Anders dan op zijn eerste soloplaat vermijdt Lynott op
The Philip Lynott Album de scheurende gitaren. Groot is daarbij het aandeel van Midge Ure, wiens synthesizers nogal eens klinken. En er klinkt nog iemand uit de synthpopwereld: drummer Rusty Egan van Visage. Beide mannen waren ook bekenden in de modescene van de New Romantics, die zich centreerde rond club The Blitz; Egan was daar huis-dj. Vandaar ook het kekke jasje dat Lynott op de hoes draagt?
Opgenomen Amerikaanse religieuze radioprogramma's vormen de basis in het titelnummer, rustig met drumcomputer, en
Gino. Dampende funk klinkt in
The Man's a Fool , alsof je naar Earth, Wind & Fire luistert; met als gadget de spacegun van oudste dochter Sarah.
Old Town blijft tijdloos mooi met z'n gesproken begin van roadie Gordon Johnson, prachtige melodie en het verhaal in de tekst, net als de trompet in het solodeel. Geschreven met zijn maatje Jimmy Bain, voordien bij Rainbow en Wild Horses.
Cathleen, over/voor zijn tweede dochter, is net wat minder mooi dan
Sarah, dat op Thin Lizzy's
Black Rose verscheen; maar nog altijd een schattig liedje en
Growing up lijkt dan over de oudste dochter te gaan.
Beide dames keren op volwassen leeftijd terug in de documentaire 'Songs for While I'm Away', die verkrijgbaar is als onderdeel van
deze box. Daarin wordt ook gesproken over de liedjes die papa voor hen schreef.
Yellow Pearl sluit de A-kant af. Het was tevens de tune van Top of the Pops, dé Britse chartshow van die dagen, waar het lied
met een hippe dansgroep in beeld werd gepresenteerd. Nergens is de invloed van Ure groter dan hier. Het is bijna alsof Lynott degene is die mag meedoen, in plaats van andersom. Twee studiofanaten, verknocht aan knutselen in de opnameruimte.
Funk en een drumcomputer bepalen
Together dat de B-kant opent, waarna
Little Bit of Water dromerig vervolgt; Lynott speelt hier onder meer Ierse harp. In
Ode to Liberty klinkt niet alleen fraai gitaarspel van Mark Knopfler, ook doet Lynott zijn beste Dylanimitatie. Met zijn bijna zes minuten te lang om te blijven boeien.
Gino bevat lekkere percussie en de opnamen van een enthousiaste prediker, met
Don't Talk About Me Baby (drumcomputer en voor het eerst een scheurende gitaar) gaat de lamp zachtjes uit.
Lynott tapte bewust uit een ander vat dan hij bij Thin Lizzy deed. Niet macho, maar kwetsbaar als vader en minnaar met gebroken hart, bovendien met een fascinatie voor religie. Hier en daar zingt nicht Monica Lynott op de achtergrond; ook zij komt in de genoemde documentaire aan het woord.
De vraag of zijn nasaal klinkende stem het gevolg was van een verkoudheid of zijn sterk gegroeide drugsgebruik, wordt in de biografieën over hem niet direct beantwoord, wat ertoe leidt dat je het laatste vermoedt.
Dit alles levert een album op dat mij een 7,5 waard is: best lekkere nummers, maar op de B-zijde valt de spanning te lang weg. Dat Lynott zo frequent met synthesizers en drumcomputers speelt, laat zien dat hij meer was dan de rocker, voor wie hij nogal eens wordt versleten. Open voor nieuwe ontwikkelingen. Onbedoeld laat het ook zien dat Ure een hele grote meneer was geworden, dankzij diens succes met Ultravox vanaf 1980.