En toen was het crisis in het huishouden.
6 studio albums en 2 live sets later stond de groep internationaal nergens.
Er was wel één gouden plaat in Amerika met Bloodshot.
En er waren een paar Billboard hot 100 noteringen met sommige singels.
Maar hoe moest het nu verder met the J. Geils Band?
Het begon met de singel Peanut Butter.
Een liedje bij een reclamespot.
Zou de groep de commerciële toer op gaan?
En twee jaar na het vorige studioalbum, in 1977 pas,
kwam de groep met een nieuwe elpee en een nieuwe naam.
Geils (zie hoes) heetten ze vanaf nu.
De plaat heette Monkey Island en toonde een groep
die koortsachtig zocht naar nieuwe invalshoeken, nieuwe wegen.
SURRENDER was de eerste singel: goed geprobeerd maar geflopt.
Soul, funk, (een beetje disco) met vrouwelijke achtergrondvocalen.
YOU'RE THE ONLY ONE is een saaie ballad met ingetogen vocalen.
Bloedarmoede en zuurstofgebrek zijn hier de juiste woorden.
I DO was een leuke cover met "hit" written all over it.
Maar de hitsingel kwam er pas in 1982 met de live versie.
SOMEBODY was meer J. Geils Band oude stijl.
Met gitaren en mondharmonica in de frontlijn: maar geen goed nummer.
I'M FALLING was een melodieuze ballad die wel werkte.
Zo goed zelfs dat hij in 1982 live op Showtime terecht kwam.
MONKEY ISLAND is eigenlijk het prijsnummer van de plaat.
Een 9 minuten durend muzikaal avontuur met vocale rustpunten.
I'M NOT ROUGH is een mondharmonica uit de oude doos.
Magic Dick soleert met verve op een pianobasis: de band valt later in.
SO GOOD is nu ook weer niet zo goed.
Maar het nummer swingt wel, met soulvolle blazers op de achtergrond.
WRECKAGE toont opnieuw een ingetogen Peter Wolf.
Akkoestische gitaar, bijna een lied uit het singer songwriters repertoire.
De band vaart een nieuwe koers: definitief weg van het oergeluid.
Peter Wolf zingt "normaal", de songs worden mainstreamer.
Wat nog ontbreekt is een eigen, nieuwe sound.