Cherry Vanilla is het alias van Kathleen Dorritie, met een breed cv waarop onder andere werk als theateractrice en schrijfster staat. Als zangeres werd ze bekend in de kringen van (punk)club CBGB in New York. In 1977 speelden nog ene Sting en Stewart Copeland in haar band, maar die zijn ten tijde van haar debuut vertrokken. Ze bracht twee albums uit, daarvan is
Bad Girl de eerste.
Hier klinken scheurende gitaren in gezelschap van een boogiepiano. Rockend op de wijze zoals Britse pubrockers dat ook konden, zoals in opener
I Know How to Hook. Je kunt er ook invloeden van glamrock in herkennen, zoals David Bowie en The New York Dolls die maakten. In tweede nummer
So 1950's wordt halverwege versneld naar - inderdaad - de intensiteit van punk.
Not So Bad bevat dan echter "gewone", midtempo rock met koortjes. Vanilla's krachtige zang doet aan Ellen Foley denken, de zangeres welke met Meatloaf werkte en solo scoorde met
We Belong to the Night. Ook dit nummer versnelt op gegeven moment, maar liever hoor ik het felle
The Punk en
No More Canaries, dat invloeden verraadt van de Ramones.
Kant 2 begint met de boogierock van
Hard as a Rock, waarin opnieuw de tingeltangelpiano van Zecca Esquibel; over hem (én Sting en Copeland)
hier meer. In
Liverpool opgetogen pubrock met jankende gitaarsolo en een meezingrefrein. Traag is het stevige
Foxy Bitch en via
Bad Girl volgt vrolijke pubcountry met dansende pianolijnen, alsof we in een Amerikaans café staan. Afsluiter
Little Red Rooster is aardig.
Ja, het gaat diverse kanten op voor Cherry Vanilla. Is
Bad Girl daarmee afwisselend of juist onevenwichtig? Ik twijfel... Wél een dikke 7 als schoolcijfer.
Mijn reis door new wave kwam uit het Duitse Hannover van 1979 en de groep
Hans-A-Plast en ik vervolg bij de
tweede die Cherry Vanilla uitbracht.