Sonny Rollins is één van de weinige nog levende jazzlegendes. Hij groeide op in het New York van de jaren 30 en 40 en kwam al snel in aanraking met de jazz muziek. Zijn eerste interesse ontstond voor de piano, maar nog op jonge leeftijd maakte hij de overstap naar de alto saxofoon en later tenor. In korte tijd groeide hij uit tot een vakbekwaam muzikant en begin jaren 50 speelde hij al samen met Miles Davis, Charlie Parker en Thelonious Monk. Halverwege de jaren 50 kwam hij via therapie af van zijn heroïneverslaving en een jaar later verscheen zijn klassieker Saxophone Colossus. Hij nam het album op met de grote jazzproducers Bob Weinstock en Rudy van Gelder.
Met een drietal muzikanten onder de hoede van Rollins geeft het album de macht aan van zijn saxofoonwerk, met drie eigen composities en en twee herbewerkingen van eerder verschenen materiaal. De schoonheid van de opnames ligt in de duidelijke melodielijnen en heldere klanken, afgewisseld met de humor in de improvisaties. De tropische opening van het album met zijn signatuur song St. Thomas, gevolgd door de klassieker uit het Great American songbook genaamd You Don’t Know What Love Is. Soms is de muziek zacht en groots en op andere momenten krachtig en meeslepend. Een ander enerverend werk is het slotstuk Blue 7, waarin de jazz de blues verwelkomt met drie enerverende saxofoonsolo’s. Het is niet alleen Rollins die zich hier van zijn beste kant laat zien, ook pianospeler Flanagan brengt de melodiestructuur in beweging, waarnaast Watkins met zijn pakkende basspel het geheel in evenwicht houdt, altijd ondersteund door het voortreffelijke ritmische gevoel van Max Roach.
4*
Afkomstig van
Platendraaier.