Het is me wat met die favoriete artiesten van mij dit jaar. Antony komt met herbewerkingen van oude nummers met klassiek orkest, het mogen dan wel live opnames zijn, zo klinken ze niet echt. Tori Amos komt met eenzelfde concept over enkele weken, Doe Maar bracht afgelopen weekend nummers in een nieuw jasje uit, Kylie doet het weer met een orkest (The Abbey Road Sessions) en Patrick Wolf steekt zijn nummers in een akoestisch jasje.
Tori doet het omdat het twintig jaar geleden is dat haar debuut uitkwam en Patrick vanwege het feit dat het 10 jaar geleden is dat zijn debuut uitkwam.
De één doet het dus groots met orkest, de ander maakt zijn nummers kleiner.
Het zijn altijd wel hachelijke ondernemingen. Want voegt het ook echt iets toe aan de discografie van een artiest? Is het niet gewoon een beetje muzikale armoede?
Daar zal altijd over getwist worden denk ik. Zelf sta ik daar vrij neutraal tegenover. Als het maar goed gedaan is en in het geval van Patrick Wolf scheelt het alvast dat hij de nummers in akoestische setting brengt (Tori bijvoorbeeld neemt nummers die al voorzien waren van orkest en dan kun je je afvragen wat het dan nog toevoegt).
En dan is het natuurlijk de vraag of de nummers aan kracht winnen of dat ze juist hun kracht verliezen. Moet je willen sleutelen aan nummers die ijzersterk zijn? Opzwepende nummers als The Libertine of The Magic Position worden nog steeds opzwepend gebracht maar dan een stuk kaler. Is dat krachtig of mis ik iets?
Allemaal vragen die me gedurende de hele speelduur niet helemaal loslieten. Ik ben van de muziek van Patrick gaan houden om wat het was en bij z'n debuut koste dat echt even tijd voordat die liefde er was. Nu krijg ik ze opeens in andere vorm voorgeschoteld en moet ik daar ineens weer aan gaan wennen.
Gelukkig merkte ik al snel dat mijn liefde voor zijn muziek groot is en dat het talent van deze nog jonge artiest duidelijk voelbaar is op Sundark and Riverlight.
Deze versies weten ook te overleven en hebben karakter. Wolf zingt vaak met een vrij donkere, diepe stem wat pure emotie uitstraalt net als de muzikale omlijsting. Ook zonder electronische snufjes lukt het hem om 'rare piepjes en kraakjes' te produceren zodat het spannend blijft.
Hierdoor vermijdt hij de valkuil van een gezapig zondagmiddag album, iets wat je met een akoestisch concept toch snel kunt krijgen.
Sundark and Riverlight is daardoor wel echt een album voor de Wolf-liefhebbers geworden. Wil je deze artiest leren kennen dan is dit album geen aanrader. Het is sowieso moeilijk om een album aan te duiden als instapmoment want kies je voor het electronische avontuur dat Lycantrophy heet of ga je voor de pop van The Magic Position of Lupercalia.
Wind in the Wires is mijn favoriet dus ik neig te zeggen ga daar voor maar het is en blijft een lastige kwestie en daarmee kunnen we best stellen dat we te maken hebben met een eigenzinnige artiest die wars is van wat anderen willen of vinden.
Ik ben heel benieuwd hoe dat live gaat uitpakken in een kerk (Paradijskerk Rotterdam 29 oktober a.s.). Afgaande op dit album heb ik daar alle vertrouwen in.
Sundark and Riverlight is een geslaagd project wat mij betreft en het is leuk om te zien dat hij echt van alle albums en 1 EP (Bitten is afkomstig van Brumalia) dingen heeft genomen wat de diversiteit ten goede komt.