M. Ward ken ik vreemd genoeg vooral van zijn zijprojecten. Zijn samenwerking met Zooey Deschanel (zus van Emily, bekend van de TV-serie ‘Bones’), She & Him, die zich toch al in drie albums heeft geuit, en Monsters of Folk, een supercollectief met Conor Oberst, Yim Yames en Mike Mogis, mogen er zeker zijn. Doch echt geweldig vind ik het niet. Gewoon aardige muziek. En zo valt ‘A Wasteland Companion’ ook te bestempelen, de eerste soloplaat die ik beluister van de beste man.
De plaat opent meteen mooi met het fraaie ‘Clean Slate’. ‘Primitive Girl’ sluit daar iets vrolijker klinkend op aan, met wulps pianospel en backing vocals. Na een knappe, ingetogen outro volgt het mooi van rust naar vinnigheid evoluerende ‘Me and My Shadow’, waarin hij het opneemt tegen een heuse spotvogel. Een rokende gitaarsolo is het gevolg.
Met ‘Sweetheart’ volgt een kalmer nummertje, dat de jaren ’60 ademt, en dus meer bij het repertoire van She & Him aansluit. Geen wonder dat Zooey Deschanel hier als backing zangeres optreedt. ‘I Get Ideas’ bouwt daar mooi op voort; de track gaat zelfs nog enkele jaren terug naar mijn mening, en had zo door Frank Sinatra gezongen kunnen zijn. Alleen zou het dan nog veel beter klinken. Stiekem toch één van mijn favorieten op deze plaat. Er hangt een speelsheid aan vast, en dat is alleen maar prettig, natuurlijk. Verleiding is moeilijk te verleiden, dat weet Ward ook wel. Hier wordt de antagonist van Ward trouwens vertolkt door Rachel Cox.
‘The First Time I Ran Away’ gooit het dan weer over een heel andere boeg, en zoekt meer de folk-kant van Matt Ward op. Een fraai, ingehouden nummer over verlatingsdrang, en hoe je geliefde mee te krijgen, om helemaal opnieuw te beginnen. Het titelnummer klinkt dan weer een beetje bluesy en ook het countrygevoel steekt voorzichtig de kop op; een erg kale song, met slechts de typische zang van Ward en getokkel op zijn akoestische gitaar, en enkele strijkers, heel ver in de achtergrond.
Dan is ‘Watch the Show’ weer iets heel anders. Het nummer gaat over de zoete wraak van een man die erg lang heeft opgesloten gezeten in zijn eigen job, en zich nu van dat juk bevrijdt. De muziek geeft me een woestijngevoel. Dat mag vreemd zijn, want de tekst handelt toch over iemand die voor een televisiestation werkt. Beetje tegenstrijdig dus, maar dat is er toch wel mooi aan; het nummer roept beelden op die niet stroken met de lyrics.
En dan heb je met ‘There’s a Key’ misschien wel het meest gestripte en mooie nummer van de ganse plaat. Ward stelt zich breekbaar, kwetsbaar en naakt op, en terwijl Ward al zijn vertrouwen in een pianotoets stelt, doet hij hier magische dingen met zijn gitaar. Geen ingewikkeld gedoe, maar gewoonweg simpel, sober gitaarspel, met hier en daar een heerlijke lick. Zo hoor ik ‘m het liefst, denk ik.
Ik ben dan ook opgetogen dat ook het volgende nummer doorgaat op dit elan, al is het wat rijker aan instrumenten. De toon blijft toch wel rustig, meer zelfs, het uitmuntende melancholische vioolspel van Amanda Lawrence doet het nummer erg goed, al meen ik dat ik een bepaald stukje van haar spel al eerder heb gehoord bij een groot klassiek componist.. Alleen kan ik niet meteen zeggen waar het me aan doet denken..
‘Wild Goose’ is op zijn beurt nog wat rijker aan arrangementen (onder andere orkestbellen, gearrangeerd door Mike Mogis van Bright Eyes). De tekst is simpel, maar effectief: “She could fly; she could float; like a plane; like a boat; but now my wild goose is gone”. Een subtiel pianoarrangement van Howe Gelb (van countryrockband Giant Sand) zorgt voor de finishing touch.
Afsluiter ‘Pure Joy’ is weer een erg sober nummer, dat gaat over het weerzien met een geliefde, een weerzien waar je al zo lang naar hunkert. Vreugde in haar puurste vorm is dan aan de orde, ’t is eigenlijk een liefdesliedje. Een positieve noot om mee af te sluiten dus.
Matt Ward mag dan niet in het rijtje van de allergrootsten staan, hij staat toch wel op de rij daaronder, denk ik. Het is ook altijd een kwestie van smaak, maar dat kunnen we toch wel eens zijn. ‘A Wasteland Companion’ is vooral een aangename, afwisselende plaat om naar te luisteren, die niet te lang duurt, zodat ze nooit echt gaat vervelen.
3,5 sterren