Met het debuut wist Isbells me in 2009 reeds te overtuigen van het potentieel dat er huisde in de band, al deed het me zo nu en dan toch net wat te veel denken aan Bon Iver. Ik was dan ook benieuwd naar de nieuwe plaat, ‘Stoalin’’ genaamd. ‘Heading for the Newborn’ was het eerste nummer dat ik te horen kreeg van de nieuwe plaat, en die stond me meteen aan; meer uptempo, met leuk gitaarwerk. Een zomers nummer, dat me desondanks niet overhoop wist te lopen. Het titelnummer is ook zeker niet het beste dat Isbells ooit heeft gemaakt, dus met een bang hartje begon ik voor het eerst de nieuwe plaat te beluisteren.
Isbells, dat is vooral Gaetan Vandewoude. Maar meer dan op het debuut, staat er nu een band. Zijn broer Christophe is aangesloten, en ook de Nederlandse zangeres Chantal Acda doet mee. Zij zorgt voor tegengewicht voor het fragiele stemgeluid van Gaetan Vandewoude. Dit is er ook aan te horen, dat Isbells nu meer een band is geworden. Nochtans vind ik ook ‘Heart Attacks’ niet al te geweldig. ‘Heading for the Newborn’ daarentegen ben ik steeds beter gaan vinden, en nu is het één mijner favorieten.
Maar de echt fraaie dingen moeten dan nog komen. ‘Falling in and Out’ heeft een boodschap die je kan vergelijken met de mythische feniks; sterven om te incarneren. Ik zie het zo toch, dat een relatie sterker kan worden door met een schone lei te herbeginnen. “Falling in and falling out of love; don’t you know that’s what I’m dreaming of; so in the end that we could start from the top; don’t you know that’s what I’m dreaming of”. De baslijntjes op dit nummer zijn trouwens om van te smullen!
Met ‘Letting Go’ heb je dan een nummer dat weer tegen het geluid van ‘For Emma, Forever Ago’ aan schuurt, de stem van Gaetan lijkt hier wel op breken te staan. Het is allemaal wel erg goed en geloofwaardig gedaan, want de song weet me bij de keel te grijpen. En dat doet een goeie song uiteindelijk toch, al kan het soms wat langer duren (lees: ‘Heading for the Newborn’). ‘Letting Go’ is het blokhutnummer op de plaat, als je begrijpt wat ik bedoel. De hut in kwestie is gemaakt van weerbarstig beukenhout. Er brandt een eenzaam vuurtje binnen. En toch heb je het koud, zo in je eentje.
‘Illusion’ heeft een wat voller geluid, klinkt ook ietwat opgewekter (al is die neerslachtige ondertoon zeker niet afwezig). Het refrein zorgt echter voor wat zon, en klinkt erg vlot. Een geschikte single, voor de meerwaardezoeker. De ik-persoon is op zoek naar “closure”, en dat komt het best tot uiting in dat refrein, waar de zang van Gaetan en Chantal fraai samenkomt. “This has been an illusion; but how could I have known; I’m writing down all my conclusions; so I could let you go”.
De teksten zijn nooit moeilijk te begrijpen, en soms zelfs iets te simplistisch van aard, als je ‘t mij vraagt. In ‘One Day’ bijvoorbeeld, klinkt het refrein “One day; I’m gonna get liked; one day; I’ll be all right”. Nu stoort dit niet enorm, maar toch wel een beetje, omdat het nummer voor de rest wel op niveau is. Dan is het jammer dat zo’n refrein de orde een beetje verstoort. Ook muzikaal is het een sterk nummer, met die melancholisch klinkende blazers en vaag een eind weg tokkelen op de akoestische gitaar.
‘Elation’ herbergt dan weer een kinderkoor, een geslaagde toevoeging. Gaetan haalt voor dit nummer zijn hoge falsetto nog eens uit de kast, en dan hoor je toch duidelijk de gelijkenis met Justin Vernon. Vooral de samenzang met Chantal Acda is weer indrukwekkend mooi. Ik zing het altijd mee (het onomatopee-gedeelte dus), vals als een kat, dat weet ik zelf ook wel. Maar soms moet ik gewoon meezingen, kan ik niet anders. Mijn geest roept me toe dat ik me maar ‘ns moet laten gaan. Het kinderkoor maakt het nummer echt helemaal af. Op naar ‘Baskin’’.
Meteen ook het enige nummer dat onder de 3 minuten klokt. Een nietige worm tussen giganten? Neen, zeker niet in de bedoeling van “minderwaardig”. Het is geen nummer dat er bovenuit steekt, maar een sterke middenmoter; één van die vele “gewoon leuke songs”. Het zet met z’n ongedwongen, sobere geluid al de toon voor de geweldige afsluiter, ‘Erase and Detach. Dit nummer begint wel erg rustig, met een naar blues geurende akoestische gitaar. Gaetan schuift er zijn zang op de meest ingetogen manier tussen, maar op een bepaalde manier beklijft dit wel. Je zit in ieder geval in spanning te luisteren, en dat is exact de bedoeling, want dan is de impact van wat er nog komen gaat des te groter. De song (en het album) eindigt met de grootste, meest geweldige uitbarsting uit het (toegegeven, nog prille) oeuvre van deze Belgische band. Het mooiste bewijs dat Isbells een echte band is. De drummer stuwt, de blazers trekken en duwen, de lont dooft uit met een outro op piano, terwijl de aandachtige luisteraar het akoestische spel van in het begin van de song op de achtergrond nog kan terugvinden.
Isbells is gegroeid, zoveel is duidelijk. En zoals dat met zoveel gaat, gebeurt dit met vallen en opstaan. De foutjes die gemaakt zijn, worden hen vergeven, en zullen enkel betere muzikanten van hen maken. ‘Stoalin’’ is een prima opvolger voor het titelloze debuut, met jammer genoeg enkele mindere nummers. Door bepaalde nummers ben ik echt van mijn sokken geblazen, maar de soms der delen weet me niet helemaal te overtuigen.
3,5 sterren