Inderdaad een verrukkelijke popfunkplaat. Geproduceerd door Quincy Jones en dat hoor je er goed aan af, want het muzikale palet is vergelijkbaar met albums als Off the wall, Give me the night en Quincy's eigen funk-album Stuff like that. Op dat laatste album uit 1978 zong Chaka Khan al hoorbaar mee op de titelsong die een hit werd, en ik neem aan dat daar de basis werd gelegd voor deze eenmalige samenwerking.
Het zorgt er wel voor dat Masterjam anders klinkt dan de voorgaande Rufus-platen en ook anders dan het solo-materiaal dat Chaka Khan rond deze tijd uitbracht. Gelikter en poppier, al blijft de funk domineren. Ik houd er wel van. Deze plaat pakt goed uit omdat de nummers overwegend sterk zijn en de muzikanten heerlijk op dreef. Ze krijgen wel hulp van de gebruikelijke sessiekrachten als de Brothers Johnson (overigens voornamelijk percussie), de Seawind Horns en vocaliste Patti Austin, allemaal 'troetelkindjes' op producties van Jones.
De titelsong werd geschreven door toetsenist en Q-huiscomponist Rod Temperton - en dat gebeurde op méér succesvolle Q-producties (Off the wall, Thrilller, Give me the night). Ook Live in me is van zijn hand. Bovendien covert Rufus het nummer Body heat, dat al eerder de titeltrack was van een album van Quincy Jones zelf. Het origineel is beter, vind ik, al maakt Rufus er wel een heel ander - sneller en disco-achtig - nummer van.
Daarmee lijkt Masterjam eerder een vehikel voor de kwaliteiten van de producer en arrangeur, maar zolang het eindresultaat overtuigt, vind ik dat geen probleem. Chaka is vocaal goed op dreef en overschreeuwt zich niet. Do you love what you feel was de Amerikaanse top 40-hit en Any love haalde de R&B-hitlijsten. Daarmee staan de sterkste nummers van het album vooraan, maar ook naderhand is er nog genoeg te genieten. Een ander hoogtepunt is Heaven bound, een semi-ballad, die Chaka op haar best laat horen.