MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

David Coverdale - Into the Light (2000)

mijn stem
3,81 (26)
26 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock
Label: EMI

  1. Into the Light (1:18)
  2. River Song (7:20)
  3. She Give Me (4:14)
  4. Don't You Cry (5:49)
  5. Love Is Blind (4:30)
  6. Slave (4:55)
  7. Cry for Love (4:55)
  8. Living on Love (6:34)
  9. Midnight Blue (4:58)
  10. Too Many Tears (6:01)
  11. Don't Lie to Me (4:43)
  12. Wherever You May Go (3:58)
  13. As Long as I Have You * (3:07)
  14. Oh No! Not the Blues Again * (3:40)
  15. All the Time in the World * (6:35)
toon 3 bonustracks
totale tijdsduur: 59:15 (1:12:37)
zoeken in:
avatar van Killeraapje
4,0
Prima solocd van Coverdale die over het geheel genomen iets rustiger is dan het werk met Whitesnake. Alhoewel hel album erg doet denken aan Restless Heart. Enig minpunt is de overnieuw opgenomen versie van Too Many Tears die is volgens mij totaal overbodig

avatar van RonaldjK
4,0
Het jaar 2000. Men was bang voor een digitale crisis, omdat jaren die als 99 waren genoteerd, zouden terugspringen naar 00. Ga preppen, was het devies. Op nieuwjaarsdag constateerde ik bij enige oliebollen dat ik dat terecht niet had gedaan.
Ik was druk met een gezin met vier jonge kinderen, met hardrock en metal was ik al enige jaren klaar. En toch. Als oude vrienden als David Coverdale met nieuw werk komen, is dat interessant.

Na de hoogtijjaren '80 was hij in de jaren '90 in een gat gevallen: wie ben ik, wat kan ik? Het eerste herstel was er met de herontdekking van de loeiharde bluesrock, getuige het album dat hij in 1993 uitbracht met Jimmy Page van ooit Led Zeppelin. Vervolgens maakte hij soloalbum Restless Heart (1997), dat wegens contractuele verplichtingen tevens onder de vlag van Whitesnake moest worden uitgebracht.
Met de titel van het onder eigen naam uitgebrachte Into the Light geeft hij aan dat hij zich had hervonden. Dit met vaak lome blues, waarin hij nauwelijks de toppen van zijn longen zoekt: de hoge schreeuw is schaars. Gelukkig.

Ik kan genieten van dit album. Weliswaar herken ik wat MetalMike in juni '23 schreef, onder meer "Ik had gehoopt op een plaat met Soul en misschien weer een beetje de Gospel-feel die de solo platen hadden (...)". Het is inderdaad niet retro geworden in de stijl van zijn eerste solowerk, direct ná Deep Purple. Maar iets van de loomheid van de eerste jaren Whitesnake (de jaren met gitaristen Moody en Marsden) proef ik wel degelijk.

Het instrumentale titellied opent 77 seconden lang (kort!) de plaat en blijkt de opmaat naar het slepende River Song, dat iets heeft van Purples Mistreated. Coverdale zingt heerlijk ontspannen, bluesgrootheden als Muddy Waters en John Lee Hooker noemend. Hij had deze ode aan Jimi Hendrix al zo'n twintig jaar liggen, getuige dit interview destijds bij Melodic Rock. Gitaarwerk van Doug Bossi en Earl Slick.
Op de old-school bluesstamper She Give Me speelt Reeves Gabrels (ex-David Bowie, nadien bij The Cure) op de zes snaren, met wie het uitgroeit naar een uptempo climax.
Mede dankzij het gitaarspel van Dylan Vaughan en het orgel van Mike Finnigan in Don't You Cry heeft dat nummer een jaren '70-gevoel, alsof het is geïnspireerd door All the Young Dudes van David Bowie / Mott The Hoople.

De strijkers plus mandoline in het akoestische Love Is Blind bevallen mij eveneens goed. Met het stevige Slave hoor ik voor het eerst iets dat lijkt op de harde kant van Whitesnake, heerlijk nummer. Mondharmonica en honkytonkpiano in Cry for Love, blue eyed r&b in de stijl van Frankie Miller. Living on Love is stevig met elektrische slidegitaar in de stijl van Micky Moody, qua zanglijn niet zo pakkend.

Rockballade Midnight Blue is evenmin spannend, de ingetogen remake van Too Many Tears van de voorganger bevalt mij echter goed. Op aangeven van zanger Chris Isaak een poging om het nummer in de stijl van Roy Orbison te doen, getuige dit interview bij Eon Music.
Don't Lie to Me is na alle melancholie een verrassend felle rocker, eentje die goed bevalt bovendien. Eén van de nummers die hij schreef met Earl Slick. Wel valt op hoe snel Coverdales stem schel wordt als hij kracht zet. Het ingetogen slotlied Wherever You May Go is een pareltje, mede dankzij de stem van Linda Rowberry. En dat zegt iemand die niet van ballades houdt...

Ik leerde David Coverdale begin jaren '80 kennen als de romantische, bronstige hengst van Whitesnake. Op Into the Light is hij verrassend kwetsbaar, een kant die hij niet eerder zo sterk liet zien. Ja: fijn!

Ook dit album verscheen nadien onder de vlag van Whitesnake, in dit geval als onderdeel van The Solo Albums in een andere trackvolgorde en zonder het titelnummer. Zie hierboven wat Wyverex op 30 oktober 2024 schreef.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 13:28 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 13:28 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.