Een tweeslachtig gevoel houd ik hieraan over want, hoewel de kwaliteiten er wel zijn, blaast deze EP me niet van mijn sokken. Eerlijk gezegd helt dit meer over naar rock dan naar metal, maar what’s in a name?
De eerste vijf minuten van Virus vind ik eerder vervelend dan wervelend, pas nadien wordt er met meer buskruit geschoten en dan denk ik soms aan een inzending van Cabeza Borradora, namelijk het betere Breed 77 met Cultura (2004) uit ronde vier van Het Metal Album van de Week. De zanglijnen met vreemde intonatie komen raar over en het houdt niet op bij de volgende nummers, hoewel Quarantine mooie gitaarlijnen bevat. Van nummer drie The Fall moet ik niets hebben, het aansteker-moment tijdens een optreden, hoewel halverwege het nummer het geweer van schouder verandert. Een circusorgel opent afsluiter Nothing Left en ik ontwaar warempel een korte grunt! Het stuk hierachter is wel mooi gedaan.
Euforisch ben ik niet over deze EP. Ik ga een eventueel volledig album afwachten tot ze meer boterhammekes hebben verorberd. Ietske meer power en ietske veel minder softe zanglijnen zou geen windeieren leggen, dat is een kwestie van ervaring opdoen en daarvoor zorgt “Tijd”.