. Orgosolo II kent een paar hele mooie melodieen, en na de vreemde intermission Zebra (noorse kinderliedjes van een oude plaat?) weet het titelnummer zowaar de voetjes op de dansvloer doen bewegen. Dat doet Januar ook met de lichtvoetige, ritmische klanken. Prijsnummer is Last Day At The Assembly Line waar violist Ole Henrik Moe (check zijn solowerk & werk bij Motorpsycho & Deathprod!) weer eens laat zien waar hij goed in is.
En zo stapje voor stapje, rollen de kleuren, ritmes en met name het hoorbare spelplezier, je woonkamer in of veraangenamen de ellenlange treinritten. Fijne, knappe plaat waarbij de enige drempel al na 5 minuten is genomen. Topplaat!