Gerry Rafferty is geboren in Paisley, Schotland. Paisley ligt vlakbij Glasgow. Hij kwam uit een gezin met een vader die in een steenkolenmijn werkte, een vader trouwens die zwaar alcoholistisch was. Van zijn moeder, Mary met de meisjesnaam Skeffington, werd hij opgevoed met Schotse en Ierse volkswijsjes.
Hij ontworstelde zijn milieu door toe te treden tot the Humblebums. The Humblebums, met als voorman Billy Connolly, nu een bekend comedian, leefden van 1969 tot 1971. De reden voor Gerry om te stoppen met de groep, was dat Billy's aankondigingen steeds langer werden zodat minder ruimte overbleef voor zijn liedjes. Na the Humblebums ging Gerry solo. Het werd een flop. Gerry keerde weer terug naar het bandformaat. Samen met schoolmaat Joe Egan richtte hij Stealers Wheel op. Dat duurde van 1973 tot 1975. De ontbinding van de groep leverde wat juridische stekeligheden op waardoor Gerry pas in 1978 weer solowerk mocht gaan uitbrengen. Op zijn soloplaat City To City (1978) staat de hit 'Baker Street'. Die song werd zo'n hit dat hij er jaarlijks minimaal £ 80.000 aan overhield. Zijn kostje was gekocht. Echter succes heeft ook een keerzijde. Gerry wilde af van zijn gladde popformule. Hij wilde zich ontwikkelen. Dat had geen succes. Zijn carrière werd een aflopende zaak. Hij stierf in 2011. Hij had zich dood gezopen. Dit is de korte samenvatting maar het vertelt nog niet het hele verhaal.
Gerry was tijdens zijn leven sterk beïnvloed door het werk van Colin Wilson, de auteur van The Outsider. In dat boek onderzoekt Colin hoe wij als mensen ons blik kunnen verruimen van een kikkerperspectief naar een vogelperspectief. Hoe overwinnen we de robot in onszelf die ons zoveel mooie dingen heeft gegeven maar ons tegelijkertijd beheerst. Kortom: hoe bereiken we het niveau van zelfrealisatie dat ons in staat stelt piekervaringen zo te gebruiken dat ze leidend worden in ons leven. Ik hoor hier Maslov.
Als uitgangspunt nam Colin het werk van een aantal hoogbegaafde schrijvers, schilders, acteurs. Colin betoogde dat deze genieën werden geplaagd door twijfel en een existentiële angst. Het motiveerde hen issues te gaan onderzoeken die door een normaal mens als vanzelfsprekend werden aangenomen. Deze kunstenaars hadden voor zichzelf een waardesysteem ontwikkeld, die hen stimuleerde steeds weer vragen te stellen. Het leven is immers aan verandering onderhevig. Een normaal mens gaat daarin mee; hij beweegt mee. De buitenstaander gaat wanneer die verandering niet past in zijn waardepatroon, vragen stellen en onderzoeken.
Uiteraard kwam in Colin's boek Vincent van Gogh aan de orde. Doch ook figuren als Sartre, Huxley, Dostojewski. De ideeën van The Outsider komen terug in zowel Gerry's songteksten als hoe hij tegen de wereld aankeek. Vandaar ook zijn kritische benadering van de muziekwereld. Dat werd gevoed door de 3 jaar durende juridische strijd met zijn Amerikaanse platenmaatschappij die bepaalde hoe de liedjes van Stealers Wheel eruit zouden moeten zien. Gerry was het er niet mee eens. Gedurende de contractduur leverde hij geen liedjes meer in. Ook later probeerde Gerry nieuwe wegen in te slaan. Zo was hij 1 van de eersten (ver voor Radiohead) die zijn muziek beschikbaar stelde via internet.
Er zat nog een andere kant aan Gerry Rafferty: veel drank en veel one night stands. Het is opvallend hoeveel keer de drank in de songs op Can I Have My Money Back? voorkomen. Blijkbaar zorgde de drank bij Gerry voor piekervaringen. Na het succes van City To City en 'Baker Street', sloot Gerry zich steeds verder af van de wereld. Hij was te verlegen. Het is de reden geweest waarom hij na City To City steeds minder op tournee ging en naar alternatieve methoden zocht om zijn muziek aan de man te brengen. Regelmatig kreeg hij verzoeken van gevestigde artiesten als Clapton en McCartney om samen songs te gaan schrijven. Dit ter persoonlijke promotie. Hij wees ze categorisch af. Het paste niet in zijn waardepatroon.
Met het succes kwam de drank. Gerry werd een kluizenaar en zijn innamepatroon nam vanaf eind 80-er jaren legendarische proporties aan. En navenant de kwaliteit van zijn albums. Neerwaarts dus. Het bijzondere was dat Gerry nu wel regelmatig de krantenkoppen haalde. Onbedoeld weliswaar maar dan moet je het interieur van een dure hotelkamer niet gaan verbouwen. Ik vraag me af of dit ook zo'n piekervaring voor Gerry was.
Zijn doorbraak kwam met City To City (1978) maar verreweg zijn beste album is Can I Have My Money Back? (1971). De mooiste omschrijving van de muziek van Gerry is nog wel: 'Rafferty's songs have the sweet tenderness of Paul McCartney in his Yesterday mood'.
Van de 13 songs op Can I Have My Money Back? springen er 3 uit: 'Mary Skeffington' dat inderdaad aan zijn moeder is gewijd, 'For Each And Everyone' en 'Didn't I' dat een 1e indicatie is dat Gerry Colin Wilson had gelezen. Gerry speelt de draak met zichzelf in de titelsong waar zijn Schotse zuinigheid om de hoek komt kijken. In 'Mr Universe' roept hij de kosmos aan om net zo'n figuur te krijgen als een bodybuilder. Dan wordt het wat gemakkelijker vrouwen te versieren. De drank komt uitgebreid aan de orde in songs als 'One Drink Down' en 'Don't Count Me Out'.
En tenslotte zijn stokpaardje: de muziekbusiness. Zijn afkeer formuleert hij in 'Sign On The Dotted Line': ‘But if I'm going to make you a star, boy/ Get myself a chauffer-driven car, yeah/ Sign on the dotted line/ It's going to work out fine'. Die afkeer vloeide voort uit de verschillende uitgangspunten die beide partijen hanteerden. Gerry koos voor artistieke integriteit. De behoefte van de muziekwereld was 'personalities', publieke figuren te creëren. Van dat laatste was Gerry niet gediend. Hij was er trouwens ook niet geschikt voor. Het enige dat hij wilde was respect en acceptatie van de persoon die hij was. Gerry werd met die benadering een outsider in de muziekindustrie.
Het opvallende aan de plaat is de muzikale omlijsting. In tegenstelling tot zijn latere platen, is de boel op Can I Have My Money Back? niet versynthesizerd. Er is een piano en veel gitaarwerk. Af en toe krukkig uitgevoerd (New Street Blues) maar altijd charmant en prettig in het gehoor liggend. Hoorbaar zijn ook de Schotse en Ierse folkinvloeden zoals uiteraard in 'Mary Skeffington'. Op 'Didn't I' zijn zelfs de Amerikaanse country rockinvloeden van the Flying Burrito Brothers en the Eagles te beluisteren. Tenminste ik hoor een steelgitaar.
Can I Have My Money Back? is een gevarieerde plaat die lekker wegluistert en met een enkel nummer die iets minder klinkt. Het is een plaat van hoge kwaliteit. De plaat barst van de juweeltjes. Toen was Gerry nog in goede doen.
(Uit: Van Melancholie Tot Herrie – Jan Koenis)