Lebowski heeft vrij aardig verwoord waar mijn voorkeur voor dit album vandaan komt, zij het dat het dan gaat om mijn voorkeuren uit die tijd als 18-jarige (1980). Ik was zwaar in de disco/funk en mijn belangstelling voor jazz kwam van crossover platen van Chaka Khan, Lee Ritenour en absolute hit-toppers uit die tijd Tom Browne en Crusaders/Randy Crawford (' Streetlife' ). Donald Byrd, Herbie Hancock, Brecker Brothers en Stanley Clarke waren enkele van de namen uit de 'echte jazz' die zich nadrukkelijk in de scene manifesteerden en veelvuldig op de hoezen vermeld stonden (ik spelde ze uit). 'We Supply' was na éénmaal airplay op de Ferry Maat Soulshow voldoende reden voor mij om tot aanschaf over te gaan. Ik was blij verrast door de ruigheid van de plaat voor wat betreft gitaargeweld want dat was nog een liefde van mij van een paar jaren daarvoor (mn dan wel Deep Purple en Black Sabbath; AOR, naar mijn mening toch echt niet de beste associatie met de scheurende gitaren op dit album, bestond nog niet).
Ik koos voor het album ook doelbewust uit die tijd en uit die vertrouwde omgeving omdat ik daar ook het beste iets kon verzinnen waar anderen nooit op zouden komen, en omdat ik inderdaad iets uit het randje van het genre wilde bieden. Ik realiseer me dat dit uitermate slecht scoort op Scaruffi-schaal en dat interesseert me lekker niets. Alledaags is het in elk geval niet: probeer ook maar eens iets te vinden dat een beetje de eigenschappen heeft van het slotnummer. The story of a man and a woman is een zodanige combi van stijlen (niet door elkaar maar dus achter elkaar) dat je inderdaad de tegenstanders van alle passerende genres lijkt te kunnen verenigen in de afkeer er van, met als (voorspelbaar?) hoogtepunt het R&B gedeelte. Het zij zo; ik vind het prachtig.