Heerlijk zomerse popplaat, misschien stiekem nog wel een pak sterker dan hun vorige twee (vind ik dan). Alleen het pinkfloydiaanse XXIII, alhoewel op zichzelf genomen best mooi, valt een beetje uit de toon en haalt de vaart uit de plaat. Ik zet het album vaak als geheel op, maar nummers als Idols en White Oath draai ik ook regelmatig los. Het zijn van die schijnbaar achteloos simpele popliedjes, die tegelijk melodieus onweerstaanbaar in elkaar steken en waar ik een heel verliefd gevoel van krijg.