MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Merzbow - Merzbox (2000)

mijn stem
4,06 (8)
8 stemmen

Japan
Avant-Garde / Electronic
Label: Extreme

  1. OM Electrique Part 1 (31:17)
  2. OM Electrique Part 2 (7:55)
  3. Untitled Taped Drum Solo (8:59)
  4. Untitled Guitar Solo (10:25)
  5. Balance of Neurosis (46:59)
  6. Remblandt Assemblage (9:44)
  7. Voice of Scwitters (2:09)
  8. Theme of Dadaist (9:39)
  9. Hans Arp (1:47)
  10. Tape Dada (5:52)
  11. Music Concret (2:34)
  12. Prepare Guitar Solo 1 (17:32)
  13. Prepare Guitar Solo 2 (3:59)
  14. Electric Environment (24:00)
  15. Untitled Material Action (23:57)
  16. Telecom Manipulation (18:18)
  17. Merz Rock 1 (1:58)
  18. Merz Rock 2 (8:23)
  19. Merz Gamlan 1 (15:54)
  20. Merz Gamlan 2 (5:55)
  21. Merz Scat (11:29)
  22. Merztronics Jazz Mix (11:45)
  23. Merztronics Rhythm Mix (11:17)
  24. Untitled (5:17)
  25. Untitled (5:59)
  26. Untitled (10:35)
  27. Untitled (6:13)
  28. Untitled (4:53)
  29. Untitled (6:51)
  30. Untitled (3:14)
  31. Untitled (22:52)
  32. Paradoxa Paradoxa Pt.1 (46:14)
  33. Paradoxa Paradoxa Pt.2 (26:08)
  34. Hoochie Coochie Scratched Man (25:31)
  35. Yumin, Non Stop Disco (21:14)
  36. New Acoustic Music No.7 (23:58)
  37. Untitled (11:25)
  38. Untitled (2:52)
  39. Untitled (1:48)
  40. Untitled (4:37)
  41. Untitled (1:06)
  42. Untitled (8:40)
  43. Untitled (7:26)
  44. Untitled (4:35)
  45. Solonoise Pt.1 (23:55)
  46. Solonoise Pt.2 (23:42)
  47. Solonoise Pt.3 (22:21)
  48. Manipulation 1 (17:37)
  49. Manipulation 2 (5:28)
  50. Manipulation 3 (6:36)
  51. Manipulation 4 (3:53)
  52. Manipulation 5 (2:51)
  53. Manipulation 6 (2:15)
  54. Manipulation 7 (1:57)
  55. Manipulation 8 (5:45)
  56. M.F.S. W 1 (18:58)
  57. Nil Vagina Tape Loop No.0 (14:08)
  58. Nil Vagina Tape Loop No.1 (30:19)
  59. Nil Vagina Tape Loop No.2 (28:28)
  60. Nil Ad Mirari (22:47)
  61. Nimbus Alter Magneto Electricity (18:12)
  62. Electric Pygmy Decollage (14:12)
  63. Machanization Takes Command (11:01)
  64. Peaches Red Indian (10:46)
  65. Sahara (5:44)
  66. Iggy (3:15)
  67. Suicidal Machine (4:17)
  68. Ai-Da-Ho (10:19)
  69. Denegration (10:07)
  70. Indifferent Pt.1 (6:20)
  71. Indifferent Pt.2 (8:01)
  72. Ooinon for Satva Karman (Sprashutavia) Decoup (21:46)
  73. Dharma Kamarage (22:17)
  74. Sukha, Chanda, Tanno, Kless (23:28)
  75. Genetic Erotic (Sie Wiro Weib) (22:57)
  76. Rejet, Ictus, Connotation, Accompagnement, Penisersatz, Stigma Indelible Etc. (23:14)
  77. Agni Hotra (18:26)
  78. Asagaya in Rain (3:51)
  79. Swamp Metal (6:29)
  80. Loops in Flames (12:30)
  81. Arbertus Magnus (7:14)
  82. Kunyan (7:52)
  83. Untitled Waves (6:45)
  84. Industrial (3:32)
  85. Loop Fuck 1 (6:12)
  86. Loop Fuck 2 (5:39)
  87. Obituary 1 (5:15)
  88. Obituary 2 (7:12)
  89. Night Noise White (31:24)
  90. New Karhma (31:24)
  91. Dynamite Don Don Pt.1 (16:54)
  92. Dynamite Don Don Pt.2 (13:16)
  93. UFO Vs British Army (30:46)
  94. Toy 69 (28:55)
  95. Flesh Radio 1 (4:49)
  96. Flesh Radio 2 (4:51)
  97. Dance of Dharma-Kala (13:29)
  98. Psycotic Orange (0:42)
  99. Helgas Death Disco (5:34)
  100. Eros Pandra (8:28)
  101. Kirie (6:45)
  102. Domine (5:54)
  103. Chopin Is Dead (5:55)
  104. Risa Supersex (2:55)
  105. Antimony Pt.1 (10:30)
  106. Antimony Pt.2 (13:05)
  107. Eyes of Isonokami (11:40)
  108. The Lampinak - Sarpent Power (10:29)
  109. Carcass on the Floor (4:35)
  110. Village of 8 Graves (4:30)
  111. Anus Anvil Anxiety [Long Version] (14:40)
  112. Radio 1511 (24:01)
  113. Mortegage Inc. Batztoutai (23:21)
  114. Enclosure (17:27)
  115. Scarabe (5:33)
  116. Interline No.1-3 (18:10)
  117. Itch (5:39)
  118. Libido Economy No.1 (5:39)
  119. Libido Economy No.2 (5:32)
  120. Electroacoustic Voyage (23:47)
  121. Electric Red Desart (18:19)
  122. Lightning (19:10)
  123. Live at Trade Unions Place of Culture Hall 23 March 1988 (29:21)
  124. Live at Soviet Army Officers House Hall 24 March 1988 (28:13)
  125. War Storage Pt.1 (23:02)
  126. War Storage Pt.2 (23:48)
  127. War Storage Pt.3 (21:08)
  128. White Gamlan (16:27)
  129. Fission Dialogue (9:08)
  130. Inside Tangues in Tera-Aspic (32:11)
  131. Joint (20:51)

    met S.B.O.T.H.I.

  132. Code-Gerausch-Aggregate (20:12)

    met S.B.O.T.H.I.

  133. Jointed (7:06)
  134. Mustela Erminea Nippon (23:00)
  135. Mustela Sixasa Namiyei (Including: The Revenge of the Son of Monster Magnet) (23:50)
  136. Strange Strings (16:16)
  137. KIR Transformation (40:40)

    met Achim Wollscheid

  138. Cockchola (12:54)
  139. Extract 1 (4:21)
  140. Extract 2 (5:48)
  141. Extract 3 (1:18)
  142. Extract 4 (5:59)
  143. Kinetic Environment (11:46)
  144. Yeah, But That Was Just Dyke Stuff Great Nude Variation No.2 (17:46)
  145. Music for Funk Arts No.1 (22:51)
  146. Music for Funk Arts No.2 (22:09)
  147. Great Nude Variation No.1 (12:05)
  148. Extract 5 (3:40)
  149. UP Steel CUM (16:24)
  150. Catabolism Variation Stereo No.1 (14:02)
  151. Deaf Forever / Wild Thing / Electric Shaver Forest / De-Soundtrack Variation No.1 / Rap the Khabarovsk (31:01)
  152. Mona (2:51)
  153. Great Nude Variation No.3 (5:57)
  154. Duck Exercise (17:14)
  155. Blues in C Minor (24:23)
  156. Body (6:09)
  157. Brain Forest for Metal Acoustic Concret (23:57)
  158. Spinnozaamen (24:01)
  159. Autopussy Go No Go (7:40)
  160. Modular (15:12)
  161. Postfix (8:26)
  162. Newark Hellfire (58:45)
  163. Magnetic Void (20:35)
  164. Rocket Bomber (15:17)
  165. Untitled Cock (6:13)
  166. Autopussy Go No Go 2 (13:22)
  167. Decomposed Cockoo (26:29)
  168. Stacy Q, Hi Fi Sweet Leaf (26:28)
  169. True Romance Theme (3:52)
  170. Music Cave (2:27)
  171. She Floating - Preparation (15:43)
  172. She Mutilation - Main Ritual (15:17)
  173. Injured Imperial Soldiers Marching Song (22:29)
  174. Metal of Doom (6:36)
  175. Electric Peekaboo (3:45)
  176. Iron Caravan (5:33)
  177. Brain Ticket Death (34:01)
  178. In-A-Gadda-Veddah (16:53)
  179. Cross Toad (10:57)
  180. Slash Embryo (32:34)
  181. Sunohara Youri Is Suzanna Erica (10:16)
  182. Moon over the Bwana A (5:30)
  183. Apple Rock 1 (14:20)
  184. Apple Rock 2 (16:17)
  185. Apple Rock 3 (7:23)
  186. Apple Rock 4 (7:55)
  187. Liquid City 17-1-95 (19:11)
  188. Dalitech Filters (21:09)
  189. Tiabguls (9:16)
  190. Cheese Car Commando (7:35)
  191. Minus Zero (5:57)
  192. Etic (4:08)
  193. Delta X (4:33)
  194. Tremelo Man (10:27)
  195. Euclids Pickel (13:48)
  196. Chameleon Body (9:18)
  197. Little Bang! (7:38)
  198. You - Bahn (5:27)
  199. Marfan Syndrome For Blue [Remix] (7:07)
  200. Oldenbergs Soft Gun (18:39)
  201. Spider Nest Castle Pt. 1 (12:26)
  202. Un Br Che (11:25)
  203. Yosef Voice (2:12)
  204. Rhinogradentia (14:52)
  205. Silver Scintillator (16:41)
  206. Narco (24:02)
  207. Travelling (20:04)
  208. Floating Manhattan (14:06)
  209. Hongkong Suite (24:52)
  210. Motorond Pt. 2 (31:25)
  211. Motorond Pt. 1 (27:53)
  212. Hair Gun (13:16)
  213. Kyoko Hamara Air Clyster (12:14)
  214. Black Brain of Piranese (13:26)
  215. Soft Parts 1&2 (17:29)
  216. Wild Pair (3:50)
totale tijdsduur: 49:45:46
zoeken in:
avatar
tuktak
erg bedankt zeg, zeer interessant om te lezen, ookal had ik bij het meeste zelf die gedachten al wel wat gelegd, en is dit meer een bevestiging hiervan.

voor ik aan deze merzbox begon was ik wel iets bekend met merzbow, maar nog niet genoeg om diepere achtergronden te herkennen. de reacties hier en op internet maakten dan ook dat je gaat denken dat het luisteren hiernaar een avontuur in de wildernis is, een sprong in het diepe zeg maar. na een paar albums kon ik die mening al niet delen, en vond ik dit werk niet vervelend of gekmakend maar intrigerend en boeiend. waar ik me nu mee bezighoudt is de vraag of dit nou boeiend is door de lelijkheid, of dat het iets is wat ik als lelijk plaats omdat het buiten vastgestelde grenzen valt.

ik luister nu merzbox 7, wat rechtstreeks uit een slechte horrorfilm zou kunnen komen. door dit stuk hierboven, met merzbow, en het dadisme in gedachten, krijg je vanzelf filosofische gedachten. in de kunst is altijd een gevecht tussen absolute artistieke vrijheid, en de vraag of alles kunst genoemd kan en mag worden. Voor deze collectie kan je hetzelfde afvragen of dit onder mooi, onder muziek valt, of onder crap met gelul als redenatie waarom dit mooi zou zijn. zelfs breder getrokken zie je dat de mens continu in zo'n tweestrijd zit, wat is een mening (vrijheid van meningsuiting) en wanneer wordt het een belediging. zo ook in de mode, of in individuele gedragingen van mensen. misschien sla ik een beetje door, maar zulke gedachten ontstaan niet bij het beluisteren van de nieuwe coldplay of sigur ros. waarmee dit sowieso waarde heeft, ookal is het lelijk, maar daar ben ik zelf ook nog niet over uit.

avatar
sxesven
Sorry voor de teleurstelling jongens, maar ik hoopte dat jullie meteen wel zouden vatten dat er niet zoiets als de JIEA bestaat. 1 april

avatar van Paap_Floyd
Ik zei net al tegen Mads dat het jammer was dat het gisteren geen 1 april was. Maar wel geweldig hoe je zo'n tekst "uit je duim" kan zuigen in zeer korte tijd

avatar
sxesven
Haha, ja, goed afgericht op de universiteit zullen we maar zeggen, academisch gezwets rolt er als vanzelf uit.

avatar
handsome_devil
lol toon is wel het grootste slachtoffer sorry toon

avatar
sxesven
Sorry Toon, maar je hapte zo mooi.

avatar
tuktak
haha, maar als je andere stukken over merzbow leest op internet klopt het wel wat hierboven staat, dus geloof niet dat je het (allemaal) verzonnen hebt.

avatar van Paap_Floyd
Natuurlijk heeft 'ie niet alles verzonnen. Hij heeft alles wat 'ie gelezen heeft over Merzbow enzo gewoon samengebracht in een eigen artikel. Sven, ik zou het gewoon ergens publiceren

avatar
sxesven
Haha, natuurlijk zitten er feiten in (links met Dadaïsme voornamelijk), maar de links met klassieke muziek en de referenties naar Hogarth trekken op niets. Sowieso zijn alle citaten en referenties natuurlijk uit de duim gezogen. Edoch steekt er misschien wel een kern van waarheid in, wie weet...

avatar
handsome_devil
barok- en romantiekinvloeden

avatar
sxesven
Akita also still attempted to incorporate his influences in more intricate ways, translating baroque's basso ostinato into punching tape loops running underneath a series of releases from 1994-6, most notably Noisembryo (1994), Magnesia Nova (1995), and Akasha Gulva (1996), while he juxtaposed different tonal and a-tonal feedback layers in ways reminiscent of the innovative chord progressions of the Romantics without ever having to give up any harshness inherent to noise music (the three aforementioned works show as much).

Nou klinkt dit ook wel vet aannemelijk, al zeg ik het zelf.

avatar
tuktak
haha noujah, hij heeft ook the beatles geremixed, eigenlijk is alles aannemelijk als het om merzbow gaat
maar netjes gedaan dan, ik geloofde je verhaal al kun je het ook tijdverspilling noemen

avatar
jeko
En ik maar zoeken op het web. haha , you got me swen

avatar
sxesven
Hehe, ik heb me het schrijven ervan goed vermaakt hoor.

avatar van Toon1
Ja heel grappig hoor

en toch vond ik het een interessant stukje, ook al slaat het nergens op

avatar
jeko
Ben nu aangeland bij cd 30 van de Merzbox, Crocidura Dsi Nezumi en tot nu toe behoort deze tot één van de betere (naar mij mening), ook los uitgebracht in 1987, volgens mij op cassette en hier met extra nummer, met het Merzbow geluid wat we nu zo goed kennen (harsh) .Al met al vindt ik deze box na 30 cd's nog steeds interessant en de heer Masami Akita mag gerust een groot talent genoemd worden (al zullen sommige dit niet beamen) en alle facetten van de avantgarde beheerst MA dan ook.

avatar
handsome_devil
zozo, je bent al een heel eind op weg

avatar
jeko
Zo is het maar net, en als ik bij 50 ben begin ik gewoon weer opnieuw

avatar
handsome_devil
haha ik luister af en toe zo eens een album ervan, heb nu de eerste 10 gehad, en bevalt me prima op deze manier hopelijk kan ik em ooit echt aanschaffen

avatar
Ik heb de eerste twee gehad... schiet niet echt op maar ik vindt he tot nu wel zeer goede muziek .

avatar
jeko
Zo heb er nu 36 geluisterd waarvan de laatste Cloud Cock 00 Grand behoorlijk heftig was, ik neem even pauze om morgen (mischien) verkwikt weer verder te gaan.

avatar
jeko
Laatste track van cd 41 Brain Ticket Death, mischien wel het magnum opus van de harsh noise, 35 minuten oorsplijtende pleurisherrie, i love it.

avatar
Sietse
\o/

bijna jongen...

avatar
jeko
ja ja, the end is near...

avatar
jeko
jeko schreef:
Gewoon non stop draaien, kost je maar twee hele dagen en dan hou je nog 1 uur 45 minuten en 46 seconden over, om bijvoorbeeld te slapen.


Berekening klopt geen fuck van zie ik nu pas,

avatar
jeko
Zo, het is volbracht, deze Pleasuredome of Noise, 50 uur Merzbow in al zijn facetten, meestal goed, soms heel goed, af en toe vermoeiend, soms lelijk, net als het leven zelf dus.
Mocht ik nog een keer zo'n box luisteren dan doe ik het in iedergeval anders. Één hoogstens twee albums per dag en dan elk album afzonderlijk beoordelen,nu ben ik het overzicht een beetje kwijt geraakt.Dus tip voor de mensen die deze release nog willen luisteren, doe het rustig aan!
50 cd's is uiteindelijk best VEEL, en het lullige is, nu heb ik alles beluisterd maar nog niks in handen, dus nu is het zoeken naar een mooie aanbieding van deze box (rond de 200 euro ofzo).
Want uiteindelijk vind ik de Merzbox zeker wel de moeite waard en heb alleen maar meer respect gekregen voor Masami Akita.Vorige week reed ik in Amersfoort langs een Japans restaurant dat Akita heette, ik dacht toen even dat ik paranoide geworden was, had die dag net nonstop vijf albums uit deze box gedraaid.

een quote die ik las, vat deze box wel mooi samen:

The only person stupider than a person who listens to and writes about Merzbow’s Merzbox is the one who reads about it.

avatar
sxesven
Tof dat je 'm afgeluisterd hebt jeko! Ben zelf nog bezig maar het einde komt ook hier in zicht (disc 47 draait inmiddels). Kan me voorts behoorlijk vinden in je verhaal inderdaad; heeft legio goede momenten, af en toe ook wat saaie momenten, is hier en daar briljant en zo verder. Of je de box anders had moeten luisteren, dat weet ik niet. Ik doe er zelf ook steeds een stuk of 5 per dag en eigenlijk bevalt dat wel; bovendien, de Merzbox is nu eenmaal een gigantisch werk en hoewel je de platen onderling wel degelijk moet kunnen beoordelen denk ik dat de ervaring van het totaalplaatje ook meetelt en daarom moet je toch wel enigszins doorluisteren. De hele massa van het ding (haast 50 uur pleurisherrie) is toch ook een doorslaggevende factor binnen de beoordeling, hoewel je natuurlijk niet alles er vanaf moet laten hangen en ook zeker (of zelfs: juist) de platen als afzonderlijk moet beoordelen.

Leuk citaat overigens inderdaad, hoewel ik het er verder volstrekt niet mee eens ben natuurlijk, want het doet suggereren alsof de enige kwaliteit van de Merzbox zijn kwantiteit is en daarmee doe je het geheel toch echt tekort. Het is een bij vlagen geniaal retrospectief dat juist de nadere analyse verdient die het nu misloopt omdat er wegens zijn massa wat moeilijker vat op te krijgen is.

avatar
sxesven
Disc 1: Om Electrique (1979) (3,5)
1. Om Electrique, Part 1
Typische old school Merzbow. Niet harsh dus, maar meer richting musique concrète. Een mantra-achtig (om) gezoem loopt over de gehele linie door terwijl willekeurige percussie (voornamelijk wat metaal) er overheen wordt gepletterd. Richting het einde krijgt de choas iets meer de overhand. Luistert wel ok weg, maar niet geniaal. Wel lekker analoog.

2. Om Electrique, Part 2
Het tweede deel gaat verder waar het eerste deel eindigde (de split, vermoed ik zo, omdat dit oorspronkelijk op een C60 is uitgebracht). Feitelijk dus weinig anders dan 'Part 1', waardoor, zo beschouwd, de twee delen dan ook eerder als één compositie gezien dienen te worden. De mening blijft staan. Niet geniaal, maar luistert fijn weg en lekker analoog. De onderliggende om klinkt trouwens erg lekker, moet gezegd worden.

3. Untitled Taped Drum Solo
Begint ietwat harsher. Wat generieke (gitaar)feedback en screeches openen de track, die na een minuut of drie tot een abrupt einde komen om plaats te maken voor wat non-harsh gepiep en de titulaire drumsolo met veel gemep op toms en wat cowbell en bekkens. Heeft vanaf daar ook weinig met de noise van doen waarom Merzbow doorgaans bekend staat, en is wederom meer richting het musique concrète materiaal dat hij in vroegere tijden nogal eens opnam. Tevens natuurlijk een leuke curiositeit gezien het feit dat Akita zelf natuurlijk drumde in verscheidene prog-bandjes, hoewel de percussiekunsten alhier de gemiddelde progfan eerder de kast op zullen jagen. Nochtans zeker niet onaardig dit.

4. Untitled Guitar Solo
Schommelend en bibberend gitaarmisbruik, door wat pedaaltjes heengetrokken en met toegevoegde echo hier en daar. Hoewel het natuurlijk elke traditionele songstructuur ontbeert toch vrij muzikaal. Geen muren aan feedback maar redelijk ritmische verkrachting van een gitaar. Wederom lekker analoog, een groot pluspunt van deze gehele taperelease wat mij betreft, aangezien het ten eerste gewoon lekker klinkt en ten tweede inzicht tot Akita's werkwijze geeft (weinig, of liever: geen post-editing ook volgens mij); wat de goede man nu allemaal doet is redelijk goed te horen, snaaraanslagen, gerammel en dergelijke zijn duidelijk te onderscheiden en te herkennen. Al met al een release die indien niet boeiend is wegens zijn muzikaliteit dan sowieso als curiositeit.

Disc 2: Metal Acoustic Music (1980) (3)
1. Balance of Neurosis
Op het ene spoor hortende en stotende gruizige feedback in de lagere regionen, op het andere meer gitaarmisbruik als in Untitled Guitar Solo op Om Electrique edoch aanzienlijk boeiender wegens wat zorgvuldiger samengesteld. Al naar gelang ook wat screeches in het feedbackspoor. Bij vlagen redelijk (analoog) harsh, vooral wanneer de gruizige feedback goed op gang komt en er elders wat vette screeches doorheensteken. Na een minuut of tien valt het geheel even stil om daarna in het geheel meer als Untitled Guitar Solo te gaan klinken (dat is, sans gruizige feedback) edoch dan op twee sporen tegelijk (iets meer post-editing dus ook). Niet onaardig allemaal, maar heeft iets te weinig om het lijf om echt volledig te boeien. Iets te vrijblijvend gerommel op de gitaar. Zo halverwege lijkt het allemaal wat meer op gang te komen wanneer een knisperig geratel prettig doorknettert en er goede screeches enerzijds en wat diversere feedback en geluiden anderzijds uit orenschijnlijk iets meer geluidsbronnen overheen gegooid worden. Over het geheel genomen best aardig, maar iets te fragmentarisch en amateuristisch naar mijn zin. Desalniettemin een leuk kijkje in Akita's keuken anno 1980.

Disc 3: Remblandt Assemblage (1980) (4,5)
1. Remblandt Assemblage
Een fijne, gruizige loop die erg goed klinkt onderbouwt het nummer waaroverheen Akita echoënd metalen geschraap en getik gooit. Kent weinig tot geen progressie maar klinkt verder erg tof. Eén van de betere dingen voorlopig.

2. Voice of Scwitters
Akita blaast poepgeluidjes in zijn microfoon en voegt wat willekeurige percussiegeluiden en feedback toe. Niet zo boeiend.

3. Theme of Dadaist
Wederom wordt de gitaar tevoorschijn gehaald. (Haast) traditioneel spel vergezeld door zowaar op de maat meetikkende percussie. Het heeft vooral aan het begin wel iets van vroege Jandek. Verrassend muzikaal voor Merzbow, maar heel erg Merzbow in de klassieke zin van de naam klinkt het dan ook niet. Op de achtergrond lijkt een radio mee te blèren. Fascinerend stukje muziek wel dat meer dissonante outsider music is als dat van Jandek, dan daadwerkelijk noise. Richting het einde trekt het iets meer naar de abstractie (en naar Merzbow zoals we hem voornamelijk kennen) maar blijft het evengoed boeien.

4. Hans Arp
Vet klinkende feedback en percussioneel gekraak. Tof trackje, even kort als krachtig.

5. Tape Dada
Doorspekt van een musique concrète-achtig gevoel. In- en uitwapperende vlagen aan drone-achtige edoch klinkend als traditioneel geïnstrumenteerde geluiden met flarden en feedback en wederom een radiootje op de achtergrond dat er bij vlagen doorheen tettert. Na krap een minuut neemt wat dwarrelende gitaarverkrachting de boel over, wederom met een drone-achtig geluid Niet veel later valt voornamelijk metalen percussie (bij vlagen vrij ritmisch) het geheel bij. Spaarzame vervormde stemsamples richting het eind en wat tom-percussie.

6. Music Concret
Klinkt erg found sound, deze track. Field recordings uit een keuken openen het geheel; spattend water en pangerammel. Het pangerammel vormt weldra echter de hoofdmoot aan percussie. Hoog gitaarpepiep wordt hier en daar redelijk lukraak toegevoegd. Boeiend stukje experiment wel.

7. Prepared Guitar Solo 1
De titel zegt natuurlijk genoeg. Ruim 17 minuten aan geprepareerde gitaar. Fragmentarisch, maar wel interessant. Haast theremin-achtige sounds en percussie worden tevoorschijn getoverd (hoewel ik niet durf te zeggen of de percussie op de geprepareerde gitaarsolo wordt gespeeld, maar ik mag hopelijk aannemen van wel), evenals luide feedback en straightforward getokkel. Meer getetter van een radio wordt hier en daar onder het geluid begraven. De geest van Dada waart duidelijk rond in deze track (en sowieso de gehele release), wat gezien de titels natuurlijk niet in het geheel als een verrassing hoeft te komen. Het is duidelijk waar Akita hier de mosterd vandaan haalt, maar het pakt alleszins goed uit.

8. Prepared Guitar Solo 2
Solo 2 klinkt zoals verwacht in hetzelfde straatje, maar Akita bewijst in ieder geval een interessante compositie neer te kunnen zetten met zijn geprepareerde gitaar. Het improvisationele en accidentele ervan geeft blijk van niet een ongecontroleerd maaiwerk, maar van toch wel een aandachtig uitgewerkt (of in ieder geval: neergezett) stuk. Als geheel blijkt Remblandt Assemblage voorlopig de meest interessante release. Niet meer de wat stuurloze eerste schreden op het experimentele pad maar een wat duidelijker richtinggevoel dat het geluid alleen maar ten goede komt.

Disc 4: Collection Era Vol. 1 (1981) (3)
1. Electric Environment
Electric Environment kent een geluid dat nog steeds transparant is (percussie, analoge verkrachting en dergelijke zijn goed te onderscheiden en herkennen) maar wel al een tikje chaotischer en hier en daar meer richting traditionele noise trekt (d.w.z. zoals de typische Japanoise (sla Extreme Music from Japan er maar eens op na) wordt geacht te klinken). Heeft bij vlagen echter ook wel wat van een avant-garde jazzbandje dat volledig op hol geslagen is (denk een Mêlée - Violent Forms of Laughter). Naar gelang de track voortduurt komt er steeds meer analoge noise in de mix, wat hier en daar dan weer afzwakt en dan weer aanzwelt. Klinkt door de mix van schrapende percussie en geflipte feedback echter wel ontzettend boeiend. Even ritmisch als ontspoord. Tegen het einde verliest de track zijn percussie en daarmee wat momentum, maar lijkt het even richting C.C.C.C.-achtige praktijken te gaan. Dat is alleszins natuurlijk niet kwalijk te noemen. Het ritmische einde, waarin een voortstuwende tom bedolven wordt onder verschillende, afwisselende lagen feedback is een waardig hoogtepunt. Zeer tof!

2. Untitled Material Action
Hier keert de rust weer wat terug. Een ritmische gedreun en gebliep dat hier en daar wat van toonhoogte verandert en vervormd wordt ondersteunt de track over de gehele linie, daaroverheen wat verdere gitaarbewerking en wat field recording zooi (spattend water, metalen geschrap) op de achtergrond. Na enkele minuten wordt het gedreun er uitgewerkt om weldra plaats te maken voor ander ritmisch gerommel terwijl de rest schijnbaar (of blijkbaar) onbewogen voortratelt. Niet veel later krijgt wat ongeïnspireerd en te beleefd gitaarmisbruik (wat loze bliepjes) de overhand en is het vuur er even uit. Het geheel sleept zich, met hier en daar kleine maar uiteindelijk oninteressante oplevingen (sporadisch gedreun, wat feedback, meer getetter van een radio incluis een haast grappig disco-achtige interlude en een soortement chant, wel goed verkracht natuurlijk), zo vrij onopmerkelijk to de eindstreep. Noch harsh, noch boeiend in zijn ruimtelijkheid. Nee, hier kan ik erg weinig mee.

3. Telecom Manipulation
Lijkt de belofte die de titel schept alleszins goed in te lossen. Verkracht telecom-gezoem (beltonen, kiestonen, noem maar op) en overstuurde en vervormde stemmen vormen de hoofdmoot. Het resultaat is een vrij vormloze, stuurloze en (iets te) accidentele compositie waarbij allerhande geluidjes iets te vrijblijvend door, langs en tegen elkaar worden gemept. Mist daardoor de kracht om de volle speelduur (toch bijna 20 minuten) te blijven boeien. Mist daarnaast wat diepte en komt mede daardoor meer over als een catalogus aan geluid die als basis had kunnen dienen voor een toffe track dan als een toffe track. Nu is het resultaat vooral te rommelig, te amateuristisch en te saai.

Disc 5: Collection Era Vol. 2 (1981) (3,5)
1. Merz Rock 1
Zo, dat klinkt weer een stuk anders. Ik zou ze haast beats noemen, die ratelende flarden percussie die deze track voortstuwen. Klinkt tof! Wat analoge feedback en gitaarmisbruik eroverheen. Niets mis mee.

2. Merz Rock 2
Zet (zoals de titel reeds alweer doet vermoeden) de lijn voort die in deeltje 1 werd aangezet. Een beat ratelt wederom vrolijk mee terwijl feedback de percussietrack lastigvalt. De beat geeft er al vrij gauw de brui aan om plaats te maken voor wat vormelozere percussie, terwijl de feedback vrolijk doorhort en -stoot. Niet veel later is er plots en (jawel!) vierkwartsmaatje te ontwaren onder de voortdurende stroom aan kermende geluiden die Akita te allen tijde uit zijn gitaartje perst. Heeft verder weinig om het lijf, maar is verre van vervelend. Leuk om te horen zelfs wel, aangezien het duidelijk maakt dat een release als Merzbeat uiteindelijk toch ook niet uit de lucht is komen vallen (wat mijn waardering ervoor geenszins zou veranderen, begrijp me niet verkeerd); dit vroege Merzbow-werk herbergt doorgaans toch vrij duidelijk een muziktaliteit waarvan velen niet zouden geloven dat Akita het in zich had. Waarvan akte.

3. Merz Gamlan 1
De titel spreekt wederom boekdelen. Vrij boeiende percussie (een daadwerkelijke gamelan, wellicht, hoewel ik - excuses, Akita - niet verwacht dat onze Merzbow een gamelan-virtuoos is) ligt aan de basis van deze track, hoewel deze goed bedolven wordt onder lagen analoge feedback en maniakele instrumentatie en slechts hier en daar tot de oppervlakte reikt. Desalniettemin chaotisch op de goede manier. Doet wederom een beetje aan een op hol geslagen avant-garde jazzbandje (zie Electric Environment op disc 4) denken. Een voorstuwend gerommel aan geluid dat echter geenszins mislukt fragmentarisch klinkt en ook wel wat ademt van de Dada- en musique-concrète-beïnvloedde geluiden van verscheidene stukken op de eerdere platen.

4. Merz Gamlan 2
Uiteraard meer materiaal als de voorganger, hoewel de percussie hier wat meer de ruimte krijgt. Verder wederom gewoon erg genietbaar.

5. Merz Scat
Wederom weer een track die iets te vrijblijvend alles maar door elkaar gooit om echt interessant te zijn. Wat willekeurige percussie, bliepjes, een vervormd gekreun en nog een willekeur aan andere geluiden. Klinkt vooral te makkelijk. Piep ploink kraak pats en zo een goede 10 minuten. Wat redelijke traditionele beats en verdere percussie later in de track proberen het geheel nog wat leven in te blazen, maar tevergeefs. Tevens is het geluidenpalet hier toch wat aan de matte kant; geen enerverende samples, geen gierende feedback, puur wat slap geneuzel dat nergens ook maar even de aandacht weet te grijpen. Niks bijzonders dus.

6. Merztronics Jazz Mix
De titel suggereert een soort vroege voorloper van Door Open at 8 AM, maar de track klinkt zelf meer als een officieus vervolg op Telecom Manipulation (disc 4), zij het ietwat minder fragmentarisch. Een drone-achtig gepiep dat wederom wel wat van een kiestoon heeft schommelt in en uit, omhoog en omlaag, en wordt onderwijl belegd met meer van het welbekende gepluk aan de gitaar. Wegens de consistente basis wat beter te genieten dan eerdere tracks in dit straatje (zoals de voorgenoemde), maar verder zeker geen hoogvlieger.

7. Merztronics Rhythm Mix
Een variatie op de voorgaande track die wel levert wat 'ie suggereert, aangezien een duidelijk vierkwartsmaatje het hele geval ritmisch op de baan houdt. Een vergezellend basloopje in combinatie met willekeurige bliepjes en quasi-duister gezoem en geknal vullen het geheel verder in. Wederom geen hoogvlieger, maar verre van vervelend om te luisteren en evengoed leuk als testament van Akita's (toch wel) muzikale roots.

Disc 6: Collection Era Vol. 3 (1981) (3,5)
1. Untitled
Een voorzichtig, ratelend gepiep en een op percussie gebaseerde loop, subtiel edoch ontzettend effectief, vormen het fundament van deze track, die zijn verdere inkleuring dankt aan analoog gepiep, geratel en bliepjes. Hoewel die textuur niet zeer veel indruk maakt, doet vooral de genoemde loop wonderen, aangezien die de track een welkom en goed klinkend houvast biedt. Wereldschokkend mag het niet heten, een luisterbeurt waard wel degelijk.

2. Untitled
Een bij vlagen nauwelijks waarneembaar, laag gezoem geeft hier en daar de ruimte aan vervormde en hol klinkende percussie. Wat in theorie misschien wat monotoon en saai klinkt blijkt wel degelijk te werken. Een fascinerend stukje dat uitblinkt door zijn geweldige gevoel voor understatement. Doet bij vlagen wel denken aan de betere power electronics (wat Broken Flag spul, voornamelijk de vroege verzamelaars) en iets als Smell & Quim. Vooral lekker duister. Erg goed dus!

3. Untitled
Een nogal oninteressante loop (wat gruis en een nogal maf klinkend bliepje) die voornamelijk gewoon niet helemaal werkt is het voornaamste onderdeel van deze track, die verder enkel wat grotendeels nauwelijks opvallend gemor aan een gitaar te bieden heeft. Echt een pak minder dit.

4. Untitled
Gemor aan een gitaar en een keur aan andere geluiden. Vrij transparant stuk dat wederom een musique concrète-gevoel kent. Geratel en gekraak, tikjes percussie, hier en daar wat horten white noise. Vrijblijvend gerommel, maar het klinkt wel degelijk boeiend.

5. Untitled
Het bliepje uit Untitled 3 keert terug sans de ruis van dezelfde loop en vormt jammerlijk de hoofdmoot. Wat gesuis en gemorrel aan gitaar en Akita's besteklade moeten variatie opleveren maar doen datniet en als geheel is dit toch echt te zwak. Vooral die loop gaat je na een halve minuut al de keel uithangen. Na 5 minuten ben je dan blij dat 't afgelopen is.

6. Untitled
Meer geratel en gekraak en gestommel. Wederom klinkt het geheel accidenteel en licht musique concrète. Fijn transparant geluid wel dat in ieder geval een boeiend resultaat oplevert en niet gehinderd wordt door de een of andere op de zenuwen werkende loop. Wat radiostoring en andere elementen leuken de boel verder op. Gezien het verdere materiaal in deze box en daarbuiten (ook buiten Merzbow) is dit verre van uniek, maar Akita geeft er wel blijk van het kunstje onder de knie te hebben.

7. Untitled
Ritmische percussie en al even ritmisch gitaarwerk. Weer een beetje een Jandekgevoel hier wegens de lak aan enige tonaliteit binnen een verder wel degelijk muzikaal kader (zoals Jandek zijn dissonante en schijnbaar van enig gevoel voor melodie gespeende koordaanslagen binnen conventionele blues ritmes). Wel boeiend.

8. Untitled
Een stommelend loopje op de achtergrond en daarover wat vervormde samples (een beat is te herkennen) openen het geheel, waarna wat vormeloos gitaargerommel, een wat suffe loop (die een vertraging van de loop uit Untitled 3 en Untitled 5 lijkt) en percussioneel gekletter het verdere werk doen. Een ander, knisperig loopje neemt gelukkig na een paar minuten de boel over en verschaft een iets boeiendere basis voor het zootje geluiden dat erover verspreid wordt. Naarmate de track voorduurt wisselen verschillende loops en dergelijke elkaar nog af. Bij vlagen wat prettige, luide feedback. Sampletjes en dergelijke worden er soms wat te lukraak bijgegooid en het geheel is soms echt iets te fragmentarisch wat lijkt te suggereren dat Akita met de speelduur van 20 minuten (nog) niet helemaal uit de voeten kan, maar verder is dit toch erg genietbaar.

Disc 7: Paradoxa Paradoxa (1981) (4)
1. Paradoxa Paradoxa Pt. 1
Een live-performance uit '81, en een erg boeiende. Gezoem en hazy feedback in de lagere regionen, eroverheen, voornamelijk in het begin, meer geratel dat voor percussie door moet gaan. Langzaamaan baant een laag gruizig gepiep zich de track in. Best interessant, aangezien verschillende lagen hier en daar over elkaar heen schuiven en zo soms een soort VGM-sound lijken te benaderen (let wel: een MIDI-sound, natuurlijk, denk SNES RPG's), klinkend als typische basement-tracks; duistere orgeltjes en lang aanhoudend atonaal gepiep. Hoewel het moeilijk muzikaal in traditionele zin is te noemen, is deze track wel echt verrassend melodieus. Duister, onheilspellend, soms iets te fragmentarisch edoch zeker boeiend. Akita toont hier wederom een gevoel voor understatement dat wel bewondering weet te kweken. Paradoxa Paradoxa Pt. 1 zoemt vooral in de lage regionen onophoudelijk door en het hele gruizige sfeertje dat hier en daar sterk aan de betere power electronics doet denken (zie ook track 2 op disc 6, maar dan wel compleet anders) kan mij absoluut bekoren, aangezien ik mij dergelijke platen altijd goed laat smaken. Gaat daarbij ook veel meer (veel meer dan de voorgaande schijfjes) richting latere (d.w.z., nog wel de analoge) Merzbow, vooral wanneer er, zo rond de 20 minuten, wat screeches en goed overstuurde feedback binnenvallen en de track best harsh begint te klinken. Tegen de 30 minuten onstaat er weer wat meer ruimte, en klinkt er wat effectief lo-fi analoog gerommel met daaroverheen gepiep, screeches en scrapings. Als er op het laatst dan nog wat vervormde, nauwelijks herkenbare en goed begraven stemsamples tussen het geweld doordringen blijkt Akita deze fascinerende trip tot een boeiend en waardig einde te kunnen brengen. Lichtelijk briljant!

2. Paradoxa Paradoxa Pt. 2
De oorsprong van deze track is mij onbekend (de oorspronkelijke tape (en dus live-opname) was een C46), maar dat 'ie is opgeduikeld is natuurlijk fantastisch. Hoewel 'ie toch net een slag anders klinkt dan deeltje 1, ademt Paradoxa Paradoxa Pt. 2 dezelfde sfeer als zijn voorganger en is daarom een welkome aanvulling. Wederom betegelt Akita de vloer met laag, gruizig gezoem dat gezelschap krijgt van meer gitaarfeedback en synthverkrachting, incluis lagen gepiep die effectief tegen en over elkaar worden geschoven. Iets minder subtiel en zorgvuldig samengesteld ditmaal en daarom een stukje minder, maar evengoed weer een uitstekende track.

Disc 8: Material Action for 2 Microphones (1982) (3,5)
1. Hoochie Coochie Scratched Man
Opent met wat subdued samples van een liedje en wat metalen geklater. Na krap een minuut doet een laag noise zijn intrede; overstuurde gitaarfeedback over een laag gerommel, waar de feedback soms aan kracht verliest en de ruimte laat voor de eerdere sample, die bij vlagen goed de overhand krijgt en een (door een Japanse gezongen) Duits gevalletje blijkt te zijn als een lied van Schumann. Onaangekondigd wisselen verschillende geluiden uit diverse bronnen elkaar af; dan zwelt een drone aan, dan wat licht vervormde percussie, dan metalen geschraap, dan ritmeloos getrommel, dan wat klassieke strijkers. Dat werkt eigenlijk als een tierelier. Fascinerende en gevarieerde compositie. Ademt weer een beetje de musique concrète / Dada-sfeer van bijvoorbeeld Prepared Guitar Solo 1 (disc 3), een vergelijking die volgens mij alleszins correct is. Uitstekend dus.

2. Yumin, Non Stop Disco
Een zwaar 80s klinkend nummer (galmende drums, gierende synths en zo verder) wordt bedolven onder een stortlaag aan feedback en wordt weldra volledig de mix uitgewerkt om plaats te maken voor wat vagere en meer vervormde samples welke van een radio lijken te komen die tegen wat willekeurige percussie en geklater moeten opboksen. Wederom een sterk geprepareerd-instrument-gevoel. Stoten gepiep en gezoem knallen hier en daar de mix in terwijl geschraap en licht, gruizig en rommelend gekraak de basis beginnen te vormen. Wederom wisselt een keur aan geluiden elkaar af, waaronder meer vervormde muziek (mooie toevoeging), generieke feedback en en metalen geschraap. Naarmate de track voortduurt krijgt de herrie wat meer de overhand en dat klinkt behoorlijk goed. Hoewel uteindelijk zeker zo gevarieerd als de voorgaande track (die zondermeer in hetzelfde straatje opereert), over het geheel net een slag minder interessant, maar evengoed nog altijd een bovengemiddeld goede track.

3.New Acoustic Music No. 7
Wederom veelal vervormde samples (overstuurde gitaar, piepende stemmetjes) die op zichzelf al erg lekker klinken en het meest interessante ingrediënt blijken over de gehele speelduur; althans, daar waar te horen. Daaroverheen weer een keur aan geluiden als op de eerdere twee tracks, hoewel hier voornamelijk beperkt tot gerommel op de gitaar. Dat gerommel (zowel laag geruis als gepiep en glitchy zooi) is hier en daar het enige ingrediënt en weet in die hoedanigheid niet altijd helemaal te boeien. Elders werkt wat percussioneel gekraak en meer van dat soort ongein zich nog de mix in (Akita blaast zelf nog ergens de microfoon in), maar voor een opleving zorgt het niet. Het hortende en stotende karakter (net of het hele zootje blijft hangen) is zelfs licht vervelend aangezien het geheel nooit eens lekker op gang komt en zich in een voortdurende stuiptrekking lijkt te bevinden. Deze track stond overigens niet op de originele taperelease (enigszins begrijpelijk, aangezien de andere twee duidelijk de betere zijn) en is dus ongereleased materiaal voor zover ik weet.

Disc 9: Yantra Material Action 2 (1982) (4)
1. Untitled
Wederom een 'Action' plaat. In naam echoot dat natuurlijk al welbekende Aktionen (oftewel performances, denk Nitsch maar ook (en wat mij betreft vooral) Beuys, Brus en Muehl). Dat suggereert, net als bij de voorgaande release overigens, een voornamelijk acccidenteel en improvisationeel karakter, iets wat ook wel degelijk blijkt te kloppen (zeker bij de voorgaande release). Wederom blijkt hieruit Akita's fascinatie voor en inspiratie door de Dada beweging en alles wat erna kwam; geprepareerde instrumenten, Aktionen en een gevonden-voorwerp-aanpak (evident in, bijvoorbeeld, het gebruik van radio en zgn. home instruments, oftewel keukengerei). Hier dus meer á la die benadering; een zoemende loop loopt, met wat toonwisseling, onder het hele geheel door terwijl een zwaar vertraagde stem en keukengerei-percussie eroverheen schuiven. Is in die zin dus vergelijkbaar met de tracks als op het voorgaande schijfje, hoewel dit een wat eenvormiger karakter kent en zonder al te veel oponthoud richting eindstreep doorspurt. Erg boeiende track wel juist omdat het nu eens gewoon flink doordreunt.

2. Untitled
Meer gitaargeneuzel. Wat feedback en gesuis en gekraak en een kort sampletje erdoorheen, hoewel het gitaarwerk te allen tijde de overhand houdt. Kort maar (misschien daarom) best aardig.

3. Untitled
Hier krijgt de percussie de overhand. Een niet erg bijzonder ritme tikt een minuut of twee door terwijl er onderdoor wat gezoem en gesuis klinkt. Niet erg interessant.

4. Untitled
Dit gaat dan weer meer in de richting van de eerste track en de vorige schijf, hoewel de ruis hier een stuk prominenter ingemixed is. Daaroverheen en tussendoor trekt Akita meer welbekend gepiep uit zijn gitaar. Geluid van vermoedelijk home instruments maken het geheel af. Inmiddels mag dit geen punten meer ontvangen voor originaliteit, maar nog wel degelijk voor goed-klinkend-heid. Goed klinken doet het namelijk wel. Licht psychedelische invloeden á la (daar zijn ze weer) C.C.C.C. ook. Erg leuk, jammer dat 'ie wat aan de korte kant is.

5. Untitled
En weer een korte track. Een geprepareerd instrument gevoel. Behoorlijk ritmisch. Te kort om echter veel indruk te maken; meer een interlude.

6. Untitled
Opent alvast erg goed; een lekkere drone-achtige ruis en daardoorheen goed duister gekraak en geronk. Dat houdt onophoudelijk aan en in die hoedanigheid heeft het wel wat weg van de eerste Untitled track hier. Af en toe goed harsh en klinkt mede daarom meer Merzbow dan de voorlopige schijfjes dat deden. Heeft ook wel iets van onheilspellendheid van Paradoxa Paradoxa Pt.1 en klinkt ook weer redelijk power electronics, hoewel het minder heeft van het synth geluid van de meeste PE. Erg toffe track, dit.

7. Untitled
Wat gas terug, hoewel de power electronics sound aanhoudt. Wederom duister gerommel op de achtergrond, daaroverheen wat onheilspellende sampletjes (orgel en dergelijke) en wat gitaargerommel. Later onstaat er wat meer ruimte en klinkt er voornamelijk semi-duister gekraak en gepiep terwijl geloopede en afwisselende stemsampletjes er wat variatie in aanbrengen. Tegen het einde mag de laag rommelende feedback zijn opwachting weer maken, om er dan weer uit te sijpelen en dan weer terug te komen. Gevarieerde, boeiende track.

Disc 10: Solonoise (1982) (3,5)
1. Solonoise Pt. 1
Begint meteen vrij harsh. Overstuurde feedback en een laag gruizig ruis vormen de hoofdmoot. Daaroverheen wat geschraap en gekletter. Klinkt stukken meer als daadwerkelijke noise en verliest daarbij wat van de transparantie van eerder materiaal, dat vaak te allen tijde herkenbaar was als een som der delen, terwijl de som hier wel staat maar het soms raden blijft naar de delen. Dat vind ik echter alleszins geen minpunt. Vooral de harshheid vind ik hier heerlijk, aangezien daarvan voorts nog weinig te horen was in deze box, en een goede laag harsh noise kan ik altijd waarderen. Daarbij zeer prettig chaotisch, met een laag gevarieerde textuur over een voortdurend voortdenderende basis. Halverwege haalt Akita nog een strijkstok tevoorschijn en trakteert 'ie ons op schots, scheef en schel strijkergepiep waarmee de voortdurende ruis wat afzwakt en er zowaar wat ruimte in het geheel ontstaat, evengoed voor wat instrumentatie als op eerdere discs. De gierende feedback is echter nooit ver weg. Komt uiteindelijk vooral over als een stortvloed aan geluid, maar wel eentje dat niet gaat van twijfelen en misschien maar er vol inknalt, en is daarom nog extra genietbaar. Puik zootje dat op mooie wijze de werkwijze van de Action platen en daadwerkelijke noise mixt.

2. Solonoise Pt. 2
Een prettige, gruizige loop loopt onder het gehele stuk door terwijl gitaarmisbruik het geheel verder invult. Wederom dus een fijn voortdenderend geheel. Klinkt mij, vooral in de eerste tien minuten, iets minder chaotisch dan de voorganger in de oren en had zo een (geprepareerde-)gitaar-stuk kunnen zijn ware het niet dat die vette loop het meer richting recht-toe-recht-aan noise trekt. Later wordt het geheel een goed stuk harsher en evenzo chaotischer. Goed in het gehoord liggen gekraak en geruis waar dan luide feedback, dan een goede piep en dan een willekeurige loop doorheen gegooid worden. Samengevat wederom een noisier variant op de Action stukken, enkel op andere wijze uitgevoerd. Iets minder dan Pt. 1, maar die is dan ook echt fantastisch. Deze is gewoon ook niet misselijk.

3. Solonoise Pt. 3
Deels dezelfde koek en deels andere: hoewel hier weer een gruizige loop aan ten grondslag ligt horen we hier wederom wat daadwerkelijke ritmische percussie dat zowaar vrij 'knap' klinkt (Akita is natuurlijk drummer, maar gezien zijn uitspattingen op zijn Merzbowplaten zou je haast niet verwachten dat hij er ook echt iets van kon). Na 2 minuten komt daar een abrupt einde aan (jammer!) en nemen gitaargepiep en -feedback de boel over (maar daar kan ik ook wel mee leven). Klinkt echter vrij kaal aangezien de gitaarverkrachting zoniet de voornaamste dan wel de enige geluidsbron vormt. Daar waar de feedback en screeches echter luid, luider, luidst klinken is op zich echter niet vervelend. Later dringt wat minder boeiend percussiewerk (mak getik op de toms en wat metaal) de mix binnen, wat niet erg spannend is maar wel wat broodnodige variatie oplevert. Rond de 11 minuten weer een abrupt einde en daarvoor in de plaats wat geratel en makke poepgeluidjes. Allemaal wat weinig enerverend. Naar mijn weten overigens wederom unreleased, aangezien de eerste twee tracks de originele Solonoise release vormen. Trekt wel het gemiddelde wat omlaag, jammer genoeg.

Disc 11: Expanded Music (1982) (4)
1. Manipulation 1
Een loop bestaande uit piepend geratel dreunt haast onveranderlijk door. Beetje een telecom-idee weer. Andere telecom-inferentie dringt hier en daar de mix binnen. Niet zo boeiend, saai zelfs. Lichtelijk irritant op de verkeerde manier. Na 7 minuten een doordringende piep en een abrupt einde aan de oersaaie loop, waarna chaotisch geratel en gezoem, klinkend als vrij standaard edoch goed luisterbare noise, de overhand krijgen. Vormt bij elkaar een redelijk energieke mix van allerhande geluiden zoals verder typisch voor de Merzbow van de vroege 80s.

2. Manipulation 2
Geen irritant telecomgepiep maar gewoon een vette, suizende en gruizige analoge loop die redelijk monsterlijk klinkt: erg lekker! Langzaamaan verandert en vervormt die en belandt erbij feedback en gepiep in de mix. Dit klinkt verrassend veel als de Merzbow van tien jaar later. Recht-toe-recht-aan rommelende en doordreunende analoge noise, maar hier kan ik zeker wel wat mee. Veelbelovend.

3. Manipulation 3
Wat geklap, een druk pratend publiek dat langzaam overstemd wordt door een laag ruis. Interessante live-opname slash performance of 'field recording' meets analoge noise opname, ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar het resultaat is alleszins fantastisch. De laag noise is heerlijk bruut en goed harsh. Genadeloos gezoem dat doordreunt zoals dat hoort terwijl de aanhoorders onveranderlijk doorkletsen.

4. Manipulation 4
Wederom een gruizige loop, maar eentje die behoorlijk melodieus aavangt en vrolijk langs de toonladders danst zonder al te veel aandacht te besteden aan enige ritmiek of verdere muzikaliteit. Een andere, stotterende laag gruis knalt er vrolijk overheen en stuurse feedback later al even goed. (Voorlopig) typerend voor de gehele sound van deze release, die veel geruis in de lage regionen en een redelijk harsh karakter kent, iets wat ik alleen maar kan toejuichen.

5. Manipulation 5
Iets transparanter; gruizig maar met een duidelijke ritmisch loopje aan de basis dat Akita uit zijn drumstel gesampled lijkt te hebben. Wederom klinkt het allemaal uitstekend en als geheel ook erg effectief. Ook weer redelijk harsh. Doet nog geen 3 minuten maar is er zeker niet minder om.

6. Manipulation 6
Deel 6 in de serie zet de lijn vrolijk door. Ditmaal iets meer gierende feedback dan misselijkmakend gerommel maar evengoed weer van een gruizige en harshe kwaliteit die de noiseliefhebber goed doet. Op de achtergrond tikt wat percussie mee dat doet denken aan de gamelan van Merz Gamlan 1 op disc 5. Wederom een korte maar uitstekende track.

7. Manipulation 7
Alweer zo'n kort trackje. Ditmaal schreeuwerige bliepjes en meer gesuis. Lekker chaotisch en opgefokt. Goed te luisteren dus weer, haast jammer dat het na 2 minuten alweer afgelopen moet zijn.

8. Manipulation 8
Hier doet het lage gerommel weer zijn intrede en het is dit dat de track voornamelijk voortstuwt. Willekeurige noise (voornamelijk wat lichte feedback) doet hier en daar ook mee maar speelt een ondergeschikte rol. Sober en kil maar evengoed weer fascinerend.

9. M.F.S.W. 1
Aanzwellende distortion gemixed met found sounds brengen de track op gang. Suizende geluiden, die hier en daar als beats klinken, doen hun intrede en de track klinkt weldra als een uitstekend voorbeeld van krakende, knarsende en suizende 80s japanoise. Over het geheel minimale progressie, deze stortvloed aan gierend ruis, maar dat deert weinig. Als geheel is Expanded Music de meest 'noise' klinkende plaat dusver en daarbij, los van het zwakke begin, ook duidelijk één van de betere releases die zowel consistent als consistent erg goed is.

Disc 12: Nil Vagina Tape Loops (1982) (4,5)
1. Nil Vagina Tape Loop No. 0
Een warped, gesampled, muzikaal (tape)loopje (heerlijk, die titels die je alvast een eind op gang helpen) opent het geheel, erg musique concrète en erg tof. Moet ook aan beetje aan het spul denken dat de gasten van The Skaters weleens willen uitbrengen (vooral in de soloprojectjes) en iets als Batztoutai is ook een referentie. De loop stottert een tijdje vrij ongestoord en vrolijk edoch redelijk gemarteld door terwijl willekeurige bizarre geluidjes incluis found sound (ergens loeit een sirene) er langzaamaan overheen gemept worden. Na luttele minuten moet het sampletje eraan geloven en doet een ander edoch soortgelijk sampletje (blazersgeluid) zijn intrede (dat onderwijl goed mishandeld wordt), terwijl er subtiel wat metalen percussie bij gemixed wordt. Elders een loop die lijkt te bestaan uit een over een schijf vinyl getrokken naald (Akita zou in zijn carrière meermalen van zijn platencollectie gebruik maken, waarvan Live at Radio 100 het meest fascinerend voorbeeld is, maar dit is wellicht het eerste), waar later bibberende en vervormde stemmen in te herkennen zijn. Harsh kan dit bij lange na allemaal niet genoemd worden (voor wie erop zat te wachten), maar uitermate fascinerend en boeiend is het evengoed weer wel. Een goede (tape)loop maken is een kunde, die boeiend houden een kunst; Akita toont er verstand van te hebben en het geweldig onder de knie te hebben. Mede door de extra ingrediënten extra genietbaar, en door de continue, subtiele mishandeling van zijn loops, die constant lijken te evolueren, weet hij eveneens de aandacht vast te houden.

2. Nil Vagina Tape Loop No. 1
Nummer 1 gaat verder waar nummer 0 eindigde, meer langzaam evoluerende, zich voortslepende en mishandelde tapeloops. Heerlijk materiaal dit waar ik uren naar kan luisteren. De subtiele, haast onmerkbare veranderingen die de loops ondergaan vormen fantastisch luistervoer. Erg understated trackje dit met een minimum aan toegevoegde geluiden; de kale, doffe en gruizige loops hebben zwaar de overhand maar klinken des te meer fascinerend. Wederom associaties met het geflipte jazzwerk van Mêlée (waarbij geflipte niet direct manisch betekent, eerder een outside the box), hoewel anderen het misschien daar niet mee eens zouden zijn, maar de geluiden die Akita rond de 4 minuten uit de tapes trekt klinken als het minimale geluid van blazers en percussie dat de muzikanten, doodgespeeld en in de roes der nacht en vermoeidheid, nog uit hun instrumenten weten te slepen. Prachtig spul dit. Na een minuut of 10 wat duidelijker onderscheidbare en feller in de mix liggende geluiden, met duidelijk geschraap. Halverwege komt aan dit alles een abrupt einde en komt er een stommelender, voortrommelend loopje in de plaats dat nu wel wat geluidsbeleg over zich uitgesmeerd krijgt, met legio bliepjes, vervormde sampletjes, wat percussie en lichte feedback. Het geheel sterft na een minuut of wat af, en de tweede loop uit No. 0 doet zijn (her)intrede, die hier echter ook wat meer textuur krijgt middels toegevoegde bliepjes en zulks en aan het einde volledig overstuurd raakt en enkel nog uit horten, stoten en bliepjes bestaat. Blijft echter geniaal. Wederom een fantastische track.

3. Nil Vagina Tape Loop No. 2
Meer naald-over-plaat geloop. Wederom de sirene. De hele plaat fungeert als één groot werk aan afwisselende, afstervende en terugkerende loops, die, zoals gezegd, evolueren, vervormen en in die hoedanigheid echt eindeloos kunnen boeien. Ook hier is dit weer het geval. De loop lijkt zich soms met moeite de mix in te kunnen drukken en schiet slechts af en aan tot het oppervlak. Het geluid is wederom kaal, sober en redelijk minimaal wegens weinig toegevoegde decoratie (maar dat hoeft, zo mag inmiddels duidelijk zijn, alleszins geen gemis te zijn). Na een minuut of 5 doet een andere, stuiptrekkende en zacht gierende loop zijn intrede, traag evoluerend tot een nog gruiziger, kaler en geweldiger loop, en dan weer verder, en zo voort. Het resultaat is vooral erg dynamisch (en nogmaals, eindeloos boeiend) en laat zich daarom moeilijk vatten in een statische beschrijving. Het hele idee van revolutie, een cirkel of (afhangkelijk van uw blik op het glas; halfvol, half leeg, enzovoorts) een (neerwaartse, opwaartse) spiraal dat binnen een tapeloop, met een gemiddelde levensduur van een seconde of twee, gesuggereerd wordt, met een constant voortdurende cyclus van aanzwellen en afsterven en mismaakte (of volmaakte) op mismaakte reïncarnatie, biedt wellicht boeiend filosofisch materiaal en verschaft de tapeloop een, wat mij betreft, fascinerende en verdiende extra dimensie (zat er toch nog iets van waarheid in mijn quasi-academische artikel). Ronduit geniale plaat, dit.

Disc 13: Material Action 2 (N.A.M.) (1983) (4)
1. Nil ad Mirari
Percussioneel gerammel en geflipte bliepjes, doorspekt met gerommel en geratel, edoch behoorlijk transparent en open klinkend, openen het geheel. Meteen een heel verschil met de voorganger. Harsh is het nog niet, maar het was uiteraard inherent aan het karakter van voorgaande plaat (tapeloops) dat het een repetitieve bedoening was (waar repetitief overigens geenszins de negatieve bijklank behoeft te hebben die er normaal aan te pas komt, zie ook de uiteindelijke waardering voor disc 12) en dat ligt hier heel anders. Bovendien klonk Nil Vagina Tape Loops door de band genomen voornamelijk erg gruizig, dof en sober. Daarvan is eveneens geen sprake op Material Action 2. Minder structuur (edoch geen oncontroleerbare chaos) en een stukken helderder geluid. Evengoed lastig vat op te krijgen, maar een heerlijk onheilspellend sfeertje (wegens duistere tonen op de achtergrond (klinkt hier als een orgeltje, daar als een viool, en dat kan volgens de credits best kloppen), subtiel gemorrel aan de gitaar en bij vlagen piepende, schreeuwerige feedback) overheerst. Komt daarbij, hoewel abstract en ontdaan van enige noemenswaardige progressie, vrij muzikaal over, iets wat wellicht een gevolg is van de relatieve transparantie en herkenbare traditionele instrumentatie hier en daar. Daardoor eigenlijk ontzettend luisterbaar. Is gezien de titel een vervolg op de eerdere Material Actions (hoewel deze suggereert dat er slechts één voorganger is, terwijl het oeuvre toch echt reeds een Material Action for 2 Microphones en een Yantra Material Action kende) en klinkt ook wel degelijk in die straatjes. Vergelijkingen spreken dus ook voor zich. Hoe het ook zij een fascinerende luisterbeurt.

2. Nimbus Alter Magneto Electricity
Begint een stuk kaler, met een suizende basis welke geasfalteerd wordt met meer onheilspellende tonen en gekraak en geratel, edoch aanzienlijk minder chaotisch dan op de voorgaande track. Desalniettemin een perfect counterpiece. Hier etaleert Akita wederom zijn gevoel voor understatement en maakt hij eens te meer duidelijk dat hij met lo-fi, aan power electronics denkend gerommel uitermate goed uit de voeten kan. Heeft op zijn subtielste momenten wel iets van de betere and/OAR field recordings, zoals een Yours Gray van Sawako of Scenery of the Border van Kiyoshi Mizutani, welke overigens, interessant genoeg, op deze plaat ook een riedeltje meedoet. Overigens zijn de credits voor deze plaat vrij specifiek en verdienen die het wel om genoemd te worden, aangezien ze boeiend inzicht geven in de losse elementen van de tracks en de luisteraar iets conclusiever de mogelijkheden geven een idee te vormen over hoe de composities in elkaar steken en zijn gestoken. Akita bestuurt volgens de credits een orgel, (junk)percussie en tapes gecombineerd met elektro-akoestische noises en collages per bron tape. Mizutani doet viool, tape, synthesizer en machine noises. Het maakt duidelijk waar je naar luistert en biedt de gelegenheid een orde te scheppen in de geluidschaos, die hier echter sowieso (nogmaals) vrij transparant is. Daarom echter wel een boeiend kijkje in de noisekeuken voordat die, zo af en toe, puur stamppot zou afleveren en het raden zou zijn naar datgeen wat er ingegaan was. In ieder geval wederom een boeiende track. Samengevat dus een boeiende plaat.

Disc 14: Mechanization Takes Command (1983) (3,5)
1. Electric Pygmy Decollage
Ritmische percussie (die weldra echter ontspoort en dan plots weer spoort), vaag en willekeurig geloop er onderdoor, stemsamples er langsheen en willekeurige noiseburst er schots en scheef opgeplaatst. Wellicht Akita's (a)muzikale interpretatie van de decollage (zoveel suggereert de titel) en de wishful listener kan er zoveel in horen. Staat en valt als auditief equivalent van een lacerated poster. Waar de collage een geheel uit delen vormt, vormt een decollage delen uit gehelen. Akita plakt de abstractie over zijn figuratieve (d.w.z., muzikale) basis en scheurt de noise hier en daar aan stukken, waardoor de ritmes dan boven water komen en dan weer kopje onder gaan in de golven feedback en vervormde samples. Klinkt als geheel weldegelijk boeiend, hoewel wellicht wat stuurloos, hoewel dat op zijn beurt weer inherent is aan het accidentele karakter van de decollage. Geslaagd experiment, in ieder geval.

2. Mechanization Takes Command
De titeltrack lijkt aanvankelijk van een ander laken een pak. De chaotische aanpak van de opener blijft even achterwege. Meer rust en ruimte; zoemend basistrackje en af-en-aan lagen noise. Na grofweg 2 minuten ramt een berg machinale percussie á la de gemiddelde industrialtrack zich de mix in, hoewel Akita het niet kan laten het hier en daar door een paar pedaaltjes te tracken en het alle kanten op te sturen. Wat chaotischer noise, diep suizend en met hier en daar wat goeie feedback, wordt er overheen gedrapeerd. Te allen tijde ritmische track, ook daar waar de voorgenoemde percussie even een stap terug neemt en andere, evengoed mechanisch aandoende, geluiden de overhand krijgen. Wederom een titel die boekdelen blijkt te spreken. Materiaal als dit werpt wat mij betreft wel een interessante kwestie op, aangezien het ofwel vrij improvisationeel zou kunnen zijn ontstaan en de (nauw passende) titel er dan later opgeplakt is (wat onwaarschijnlijk, maar sluit niets uit), ofwel redelijk bewust gecomponeerd is volgens dit of dat recept naar aanleiding van een specifiek idee. Het toont mijns inziens dat Akita, in ieder geval in dit tijdperk, bewust en actief bezig was met componeren; het erkennen, verwerken en bewerken van invloeden; het tentoonspreidden van een bepaalde visie ten opzichte van kunst, muziek, etcetera (op welke manier, zo gezien, zijn achtergrond als hebbende gestuurd aan de faculteit der kunsten van Tamagawa eens te meer (zie ook, bijvoorbeeld, Remblandt Assemblage) wordt benadrukt; er steekt conceptueel soms meer achter dan wordt gedacht). De track op zichzelf is overigens zeker boeiend.

3. Peaches Red Indian
Zozo, (haast) een stuiterende dancebeat die dit zootje begeleid! Willekeurige noises en een duister loopje doen eroverheen vrijelijk hun ding. Weinig progressie, behoorlijk straightforward, aaangezien het de volle (ruim) 10 minuten op deze manier voortstuitert. Een soort hardcore avant la lettre. Grappig om te horen wel. Redelijk hypnotiserend resultaat, hoewel het echt verre van fantastisch is en op den duur wat op de zenuwen begint te werken. Niet Akita's best werk, zoveel mag duidelijk zijn.

4. Sahara
Ratelende, haperende noise en samples. Een zware drum mept traag ritmisch mee. Eroverheen meer willekeurige noises, waarbinnen de pure oversturing steeds meer de overhand krijgt. Net als de voorgaande track wellicht iets teveel gestoeld op één idee en in zijn herhaling (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nil Vagina Tape Loops) te weinig boeiend. In essentie geen verkeerde track, maar net ietwat magertjes.

5. Iggy
Wederom ritmische ondersteuning, tot dusver tekenend voor dit schijfje. Iets meer chaos en een goede laag aan gruizige noise. Beetje te stuurloos om veel indruk te maken, maar klinkt nochtans goed. Waar de overstuurde en verkrachte gitaarsolo de mix in vliegt gaat deze track op toffe wijze even helemaal los. Snel voorbij, maar vindt zijn sterkte in het feit dat het een korte, felle noise burst is. Verre van onaardig.

6. Suicide Machine
Wederom een machine in de titel, wederom machinale verwachtingen, wederom worden de verwachtingen ingelost. Een machinale beat onderbouwt de gruizige noise, hoewel de percussie hier, ten opzichte van de titeltrack, wat gas terugneemt en in een wat lager tempo voortdreunt. Wordt onderweg van alle kanten belaagd door Akita en schiet te pas en te onpas het rood in, wat enkel des te beter klinkt, om dan opeens volledig uit de mix te verdwijnen om plaats te maken voor ander machinaal geratel en (uiteindelijk) pure noisechaos. Daarom erg energiek, erg dynamisch en erg tof. De noise giert en brult en piept een eind weg en weet goed te bekoren. Lichtelijk fantastische track.

7. Ai-Da-Ho
Gruizige basis en richtingloos geïmproviseer op gitaar eroverheen. Gratis extra bliepjes, feedback en wat gepiep erop. Nogal vrijblijvend en niet bijzonder interessant. De voortschrapende ruis die hier en daar op te merken is maakt wel wat goed, maar het gepingel op de gitaar is wat mij betreft een (te grote) stoorfactor, evenals de wat suffe loop die het grootste deel van de speeltijd vrolijk meeloopt. Niet de meest geniale afsluiter dus, hoewel de plaat op zich zeker zijn goede (en zelfs geniale) momenten kent.

Disc 15: Dying Mapa Tapes 1-2 (1983) (4)
1. Denegation
Haperend loopje op de achtergrond en geklater en geratel eroverheen. Past wederom goed in de vroege Merzbowperiode. Transparant en helder geluid. Repetitief maar gevarieerd en vooral positief opvallend door middel van de effectieve, interessante percussiegeluiden (het voorgenoemde klater). Het loopje evolueert over de speelduur richting meer overstuurd, edoch nauwelijks merkbaar, wat eigenlijk wel tof uitpakt. Ietwat eenzijdig, maar het resultaat is tof genoeg.

2. Indifferent Pt. 1
Een iets meer percussiegerichte basistrack hier, die de sfeer en het ritme van de track bepaalt. Een redelijk in-de-maat-blijvend, voortdreunend bas-drum loopje met daaroverheen veel gezoem en andere random noises. Net als de eerste track een repetition with variation verhaal dat alleszins boeiend om te luisteren is. De titel van deze disc suggereert overigens een (nauw) verwantschap met Basinski's Disintegration Loops, welke feitelijk ook bestonden uit stervende tapes. Hier, indien we de titel zo letterlijk mogen nemen, sterven de loops (of wellicht liever, tapes) geen stille dood middels trage (en immer fascinerende) disintegratie maar een al te meer luidruchtige dood die maar voortdendert en een eind weg stuiptrek, met zijn laatst overgebleven krachten er een stortvloed aan noise uitwerkt. In ieder geval, fascinerend stukje wel.

3. Indifferent Pt. 2
De percussiegerichte track uit voorgaand deel heeft nog geen (stille noch luidruchtige) dood willen sterven en schurkt hier op zijn laatste kermende tonen voort door de compositie om al snel definitief het loodje te leggen en plaats te maken voor een wat minder felle loop die langzaam voortkabbelt terwijl zich stilaan wat feedback de mix in werkt en ook andersoortige geluiden (misschien de hand van Mizutani weer) en een aftands gitaarsolootje hun intrede doen. Als ruim driekwart van de track erop zit komt aan alles een eind en horen we wat geklater en random noises. Dat blijkt nog een fascinerend stukje geluid en een waardige toevoeging zo in de blessuretijd.

4. Ooinon for Satva Karman (Sprashutavia) Decoup
Een laag fijn gruis vormt het muzikale asfalt van deze track waar een ritmische loop overheen wandelt. Redelijk noisy (hoewel zeker niet harsh) maar doet vrij muzikaal aan. Doet denken aan later materiaal als (hou me ten goede) Door Open at 8AM en meer (ook Batztoutai is eens te meer een referentiepunt). Fascinerend stukje volwassen muziek dat de willekeurige noise bursts hier en daar eigenlijk niet nodig heeft, hoewel die de track gelukkig geen permanente schade berokkenen. Ze brengen op zich wel wat variatie aan, maar lijken niet begrijpen dat de kracht van een track als deze evengoed in het minimale en de herhaling kan liggen (rebellie om de rebellie, waar is dat toch goed voor). Daar waar de noise wat compactere vormen aanneemt (suizende feedback die wat langer dan een fractie van een seconde aanhoudt) en waar metalen percussie en stemsamples worden geïntroduceerd, is de textuur bovenop de textuur evengoed best interessant. De manier waarop de track langzaamaan licht ontspoort is ook luister- en noemenswaardig. Desalniettemin blijft het ijzersterke fundament van de track de gehele speelduur het meest interessante element. Mede door die speelduur (ruim over de 20 minuten) redelijk hypnotiserend, een observatie danwel associatie die wellicht nog gevoed wordt door de titel.

5. Dharma Kamarage
Meer rommelend geloop aan de basis van deze track met verkracht gesample eroverheen en wat home instruments; een recept dat inmiddels als bekend mag gelden. Edoch, hoewel de beschrijving (en vele eerderen in dit straatje) lijken te suggereren dat er op de discs tot dusver besproken maar eenvormige zooi voorbijkomt, dient het gezegd te worden dat dit geenszins het geval is, aangezien Akita zich constant van andere geluiden bedient en ze op steeds nieuwe manieren met elkaar in contact brengt; een voortdurende stroom aan uitwerkingen van een concept dat wellicht geen perfecte vorm kent (en staat bij zijn imperfectie en onvoltooidheid; wederom presenteren zich verdere associaties richting tapeloops zoals eerder gemaakt, maar ik zal me even inhouden) maar die een zoektocht ernaar en documentatie ervan wel degelijk rechtvaardigt. Bovendien mag het resultaat er ook hier weer wel degelijk wezen. Het grooste deel is wat soberder en minder obstinaat trackje dan de voorgaande track (ook wanneer een andere loop zijn intrede doet), hoewel er vanaf halverwege hier en daar ook wat minder genuanceerde, suizende noise te horen is. Evengoed in zijn geheel weer een fascinerend trackje. Boeiend en dynamisch geloop.

Disc 16: Dying Mapa Tapes 2-3 (3,5)
1. Sukha, Chanda, Tanno, Kless
De titel suggereert een logisch vervolg op het vorige schijfje, maar dit begint nochtans niet met straightforward loops maar iets gevarieerder random geluidjes (voornamelijk home instruments en found sounds) en wat gekraak eronder. Die geluidjes en vervormde samples bepalen grotendeels het beeld van deze track. Ergens hanteert iemand nog een strijkstok (ik gok, wederom, Mizutani) en voegt daarmee een fragmentarisch ingezet maar fris element toe dat voor de overige speelduur voornamelijk de boventoon voert; elders is zowaar een piano te horen. Veelal kalme track, waarvan het geluidspalet wat mij betreft de grootste forte is. Een eclectische boel die soms iets te weinig een geheel weet te vormen maar in die variatie ook wel weer zijn sterkte kent. Fascinerend.

2. Genetic Erotic
Ritmisch voorttikkend loopje op de achtergrond, gierende feedback en gruizige noise er opgestapeld. Niet geheel zorgvuldig gebeurd wellicht, want de delen weten lang niet altijd een som te vormen. De lagen ratelen iets te onafhankelijk van elkaar een stuk door (een probleem dat zich op andere tracks in dit straatje nog niet voordeed) en lijken, zeker de eerste paar minuten, nog in strijd, nog een eenheid. Boet daarom wat aan kracht in. Het probleem lijkt zich al naar gelang de track voortduurt vanzelf op te lossen. Wederom gaat Mizutani met de strijkstok aan de gang en mede hierom groeit de laag noise uit tot een boeiend stuk herrie. De loop is wat te eenvormig en moet er (gelukkig) na een minuut of 9 aan geloven om plaats te maken voor een stukken geschiktere haperende en stuiterende loop die het geheel verder ondersteunt. Vanaf hier een goed stuk overtuigender. Na luttele minuten neemt een vlug stotterende loop (die overigens redelijk succesvol evolueert tot een net iets gevarieerdere loop) het geheel over om de geluidsstroom (inmiddels bestaande uit, voornamelijk, wat mij meer telecomgeneuzel lijkt) nerveus te begeleiden. Toch een pak minder weer. Een track die schommelt tussen erg goede en erg matige momenten en het daardoor gewoon niet helemaal is.

3. Rejet, Ictus, Connotation, Accompagnement, Penisersatz, Stigma Indelible Etc.
Gitaarverkrachting wordt begraven onder een laag geluid die wederom vrij muzikaal aandoet (en het soms ronduit is, bijvoorbeeld zo rond de 15 minuten), iets dat, in verschillende verschijningsvormen (ritmes, instrumentatie, samples), tekenend lijkt voor de Dying Mapa Tapes. Meer van Mizutani gekwelde emissies via strijkstok die te allen tijde ontzettend fascinerend blijven klinken. Heeft in karakter, opzet en geluid nogal wat weg van de eerste track op deze schijf, die middels eenzelfde (schijnbaar) willekeurige juxtapositie van muzikale en a-muzikale geluiden een even herkenbaar als vervreemdend resultaat weet te produceren. Wederom ook intrigerend luistermateriaal dat neigt naar musique concrète en hier en daar soms aandoet als maffe maar ultiem fascinerende field recording (zoals Fireworks op die plaat van Wolf Eyes en John Wiese, om er uit m'n hoofd even eentje te noemen). Erg tof.

Disc 17: Agni Hotra (1984) (3,5)
1. Agni Hotra
Metalen geschraap en gekletter vormt de loop die de track op gang helpt. Luid, ratelend en fascinerend. Een licht cyberpunkgevoel, hoewel dit natuurlijk pre-Tetsuo en de machinale soundtrack van Chu Ishikawa is. Suizende en piepende noise wordt langzaamaan toegevoegd en ergens loopt een stemsample zelfs vrolijk mee. Het geluid is echt heerlijk; met het geloop kan ik alleszins geen moeite hebben (zoals ik al eerder aanhaalde waar het Akita's loopkunde en -kunsten betreft; tevens mag het hele loopverhaal weer genoemd worden, aangezien deze immer traag evoluerende loop een bijzonder schoon voorbeeld is) en is wat mij betreft juist alleszins positief. Loom maar erg krachtig en intens, tevens net lekker harsh genoeg. Heerlijk.

2. Asagaya in Rain
De titel is ultiem des Mizutanis, de track klinkt ook als een field recording, zij het met toegevoegde geluiden en post-hoc bewerking. Wel een fascinerend stukje muziek.

3. Swamp Metal
Gierende noise, een beetje een sirene-idee. Een inkoppertje maar, ook ultiem zompig geruis. De twee tezamen, voortdurend gelooped en met constant cumulatief toegevoegde herrie (geklater en gesuis) brengen de track tot zijn einde. In die hoedanigheid vergelijkbaar met de titeltrack, maar ik vind deze toch wat minder klinken. Tevens een stuk korter, hoewel in dit geval de langere speelduur niet direct gerechtvaardigd zou zijn, hoewel dit eens te meer aanduidt dat de eerste track wel op alle fronten fantastisch boeiend was. Desalniettemin is dit verre van vervelend.

4. Loops in Flames
Weer zo'n titel. Een piepende loop huppelt vrolijk door terwijl 'ie letterlijk bestookt lijkt te worden door een uitslaand vuur. Verscheidene andere noises, veelal wat manisch geratel, worden er nog bijgestopt. Wel een aardige track met een fijn suizend geluid, hoewel de basisloop me niet helemaal kan bekoren in dit geval. Een wat langere track weer die echter niet volledig boeiend is, voornamelijk omdat je wat snel uitgekeken raakt op eerdergenoemde loop en de textuur aan noise erbovenop niet heel bijzonder klinkt.

5. Arbertus Magnus
Een wat subtielere loop hier, die meer dan voorgaand materiaal aan Basinski refereert. Het blijft natuurlijk echter Akita dus hij voelt zich genoodzaakt zijn drone-achtige basis uit te breiden met een gelooped stem sampletje en weldra een stuurse, suizende noiseloop en random noisegeluidjes (wat lichte feedback en zo verder). Het resultaat is nochtans niet harsh, maar wel fascinerend, aangezien de subtiele, lage loop te allen tijde goed hoorbaar blijft en de sfeer en het ritme van de track zo grotendeels bepaalt. Best tof.

6. Kunyan
Een stotterende loop wordt langzaam aan mishandeld en vervormd. Lichte noise wordt toegevoegd, evenals wat willekeurige geluiden van home instruments. Die krijgen echter nauwelijks ergens echt de overhand en lijken meer te dienen als loze vulling dan boeiende inkleuring. Blijft daarom wat kaal en pover. Niks bijzonders, helaas.

7. Untitled Waves
Meer sober geloop, zoemend en drone-achtig, richting dat van Arbertus Magnus. Boeiend en (duister) sfeervol. Verderop aanhoudende blaasinstrumenten (effectieve loop) en Akita die z'n keel schraapt. Zeer licht gerinkel, verder welhaast niets. Eén grote aanhoudende piep, in die zin, maar wel weer een boeiende. Toffe afsluiter van een schijf die behoorlijk hit-and-miss is, maar in zijn hits wel erg goed.

Disc 18: Pornoise 1kg Vol.1 (4,5)
1. Industrial
Wederom een krakende en gruizige loop die rijkelijk belegd wordt met allerhande noises. Vrij harsh gebeuren. Klinkt lekker. Vervormde samples lijken hier en daar onherkenbaar langs te komen, gierende feedback voegt een laag goed scheurende noise toe die behoorlijk tof klinkt. Veelbelovende opener.

2. Loop Fuck 1
Meer overstuurde herrie en een luid gestommel. Chaotische maar dynamische en fascinerende boel die alleszins in het straatje van de opener ligt. Welkome harshheid die middels zijn subtiel maar effectief ingezette loops toch een zekere structuur weet te behouden die de track niet doet verzanden in wat loos heen-en-weer gekletter. Meer tot pure oversturing vervormde samples die op ziekelijk geweldige wijze gelooped worden. Geweldige stukje herrie.

3. Loop Fuck 2
Loop Fuck 2 gaat (verrassing) door waar deel 1 ophield. Dat is echter verre van vervelend, natuurlijk, aangezien deel 1 al gewoon erg lekker klonk en het haast spijtig was dat die na 6 minuten al afgelopen moest zijn. Wederom vormt een uit vervormde samples bestaande loop het a-muzikale fundament, hoewel die hier een stukje minder vervormd is en er duidelijk wat gekreun van een Japans dametje en zo meer te ontwaren is. Geeft de track een perverse maar fascinerende lading die de titel (van de track en de release) eer aandoet.

4. Obituary 1
Deze Pornoise 1kg blijkt een consistente release, want ook de volgende track ligt in hetzelfde straatje. Vervormde stemsamples worden doorlopend gelooped terwijl er schrapende en piepende noise overheen geknald wordt. Dat is echter een recept dat er bij deze luisteraar als koek in gaat. Wederom een geslaagde episode binnen een tot dusver geweldige en intrigerende release.

5. Obituary 2
Iets meer generieke noise; de bizarre stemsamples lijken ditmaal achterwege te blijven. De noise klinkt echt alleszins goed en de gruizige, ruisende textuur van de laag herrie plaatst Obituary 2 verder zonder problemen binnen de lijn van dit schijfje tot dusver. Redelijk stuurloos en chaotisch gepiep verder dat misschien een beetje jammerlijk de structuur ontbeert die eerdere tracks wel kenden wegens de voortdurende loops van mishandelde stemsamples, maar in zijn geheel best prettig wegluistert.

6. Night Noise White
Een stukken minder vervormde stemsample (de één of andere Engelssprekende knakker) doet zijn intrede en vormt het fundament van de afsluiter van deze schijf, die zo lang duurt als alle andere tracks bij elkaar. Langzaamaan wordt die vervormd, verkracht en disintegreert 'ie tot er haast niets anders dan een goed gruizige en nauwelijks herkenbare loop overblijft die aangevuld wordt met wat suizende noise en gerommel. Hier en daar neemt de stemsample weer wat herkenbaardere vormen aan en zo suist en schommelt 'ie gedurende de speelduur tussen puur gruis en puur sample. Kundig gedaan. Als geheel meer gruizige, haperende en stuiterende geflipte loops-meets-random-noise die perfect in het plaatje van de release past. Erg tof allemaal!

Disc 19: Pornoise 1kg Vol. 2 (1984) (4)
1. New Karhma
Waar Vol. 1 middels een hoop gruis en feedback nog vrij harsh eindigde, is het daar abrupt mee gedaan als Vol. 2 inzet. Hoewel de loop alleszins gruizig is, kan 'ie onmogelijk harsh genoemd worden. Dat is natuurlijk echter slechts een karakterisatie en geen waardeoordeel; immers, Akita kan goed uit te voeten met lo-fi, rommelende en understated loopjes. Dat is ook hier het geval. Hoewel het loopje zonder veel opmerkelijke wijzigingen een flink aantal minuten ongehinderd doordendert klinkt het alleszins boeiend en weet het een prettig kaal en licht duister sfeertje te scheppen. Klinkt bovendien gewoon weer puik. Akita introduceert langzaamaan een keur aan noises terwijl de loop stilaan maar duidelijk evolueert tot een wat steviger (en later noisier en dreunender) stuk gerammel. Een wat subtielere en sobere tegenhanger van Vol. 1 lijkt dit Vol. 2 voorlopig te worden, evenook sans de samples, iets wat best een gemis mag worden genoemd zonder daarmee afbreuk te willen doen aan New Karhma, want het trackje is op zichzelf eigenlijk al interessant genoeg. Weet zich door zijn relatieve kaalheid en voortdurende herhaling (edoch incluis variatie, natuurlijk) een hypnotiserend effect aan te meten. Daarom eigenlijk de volle speelduur (toch over de 30 minuten) boeiend genoeg.

2. Dynamite Don Pt. 1
Wederom zoekt Akita het in de gruizigheid en voortrommelende loops. Een vrij harshe track die op een flink tempo zijn stoffige en korrelige gal spuwt. Een muur aan noise en feedback die echter genoeg variatie en grove textuur kent om als boeiend luistermateriaal te dienen. Iets wat deels te danken is aan het feit dat we hier nog altijd (15 jaar voor Akita (definitief) digitaal zou gaan) met pure analoge noise te maken hebben, die te allen tijde gevormd is uit een substantie die voortkomt uit bronnen die soms niet meer direct in hun hoedanigheid herkenbaar zijn, maar wel áls zodanig. Mede hierom blijft een op zich vrij volle en chaotische track als deze toch een bewonderenswaardige transparantie en een duidelijk smoelwerk behouden. Overigens ontbreken de stemsamples hier weer grotendeels, hoewel er tegen het eind wel wat zwaar vervormd gekreun de mix in lijkt te kruipen. Andersoortige noise vormt echter de hoofdmoot. Toffe track wel weer.

3. Dynamite Don Pt. 2
Het logische vervolg op deel 1. Meer gruizig gerommel en een voortdurende loop over de gehele speelduur. Aangezien deel 1 goed te pruimen was is deze dat eigenlijk ook gewoon. Haalt zonder problemen de eindstreep. Als geheel is Vol. 2 boeiend genoeg, hoewel 'ie het hoge niveau van Vol. 1 niet weet te halen. Het totale ontbreken van de samples hier was wat onverwacht, gezien de verwachtingen die deel 1 en de titels van de gehele serie scheppen. Die samples wisten, waar scherp ingezet, Vol. 1 toch wel degelijk naar een hoger plan te tillen, waar deze dus blijft steken (zo het al zo genoemd mag worden) op een schijfje vol met bovengemiddeld goede maar niet geniale noise. Edoch weer een goede entry in de Pornoise serie, die voorlopig als goed tot zeer goed te boek mag staan.

avatar
sxesven
Disc 20: Pornoise 1kg Vol. 3 (1984) (4)
1. UFO Vs British Army
De stemsamples mogen op Vol. 3 plots weer meedoen. Een loop opgebouwd uit geschraap en een stem (die haast Nederlands aandoet) dreunt een flinke tijd vrolijk door terwijl noise langzaam de mix in sijpelt. De loop zelf wordt vervormd en mishandeld terwijl de laag herrie en ruis steeds prominenter de mix inkomt. De veranderingen zijn grotendeels echter vrij minimaal en de evolutie verloopt grotendeels ongemerkt, terwijl de loops zich opstapelen (en, evengoed, afbrokklene) en de track zo uiteindelijk wel degelijk zeer wezenlijk van karakter verandert. Dit levert een redelijk hypnotiserend resultaat op en natuurlijk insert gedachtengang betreffende loops en alles wat erachter steekt. Fascinerend en sterk opgebouwd, edoch net iets te eenvormig om de hele speelduur de aandacht vast te houden. Als rond de 25 minuten en nog eens in de laatste 2 minuten even alles goed in de soep loopt is er een kleine opleving te bemerken, maar dat is toch echt te summier voor een track van ruim 30 minuten. Was met een kortere speelduur waarschijnlijk dus beter af geweest, maar is door de band genomen nog steeds verre van slecht natuurlijk.

2. Toy 69
De titel zit (in tegenstelling tot de vorige) weer overduidelijke in de Pornoisehoek en ook muzikaal volgt het weer redelijk direct op al het voorgaande materiaal. Een zoemende en suizende loop klinkt allereerst ongestoord een tijdje door, tot er plots een een einde aan komt en een compleet andere (toffere, opgebouwd uit percussie en found sounds, zo te horen) loop zijn intrede doet, die wat gruiziger en doffer klinkt maar daarom des interessanter en boeiender is. De loop evolueert weer langzaaman volgens dezelfde boeiende constructie als bij voorgaande track, maar aangezien de ingrediënten hier iets zorgvuldiger zijn gekozen is het resultaat een stuk boeiender. Stukjes orkestrale muziek weten zich hier en daar door het gerommel heen te persen en ook de kreunende en hijgende Japanse dametjes, ditmaal zonder veel vervormende en oversturende opsmuk, maken wederom hun opwachting. Fascinerende en boeiende compositie. Pornoise (volumes 1 tot en met 3, in ieder geval) blijkt hiermee een uitstekende serie werken binnen Akita's oeuvre welke tevens wat gedachten en observaties over de serie zelf, zijn plaats binnen het oeuvre en Akita's output begin jaren '80 an sich. Pornoise suggereert een muzikale juxtapositie van porno en noise zoals die zich in een track als Toy 69 zeer duidelijk edoch ook elders manifesteert, maar ook een conceptuele. Akita maakte, zoals wellicht bekend, begin jaren '80 veelvuldig gebruik van porno en andersoortig erotisch materiaal voor het samenstellen van zijn hoezen, welke vaak bestonden uit bij elkaar gexeroxede afbeeldingen van blote dames en pornoplaatjes. Tevens is hij zelf actief in de fetish-scene (vrees niet, meneer hangt zelf niet in de touwen maar filmt SM-scenes en andersoortig extreem materiaal voor, voornamelijk, Fuji Kikaku) en publiceert hij met enige regelmaat over porno en (voornamelijk) SM. Noise en porno zijn voor Akita onscheidbaar (en gezien vele releases binnen het genre geldt de associatie ook voor vele andere noise-artiesten), iets wat zich uit in werken als Music for Bondage Performance 1 en 2 en Music for the Dead Man 2, die fungeerden als soundtracks voor porno- en bondagefilms of films die erover verhandelden. Een serie als Pornoise is hiervan wellicht de ultiem kristallisatie, aangezien het geen van beide ondergeschikt maakt aan de ander (zoals een soundtrack, zou men kunnen beweren, in dienst kan staan van een film) maar porno en noise naast elkaar stelt, tot gelijken maakt, zowel in titel als in muziek. Porno is noise, een visie die Akita hiermee uit lijkt te dragen (gekreun en gehijg maakt immers daadwerkelijk deel uit van de composities alhier), waaruit logischerwijs lijkt te volgen dat noise ook porno is. Het doet de luisteraar zich afvragen op welke wijze dat echter is. Voor de hand liggend is dat de creatie van noise, zeker op analoge wijze, gelijkgesteld wordt met een daad als sex. Wie weleens een noise-artiest analoog aan het werk heeft gezien snapt dat er geen geslachtsdelen aan te pas (hoeven te) komen, maar het hele lichaam wordt in dienst gesteld van de daad (de creatie van de noise) wat noise tot het resultaat van een ultiem lichamelijke en intieme inspanning maakt zoals sex dat ook is. Tevens zijn proces en resultaat rauw en ongecontroleerd en ongenuanceerd, net zoals sex dat is of kan zijn. De oplettende lezer merkt nu echter op dat sex toch niet per definitie porno is. Wat het echter porno maakt, is de relatie tot noise van de luisteraar. Indien het maken van noise sex is, is het luisteren ernaar een voyeuristische daad, een heimelijke blik op de intimiteit en lichamelijkheid die aan noise ten grondslag ligt. Het geeft Pornoise een soort van reflecterende lading die het op meerdere lagen (dus meer dan puur muzikaal) een intrigerend werk maakt.

Disc 21: Pornoise Extra (1984) (4,5)
1. Flesh Radio 1
Bij vlagen flink harshe track. Overstuurde samples, omgevormd tot ruw klinkend en schurend ruis en niet veel later gesuis. Fascinerend en klinkt bovendien heerlijk. Redelijk straightforward en, los van zijn gruizigheid, niet direct in de lijn van de voorgaande delen. Is er daarom echter niet minder om. Geweldige opener.

2. Flesh Radio 2
Van hetzelfde laken een (fantastisch) pak, zoals verwacht. Lekker harsh en van die laag rommelende, gierende stapels noise als ook op een Yasukuni Jinja van The Gerogerigegege (welke hoort tot hun beste werk). Heerlijk vervolg op een heerlijk openingstrack. Voor een disc die Pornoise Extra heet lijkt het voorlopig wel bijzonder snor te zitten. Meer van dit graag, Akita!

3. Dance of Dharma-Kala
Iets minder harsh, maar evengoed weer zeer fascinerend. Laag gerommel en geratel op de achtergrond en een sfeervolle, voornamelijk uit zware percussie opgebouwde loop eroverheen., welke telkens nog uitbreidt en het geheel weer eens een welhaast muzikaal smoelwerk verschaft. Fantastisch stukje muziek in de lijn van, onder meer, Dying Mapa Tapes, dat zijn titel eens te meer eer aan lijkt te doen.

4. Psycotic Orange
Voor Akita ongekend kort trackje (slechts zéér sporadisch schiet 'ie onder de minuut). Kort maar krachtig. Laag gerommel. Zo over dus, maar wel tof.

5. Helgas Death Disco
Ritmische beat-achtige loop met percussie en een aanstekelijk basloopje, stuurse noise en feedback en zo meer maken dit tot wederom een toffe track op deze schijf. Wat willekeurig geluiden doen elders van zich spreken (vet gesuis, iets wat geschreeuw lijkt, gedruppel, overstuurd muzieksampletje) en maken het geheel ontzettend enerverend en energiek. Pornoise Extra ontpopt zich voorlopig tot een ontzettend eclectisch schijfje dat misschien weinig in overeenkomst heeft met de voorgaande trilogie maar eigenlijk perfect op eigen benen kan staan. Geweldig!

6. Eros Pandra
Een vette, suizende en redelijk harshe loop ligt aan de basis van dit stuk muziek. Het wordt langzaam richting oversturing geleid om dan volledig te flippen en zich dan nog slechts met moeite de track in weet te persen. Vrij kale track in de zin dat er voor het grootste deel weinig opsmuk opgegooid wordt, maar wel een effectief en dynamisch geheel. Tegen het einde ontspoort alles behoorlijk en blijft er een lekkere muur aan herrie over welk enkel kan worden beschreven middels het woord vuig. Wederom tof!

7. Kirie
Chaotisch geloop en vet gepiep eroverheen. Klinkt vooral goed stuurs. Een beetje alsof Akita net een primitief computertje heeft aangeschaft dat het niet wil doen en een stortvloed aan klagend geluid produceert terwijl 'ie z'n laatste tapeloop door de speakers laat knallen. Zoals gezegd (lekker) choatisch en weer behoorlijk harsh. Elders wat meer analoog klinkend geratel.

8. Domine
Wederom een stuurse loop die de track door zijn speelduur heen dirigeert. Evolueert langzaamaan en wat suizende noise maakt de boel af. Bekend recept dus, en in dit geval niet de meest briljante uitwerking ervan; puur een weinig opmerkelijke, noch positief, noch negatief. Gewoon degelijk, geen hoogvlieger.

9. Chopin Is Dead
Minder harsh. Semi-klassiek geratel dat is omgewerkt tot een effectieve loop die van hier en daar belaagd wordt door een laagje fijne noise. Transparant, open stuk experiment dat vooral in de hogere tonenregionen plaatsvindt; ditmaal weinig laag gerommel en gestommel en geen archetypische gruizige noise. Wel weer boeiend en weer meer dan degelijk.

10. Risa Supersex
Wederom een soort van beat incluis melodieus loopje die aanhoudend gelooped wordt tot er tegen het einde een stokje voor wordt gestoken en het ding slechts nog haperend de eindstreep haalt. Hoe het ook zij, een ritmische en behoorlijke muzikale track dus die verder aangevuld wordt met wat willekeurige noises. Kort en sowieso interessant genoeg om boeiend te blijven.

Disc 22: Sadomasochismo / The Lampinak (1985) (3,5)
1. Antimony Pt. 1
Metalen geschraap en duistere geluidjes. De loops zijn nog waarneembaar, maar eens te meer is dit veel harsher materiaal dan op veel eerdere platen te vinden was. Daarmee is toch aardig te merken dat Akita gedurende de jaren dreef van geluidskunstenaar met experimenteedrift tot noise-artiest pur sang die niet bang is voor een robbertje experiment maar toch veelal netjes binnen de paden der verwachting blijft (en daar overigens vaak uitstekend presteert). Dit materiaal valt nog tussen vroeger experiment en latere, pure noise, maar klinkt wel al duidelijk een stuk luider en minder genuanceerd dan het gros van de platen dusver. Zo dat echter misschien als kritiek klinkt mag ik graag duidelijkheid scheppen: dat is alleszins niet zo. De Merzbow die ik al jaren draai en liefheb (een wat scheve term misschien wanneer gebruikt in toepassing op deze noisegigant, maar het zij zo) is toch voornamelijk die van de recht-toe-recht-aan noise (zowel de digitale als de analoge). Een plaat als deze, die al loopend lekker gruizig en ruisend tot in het oneindige voortdendert, kan me dan ook gewoon goed bekoren. Lekkere pot herrie.

2. Antimony Pt. 2
Meer herrie, alhoewel deze track een stuk minder doordreunt en eigenlijk weer een stuk meer aan eerder materiaal doet denken. Wel degelijk een lading feedback en gepiep, maar zonder dat die aan een over de luisteraar heen denderende stoomwals zijn gehangen. Kortom een even transparant als chaotisch gebeuren dat moeilijk echt harsh te noemen is maar vooral in zijn ruimtelijkheid interessant weet te blijven. Terwijl de gierende en schurende noise op de voorgrond doorratelt lijkt Akita ergens in de verte aan een stapel rotzooi te staan rommelen (grote schoonmaak in huize Akita wellicht) dat een eind wegechoot en de track een boeiend geluidspalet verschaft en bovendien eens te meer (tot op zekere hoogte, natuurlijk) inzicht biedt in de lagen noise die neergepletterd worden. De afzonderlijke instrumenten en geluiden komen van links en rechts, 5 meter van de microfoon vandaan of er haast in, wat een intrigerend en afwisselend geluid tot resultaat heeft. Geslaagd dus.

3. Eyes of Isonokami
Opereert wederom in een vergelijkbaar straatje. Niet bijzonder harsh, maar wel herrie. Laat zich bovendien wederom typeren door een tof klinkende ruimtelijkheid zoals beschreven bij Antimony Pt. 2. Bijzonder aardig klinkend geheel met fijn gescreech en gepiep en een lading geknal op de achtergrond. Erg fijn hoe 'ie constant uitbarst, afsterft en dan weer uitbarst en afstert en zo voort, een dynamiek die in veel digitaal (dus hedendaags) Merzbow-werk toch niet meer te bespeuren is (want toch redelijk inherent aan het feit dat oud materiaal analoog was). Prettig edoch wat onopvallend, onopmerkelijk trackje. Mist toch ietwat smoelwerk.

4. The Lampinak - Sarpent Power
Hey, verrassing, dit begint wederom met meer herrie die lekker luid klinkt. Wel lekker op zich. Klinkt wel weer een tikkeltje harsher dan voorgaande track, vooral wanneer deze een beetje goed is losgegaan, en is op die momenten toch wel erg fijn. Oncontroleerbare gekte die alle kanten op stuitert zoals ik het toch graag mag horen. Dat er verder iets minder plaatsvindt (niet de nuances (of minder merkbaar binnen de muur aan noise) die ouder materiaal vaak wel kent) is dan niet eens zo vervelend, eigenlijk. Immers, een goede muur noise is een traktatie op zich. Vanaf een minuut of 4 sterft de noise even af en krijgen we wat gevarieerder geluid; wat vervormde samples en home instruments. Duidelijk vergelijkbaar met materiaal als op vele voorgaande releases. Al gauw keert de onversneden noise echter weer terug en schuurt The Lampinak / Sarpent Power (fascinerende titel, Akita) nog een paar minuten vrolijk verder. Puike noisetrack. Overigens opvallend aan veel van deze noistrackjes: ze eindigen veelal in een tien- of twintigal seconden aan home instruments en dergelijke terwijl de noise er al de brui aan heeft gegeven. Laat zich toch raden naar of dat al dan niet met opzet is, of dat Akita verschillende sporen apart opnam, ze daarna samenvoegde en zo soms een sliertje over had aan het eind. Wie weet.

4. Carcass on the Floor
Een ratelende, ritmisch loopje (percussie) en willekeurige noise (veelal gepiep) eroverheen. Niet erg harsh maar op zich wel met ballen. Vormt in die hoedanigheid een ratelend geheel dat zich zonder erg veel indruk te maken naar een einde toe werkt. Klinkt wel lekker maar niet heel erg bijzonder. Daar waar de percussie zich uitbreidt en de overhand krijgt overigens wel best boeiend.

5. Village of 8 Graves
Gepiep en geschuur aan het begin en zowaar wat (vervormde) samples van vogelzang lijken, een ingrediënt dat Akita later nog veelvuldig zou gebruiken (Animal Magnetism en Mini Cycle / Yoshino Tamago / Yonos Bigfoot, om er twee te noemen), wat deze track uiterest interessant maakt als curiositeit en als compositie. De vogelzang, gestapeld tot in het oneindige, vormt zowaar weldra de hoofdmoot. Het resultaat klinkt nochtans erg lekker en Akita weet een toffe muur aan gepiep en herrie op te bouwen uit zijn (al dan niet) vervormde samples. Bijzondere afsluiter.

Disc 23: Mortegage / Batztoutai Extra (1986) (4)
1. Anus Anvil Anxiety (Long Version)
Begint met meer piepende noise in het straatje van de voorgaande schijf, maar hier komt wel iets meer variatie bij kijken. Een gevarieerd instrumentarium inclusief vage sampletjes en een hoop muzikaliteit, net zoals op de reguliere Batzoutai release (of liever, releases want er bestaan verschillende versies). Anus Anvil Anxiety stond op de oorspronkelijke Batztoutai with Material Gadgets LP op RRR uit 1986 en dit is (uiteraard) een lange versie daarvan. Boeiend, breed en divers geluid dus met een onmiskenbare musique-concrète-inslag, zonder te fragmentarisch en als los zand te gaan klinken. Akita grijpt wat dat betreft terug op eerder werk in dit straatje, hoewel dit toch wel een bijzonder fraai werkje is (waarbij niets ten nadele van eerder werk, natuurlijk). Het resultaat is ontzettend intrigerend en weet je behoorlijk aan de speakers te kluisteren. Tevens weinig geloop en in die hoedanigheid dynamisch op een wijze die met (tape)loops moeilijk te bereiken is. Heerlijk dit. Batztoutai with Material Gadgets is één van mijn favoriete Merzbow releases en dit is dus erg welkom materiaal.

2. Radio 1511
Wederom geen ontzettend harshe bedoening. Een radio blaat een eind weg, hier en daar met de nodige mishandeling, terwijl Akita gepiep en geklater toevoegt. Heeft nogal een live feel en lijkt mij 1 op 1 ingespeeld. Wel een aparte track die net als de voorgaande van een breed instrumentarium en geluidenpalet gebruik maakt, maar wel wat minder overtuigt en enigszins fragmentarisch en stuurloos overkomt. Kent zijn goede momenten en toont hier en daar ook wel potentie, maar in een iets gedistilleerder vorm was dit waarschijnlijk aanzienlijk beter geweest. Nu worden stukken die de moeite zeer waard zijn (zo vanaf een minuut of 7 bijvoorbeeld, waar wat percussie (wellicht weer de gamelan) de mix in kruipt en vanaf het kwartier, waar wat fijne noise de mix inkomt) afgewisseld met stukken die zich een beetje te moeizaam voortslepen. Tegen het einde nog wat welkome chaos inclusief vrijelijk gesample, waarin nog wat materiaal herkend kan worden dat al op andere releases voorbijkwam; wel weer een leuke touch. In essentie is het idee dus wel goed, maar aan de uitwerking (of liever: afwerking) schort gewoon wat. Volgens mij materiaal dat tot aan de release van de Merzbox op de plank was blijven liggen, en dat voor dit stuk geen plaats was op (bijvoorbeeld) Batzoutai with Material Gadgets vind ik niet al te verwonderlijk. Wel leuk dat het zo voor het nageslacht bewaard is, uiteraard.

3. Mortegage Inc. Batztoutai
Een track die als verwacht natuurlijk weer binnen het profiel Batztoutai past. Gevarieerde geluiden met een musique-concrète-gevoel, ditmaal gelukkig wel weer effectief ingezet. Erg tof gebruik van bijvoorbeeld wat bizarre, vervormde stemsampletjes en uiterst vreemde maar fascinerende percussie. Tevens een keur aan geniale muziekfragmentjes zoals die op Batztoutai with Material Gadgets ook op uiterst geniale wijze de revue passeren. Het resultaat is uitermate briljant. Compleet geflipt en tegelijkertijd oneindig toegankelijk en vermakelijk. Merzbow-goes-musique-concrète op zijn allerbest. Heerlijke compositie die echt alle kanten opslingert en zich daarom moeilijk in woorden laat vangen, maar dat dit compleet de moeite waard is mag duidelijk zijn. Fan-tas-tisch!

Disc 24: Enclosure / Libido Economy (1987) (4,5)
1. Enclosure
Boeiende track in het straatje van de vorige release (oftewel, ruimtelijk opgezet met een subtiele en weinig harshe inzet van een keer aan geluiden), maar in het geheel minder muzikaal, mede of vooral doordat de directe muziekfragmenten ontbreken. Echter wel werk dat de geest van Kiyoshi Mizutani oproept, aangezien Akita hier soms zelf een strijkstok erbij lijkt te slepen, of in ieder geval geluiden weet te creëren die aan het bizarre vioolspel van Mizutani op andere releases doet denken. Daarnaast een prettige dosis stommelende en ruisende noise en wat interessant percussiewerk met veel geknal, getik en geschraap. Na een minuut of wat zelfs erg ritmische percussie over een laag metalen geklater en geschraap. Erg open geluid weer. Referenties zullen weer voor zich opspreken dus zal ik achterwege laten. Fijne track.

2. Scarabe
Scarabe opent zwaar ritmisch met een zwaar geklop op een tom terwijl wat suizende noise er hier en daar doorheen zwiert. Het ritme breidt wat uit en versimpelt dan weer terwijl op de achtergrond ergens in de verte wat metalen geklater klinkt en vanaf halverwege nog sporadisch wat andere geluidjes. Niet zo'n boeiende track. Ik zou kunnen zeggen kaal, maar bedoel dan eigenlijk saai. Dus: saai.

3. Interline No. 1-3
Bouwt voort op Enclosure. Weer ruimtelijk opgezet met uit de verte opwaaierende, zwaar echoënde geluiden en sporadisch klinkende noise, opgebouwd uit pure feedback op percussioneel geknal. Is, net als Enclosure, ook wel degelijk boeiend. Het rondwaaiende geluid doet een compositie als deze klinken alsof 'ie ergens in een grote fabriekshal is opgenomen, waar Akita zijn instrumentatie heeft opgesteld en er daar tracht de meest intrigerende geluiden uit te slepen, al dan niet met behulp van de omgeving, zonder te willen verzanden in onnodig geneuzel of ongenuanceerde feedback. Die aanpak werkt wel degelijk. Hoewel het geluid zich slechts met tussenpozen tot de oppervlakte weet te werken, spreekt er te allen tijde een ontzettende kracht uit, alsof elke voortgebrachte piep of kraak ultieme beheersing en tegelijk ultieme inspanning eist. Alsof hier geen onverschillige kerel aan het werk is die maar wat aankloot met een scheut pedalen, een stuk ijzer en een oude gitaar, maar een waar artiest, die uit zijn onconventionele instrumentarium de meest intense en geraffineerde composities weet te sleuren. En feitelijk is dat natuurlijk ook gewoon zo. Akita weet wat 'ie doet, is er fantastisch in, legt er alles in wat 'ie heeft. En komt, zoals hier, met geweldige resultaten op de proppen.

4. Itch
Meer ritmisch gestamp met daaroverheen vrijelijk wat geschraap en gepiep. Doet wel wat aan Scarabe denken maar is hier wel iets boeiender aangepakt. Een iets boeiendere laag aan geluid wordt schots en scheef de mix ingegooid en het gestamp krijgt nog wat aardige vervormingen te verduren. Lekker noisy wel. Aan Enclosure en Interline No. 1-3 mag het verder echt bij lange na niet tippen, maar dit is toch wel weer een genietbaar trackje.

5. Libido Economy No. 1
Bij vlagen vrij harsh. Gierende en piepende noise over een voortstommelende loop. In vergelijking met het andere materiaal op deze schijf toch een redelijk buitenbeentje aangezien het meer lijkt terug te grijpen naar vroeger materiaal (Pornoise bijvoorbeeld) en er niet echt tussenpast. Dat betekent echter niet dat het niet goed klinken kan. Dat doet het namelijk wel. Vrij stuurs, licht chaotisch en goed gruizige. Toffe track die (samen met No. 2) zijn oorsprong lijkt te hebben als Libido / Economy op de verzamelaar Enkele Gemotiveerde Produktiemedewerkers op Midas Music die uit 1990 stamt. Dat zou wel weer betekenen dat het chronologisch een beetje misloopt, aangezien Enclosure op dit vierentwintigste schijfje origineel in 1987 werd uitgebracht, terwijl de eerste schijf in deze Merzbow die origineel uit 1990 stamt pas de zesendertigste is (Cloud Cock 00 Grand). Geschiedsverandering door Extreme of wellicht toch van een andere bron geplukt (die ik echter dan niet kan vinden), wie het weet mag het zeggen. Het belangrijkste is en blijft echter natuurlijk dat dit gewoon een fantastische track is.

6. Libido Economy No. 2
Gaat verder waar No. 1 ophield. Meer getormenteerde, gruizige en piepende noise. Klinkt, net als deeltje één, gewoon erg, erg lekker. Zeer lekkere noise die wat aan Pornoise Extra doet denken en ook zeker (zoals ik daar ook al aanhaalde) aan de Yasukuni Jinja 7" van The Gerogerigegege op Membrum Debile Propaganda. Richting het einde wat goed ingezette haperende en overstuurde muziekfragmentjes. Goede afsluiter.

Disc 25: Vrathya Southward (1987) (3)
1. Electroacoustic Voyage
Gierende feedback en geschraap opent het geheel. Lekker harsh. Een continu aanhoudend gezoem waarover Akita metalen geklater en geknal plakt, gecombineerd met piepende noise. Een lekker duister sfeertje wegens het aanhoudende, licht ongemakkelijke gepiep en de metalen percussie die een soort van ritualistisch aandoet. Na een paar minuten daalt een wolk aan gruis nog neer op de compositie terwijl de percussie inmiddels gelooped en vervormd wordt. Goede boel herrie die wegens zijn constante gedreun energiek overkomt en met hoog tempo voorbij lijkt te vliegen. Hier en daar wat meer ruimte, maar ook daar ratelt het geheel evenwel goed door. Wat sfeervolle, sobere percussie vormt bijvoorbeeld ongeveer halverwege de hoofdmoot terwijl wat nauwelijks hoorbaar gepiep in de verte klinkt en er wat spaarzame, vreemde noises overheen worden gelegd. Als geheel een behoorlijk gevarieerde track die zowel stomende noise als subtieler materiaal in de lijn van de twee voorgaande schijfjes te bieden heeft. Het materiaal komt overigens van een gelijknamige tape uit 1987 die destijds tot 31 stuks gelimiteerd was (een broodnodige re-issue dus), maar in welke vorm het daarop stond blijft een raadsel, aangezien de tape sowieso zeven tracks telde met andere namen en het mij niet bekend is of het een C60 was (in welk geval de verdeling in drie tracks alhier wel erg willekeurig lijkt), of een C40 waarvan de eerste twee tracks de A- en B-kant beslaan en de laatste nieuw materiaal is. Het is jammer dat de liner notes op dit soort punten soms wat summier zijn. Diezelfde liner notes weten overigens te melden dat dit werkje volledig opgebouwd is met behulp van pianosnaren en een metalen doos, wat wel bewondering wekt, aangezien vooral de pianosnaren nauwelijks of niet als zodanig herkenbaar zijn. Overigens is dat niet alles, want Kiyoshi Mizutani bestuurt ergens nog een orgeltje volgens de liner notes bij de tape zelf en bovendien is er hier en daar duidelijk een vervormde stemsample te herkennen, maar evengoed weet Akita de rest van zijn geluiden op knappe wijze uit een minimum aan geluidsbronnen te slepen.

2. Electric Red Desart
Een scheurende piep die al gauw afzwakt en waardoorheen wederom metalen percussie en meer vervormd gesample te horen lijkt. Redelijk freaky en psychedelisch geluid met veel echo. Al gauw sterft haast alles af en bepaalt de metalen percussie de richting en het tempo. Meer geflipt gesample werkt zich langzaamaan weer de mix in. Behoorlijk rustige track verder met een laag, goed bij te benen tempo, weinig chaos en flink wat ritme. Het breidt zich allemaal langzaam uit, met ruimte voor vervorming, echo en stapeling, waardoor de track, al naar gelang 'ie voortduurt, de controle lijkt te verliezen, om die af en toe weer over te nemen en dan weer te verliezen. Schommelt dus heen en weer tussen erg muzikale stukken en stukken die meer richting traditionele noise gaan, maar haast te allen tijde met een hoofdrol voor de percussie. Richting het einde hier en daar wat puurdere noise met een lading fijn gruis en in de laatste minuut een (haast) niet vervormd muziekfragmentje met zang en accordeon (als nog steeds enkel pianosnaren en metalen doos, dan eindeloos respect; wellicht is het metalen doosje een radio). Wel een aardig geheel dat echter een beetje de sfeer mist die op Electroacoustic Voyage wel aanwezig was. Daarom net een stukje minder, maar verder niets mis mee.

3. Lightning
Lekker hoge piep aan het begin zoals C.C.C.C. ze die ook af en toe lekker kan voortbrengen. Die schuift wat naar de voor- en achtergrond en over de toonladders om weldra pas op de plaats te maken voor meer gruizige en ratelende noise, die hier en daar kort onderbroken wordt door meer metalen gekletter en geschraap, welk geschraap overigens bijzonder goed klinkt. Ligt dus direct in het verlengde van de eerste twee tracks. Nochtans weer een plaat die in essentie een boeiend geluid kent en waar op de uitvoering weinig aan te merken valt. Grijpt echter wederom, net zoals Electric Red Desart, niet echt naar de keel omdat het een beetje aan sfeer ontbreekt. In die zin kil op de verkeerde manier; geen ijskoud, onprettig klinkend en duister experiment, maar een stortvloed aan geluid dat karakter lijkt te ontberen en nogal kaal overkomt. Vooral veel heen en weer struikelende stukken noise en percussie die niet echt lijken te weten wat ze nou precies in de compositie doen. Daarom toch een beetje net niet. Samenvattend een schijfje met goede punten en evengoed zwakke punten die potentie lijken te hebben maar die niet volledig benutten.

Disc 26: Live in Kabarovsk, CCCP - I'm Proud by the Rank of the Workers (1988) (4,5)
1. Live at Trade Unions Place of Culture Hall
Origineel op LP uitgebracht (hoewel, volgens de liner notes van Extreme, dit de originele versies zijn zonder effecten, dus ik weet niet hoe ze zich precies verhouden tot de originele uitgave), deze live opnames, opgenomen op twee opeenvolgende avonden, met een titel die me altijd gefascineerd heeft. Eens zien of het materiaal de verwachtingen die de titel schept inlost. Het blijkt gelukkig een behoorlijk geniale boel. We horen een hoop noise, met screeches en feedback en geschraap, dat klinkt alsof het van een paar meter afstand de microfoon in wordt geduwd, terwijl Kiyoshi Mizutani er wat zeer welkom en geweldig klinkend muzikaal materiaal doorheen gooit (geweldige piano-improvisatie, mishandelde balalaika). Hier en daar een verdwaalde tapeloop en stemsamples (CCCP Radio, volgens de liner notes). Het resultaat is geweldig materiaal dat uiterst sfeervol is en af en toe ook gewoon lekker harsh. Beklemmend en intrigerend. Ontzettend dynamisch en energiek ook. Prachtig stukje live analoog werk dat tot het beste werk hoort dat ik tot dusver heb mogen horen.

2. Live at Soviet Army Officers House Hall
Akita legt wederom een boeiende basis neer met een zoemende bas en kletterend percussiewerk die ononderbroken voortratelt op geweldige wijze. Daaraan voegt hij langzaam wat feedback en geschraap toe, uiterst subtiel en gecontroleerd gedaan. Wederom ook de hand van Mizutani hier, wat houd ik van die man. Spaarse piano-aanslagen die veelal de sfeer weten te bepalen. Na een paar minuten improvisatiewerk op de drums dat het geheel doet klinken als gestoorde free-jazz (lijkt mij Akita zelf te zijn, terwijl Mizutani en de illustere Vitaly Lookyanov, die op de hoes genoemd staat als verzorgend percussie, de rest verzorgen; daarbij schijnbaar nog geholpen door ene Alexander Nosul, hoewel die niet met naam en toenaam op de hoes wordt genoemd), om daarna over te gaan in een soort van marsritme en dan een straightforward vierkwartsmaat terwijl de laag noise onophoudelijk doorschuurt. Zich sporadisch door de mix heen persende communistische marsmuziek met driftig getoeter maakt de boel af. Een track die, zoals duidelijk mag zijn, buitengewoon muzikaal klinkt voor Merzbowbegrippen. Daarom alleszins niet minder boeiend. Namelijk gewoon fantastisch dit. Al even dynamisch en energiek als de eerste track. Bij vlagen haast straightforward (noise)rock, maar van een uiterst fascinerend soort. Bijzondere plaat, deels omdat het een unieke entry is in Akita's oeuvre (ontzettend muzikaal, geweldige documentatie van het samenspel van Akita en Mizutani), deels omdat het gewoon fantastisch klinkt.

Disc 27: Storage (4)
1. War Storage Pt. 1
Akita weeft een tapijt van metalen geklop en geklater dat op fascinerende wijze voortratelt en mettertijd uitbreidt met vooral percussie- en metaalgeluiden. Net als voortgaande schijf oorspronkelijk in 1988 op LP uitgebracht en ook hier, volgens de liner notes, de volledige originele versies zoals die niet op vinyl te vinden waren. Wederom een samenwerking met Kiyoshi Mizutani overigens, die bij vlagen duidelijk van zich laat horen. Intrigerend stuk muziek dat totaal niet harsh is en in die hoedanigheid aansluiting weet te vinden met veel eerder werk, vooral dat materiaal dat veelvuldig gebruik maakte van home instruments, percussie en metaal en dat musique concrète refereerde. Past wat betreft volwassenheid echter duidelijk in de later tachtiger jaren en doet denken aan, bijvoorbeeld, Interline No. 1-3 op Enclosure / Libido Economy. Subtiel, bevlogen werk dat getuigt van vakmanschap en toewijding. Klinkt daarnaast erg industrieel (redelijk inherent aan het instrumentarium) en in zijn karakter af en toe kil en duister op gedistingeerde wijze (daarin sterk contrasterend met het meeste materiaal op Vratya Southward), terwijl het te allen tijde een hart lijkt te behouden (zie de eerdergenoemde bevlogenheid). Vanaf halverwege sporadisch iets noisier terwijl het bronmateriaal grotendeels behouden wordt. Een track die daarom op natuurlijke en ongeforceerde wijze evolueert en voortrommelt. Sterk materiaal.

2. War Storage Pt. 1
Meer subtiel gekletter en geschraap. Sluit dus direct aan op de voorganger in sfeer en geluid. Duister, intrigerend en ruimtelijk werk dat rondechoot en lang de speakers waait. Klinkt, net als sommig eerder materiaal, alsof het opgenomen is in de één of andere fabriekshal waar Akita en Mizutani niet alleen hun eigen instrumentarium maar ook alles wat ze daar ter hun beschikking vonden (metalen buizen en zo meer) in de compositie opnamen. Erg boeiend werk dat op bepaalde vlakken een soort voorganger lijkt te zijn van de Music for Bondage Performance platen. Zou echter misschien meer op zijn plaats zijn als ondersteuning van een seppuku-film (Akita's Lost Paradise bijvoorbeeld, net als veel van zijn SM-werk uitgebracht door Fuji Kikaku) aangezien het nog een goed stuk ongemakkelijker en onheilspellender klinkt. Vanaf halverwege slaat het karakter voor korte tijd enigszins om, en dan vooral in geluid (het onheilspellende sfeertje blijft). Ruisende en wapperende en langzaam aanzwellende en abrupt afbrekende drone-achtige geluiden met daaroverheen random noises en geklop. Na een paar minuten krijgt het metalen gekletter en geschraap echter weer de overhand, hoewel het vanaf dan wel de compositie moet delen met wat spookachtige samples, de sporadische drone-achtige geluiden en fascinerend werk met strijkstok van Mizutani. Tegen het einde een lekkere uitbarsting waar alles even goed over de top gaat en het heel eventjes goed harsh klinkt. Als geheel in ieder geval wederom zeer dynamisch en erg natuurlijk klinkend. Blijft zonder problemen over de gehele speeltijd uiterst interessant.

3. War Storage Pt.3
Deeltje 3 inmiddels. Het mag geen verrassing heten dat ook deze track meer van hetzelfde biedt. Dat hetzelfde is en blijft echter goed te verteren en zolang Akita geen blijk geeft van ideeënarmte kan het materiaal zelfs geniaal zijn. Hier een hoop gesis op de achtergrond en wat aggressiever gekletter en geschraap met het metaal erbovenop. Daarom een goed stuk harsher, hoewel geen aanhoudende muur aan gierende feedback natuurlijk. Dat is wel meer het geval wanneer het metalen gekletter uit de mix verdwijnt en enkel het gesis overblijft, dat bij vlagen in volume en harshheid toeneemt en dan een goed doorstampend en gierend offensief op de oren uitvoert. Vanaf daar (een paar minuten in de track) verandert het karakter vrij wezenlijk en bevinden we ons in bekend Merzbowgebied: dat van veel herrie en muren aan geluid die een geheel eigen esthetiek kennen. De muur in geluid in kwestie klinkt alleszins goed. Het ratelt en suist op hoog tempo door, kent een toffe textuur en laat binnen zijn onverminderde stortvloed aan herrie subtiliteiten horen die een nader luisteren belonen. In die zin fungeert dit soort noise als een soort tegenhanger van ambient (of is het wellicht gewoon een luidruchtiger uitvoering ervan), aangezien het puur als (goed, luidruchtig) geluidsbehang kan dienen dat ongemerkt opgaat in omgevingsgeluid (vooral wanneer u temidden een bouwplaats woont), maar bij nadere beluistering over een variatie en subtiliteit blijkt te beschikken die je als luisteraar toch niet had vermoed. De noise laat af en toe wat ruimte en daarin is meer metalen mishandeling te horen dat werkelijk geweldig klinkt. Waar ik reeds stelde dat Akita een kunstenaar is die met de grootste beheersing van de subtielste geluiden de meest prachtige composities kan creëren, kan hij ook, evengoed als kunstenaar, zijn pure (lichamelijke maar wellicht ook andere, vul aan naar behoren) kracht in de strijd gooien, alle remmen los, en geluid creëren dat die lichamelijkheid weerspiegelt of zelfs omvat en daarin feitelijk net zo intiem is als voorgenoemd materiaal. Los van dit soort overwegingen echter ook gewoon puik materiaal. Als geheel een wat harshere, noisier track dus, die wederom van hoog niveau is.

Disc 28: Fission Dialogue (1988) (3,5)
1. White Gamlan
Titel die enigszins de lading lijkt te dekken van materiaal dat in het verlengde van voorgaand schijfje ligt. Veel gebruik van percussie, hoewel dat geenszins traditioneel spel op de gamelan genoemd mag worden. Het klinkt eerder alsof Akita het ding van de trap gooit, er eens goed op stampt en zijn volle gewicht erin gooit. Daartussendoor meer metalen geschraap. Voelt hierom ook weer erg industrial, aangezien de gamelan (zo we erop mogen vertrouwen dat die gebruikt wordt) dus meer als metalen bronmateriaal wordt gebruikt dan als daadwerkelijk instrument. Hier en daar drijven er wel wat ritmes naar de oppervlakte en het moet ook gezegd worden dat Akita wel degelijk een behoorlijke keur aan geluiden uit het instrument weet te slepen waardoor het spel niet een blind losrammen lijkt maar wel degelijk een bewust manipuleren. Fascinerend geluid alweer. Erg rustig en dus ook totaal niet harsh, wederom meer musique concrète. Je zou je haast gaan afvragen waarom Akita toch altijd als noise-artiest getypeerd wordt als je deze box als representatief voor het gros van zijn ouput ziet; vergeet dan niet dat de eerste 35 platen allemaal uit de jaren '70-'80 komen en dat welhaast al zoniet al het materiaal analoog is en dus maar een deel van Akita's oeuvre dekt. Dat hoeft echter niet als kritiek gezien te worden, want, zoals inmiddels duidelijk mag zijn, is dit materiaal vaak juist erg interessant en soms simpelweg geniaal. Ook White Gamlan luistert dus weer erg goed weg. Wegens het instrumentarium, dat bij vlagen toch traditioneel geluid lijkt voort te brengen, klinkt het haast als uiterst obscure, geflipte, avant-gardistische volksmuziek die door een stom gelukkig toeval gedocumenteerd is. Waardevol, fantastisch en intrigerend materiaal alweer.

2. Fission Dialogue
Klinkt ook een beetje als de voorgaande schijf, maar dan als de harshe stukken in de laatste track aldaar. Kortom, een stuk gewelddadiger gepiep en geschuur dat echter wederom wel veelal uit metaal lijkt te worden getrokken. Overstuurd en geflipt materiaal dat de gemiddelde noise-liefhebber goed zal kunnen bekoren (mij in ieder geval wel). Lekker dynamisch, flink tempo, goede textuur (ik wilde prettig zeggen, maar dat klinkt zo stom). Behoorlijk chaotisch stuk muziek dat echter nergens de weg kwijt lijkt te raken en zelfverzekerd en intuïtief door zijn speeltijd heenknalt. Puik stukje noise dat veelal doet denken aan vroeg negentiger jaren Merzbowmateriaal.

3. Inside Tangues in Tera-Aspic
Hier aanvankelijk weer een beetje gas terug. Niet zozeer harsh materiaal, maar evengoed ook geen spul dat klinkt zoals de openingstrack. Wat gezoem in de lagere regionen en wat gruis dat niet tot de oppervlakte rijst. Feedback en gitaarverkrachting ook, maar nergens oorverdovend. Ditmaal geen (metalen) percussie, noch metalen geschraap en zomeer. Daarom echter niet meteen minder interessant. Weet, zeker in de eerste paar minuten, wel degelijk een duister sfeertje op te roepen en bouwt bovendien langzaam uit tot een iets chaotischer en aanzienlijk harsher geheel waarbinnen ruimte is voor luidere herrie die (daar is 'ie weer) deels aan Mizutani te danken lijkt (redelijk muzikale basis, hoewel Akita het geluid behoorlijk mishandelt en overstuurt). Iets lastiger om vat op te krijgen aangezien een vrij diverse selectie aan geluiden zich redelijk structuurloos lijkt op te volgen en samen te voegen tot een resultaat dat dientengevolge wat heen en weer slingert tussen soorten sfeer en geluid. Wanneer wat geknal en geklop zich, lukraak opeengestapeld (waardoor geweldig echoënd en stotterend), de mix in werkt krijgt de track wat meer vorm. Wisselt echter vrij plots steeds tussen harshe en rustigere stukken zonder veel gevoel voor opbouw en slaat daarom toch een beetje de plank mis. Wanneer ofwel harsh ofwel minder harsh weet het vaak wel degelijk interessant te zijn, maar de te lukrake afwisseling doet de track geen goed. De selectie aan geluiden is in essentie meer dan goed en hier en daar ontstaat dus wel degelijk een boeiend klankentapijt, maar elders gooit Akita zijn materiaal schijnbaar wat achteloos over de vloer, wat het resultaat, op die momenten, niet ten goede komt omdat het samenhang mist, cohesie ontbeert. Kan niet tippen aan de twee voorgaande tracks.

Disc 29: Collaborative (1988) (3,5)
1. Joint (featuring S.B.O.T.H.I.)
Ha, zowaar weer eens een plaat die ik ken. Collaborative kwam in 1988 uit op LP en was een samenwerking met S.B.O.T.H.I., een redelijk enigmatische afkorting die staat voor het al even enigmatische Swimming Behaviour of the Sudden Infant. In die hoedanigheid wellicht volledig onbekend, maar erachter gaat de toch vrij grote naam Achim Wollscheid schuil, met wie Akita in de loop van zijn carrière verscheidene malen samenwerkte (zie bijvoorbeeld ook Eleven Live Collaborations uit 1992 en schijf 31 in deze Merzbox). De originele plaat bevatte een A-kant met drie tracks en een B-kant met één track. De B-kant wordt hier eerst gepresenteerd (dit Joint dus), terwijl de A-kant tot één track is samengevoegd en als track twee, Code-Geräusch-Aggregate, in de box zit. Voor de LP werkte men bij de creatie van het geluid samen, om vervolgens elk een kant af te mixen. Deze B-kant werd door Akita afgemixt. Het klinkt in die zin ook echt als een product van zijn tijd, in die zin dat het qua geluid duidelijk in de Merzbow van de late jaren tachtig te plaatsen is. Wederom een geluid dat niet direct erg harsh is en juist erg open klinkt, vergelijkbaar met veel materiaal van de voorgaande schijfjes. Op de achtergrond zoemt wat noise een tijdlang onophoudelijk door terwijl metalen gepiep en gekraak en gitaarmisbruik eroverheen wordt gegooid. Klinkt alleszins goed. Na een minuut of tien wordt de boel omgegooid en wordt het stuk iets hasher. Een gruizige laag noise en overstuurde feedback knalt een stuk luider de mix in terwijl er een willekeur aan geluiden overheen gegooid wordt. Metalen geklater, gitaarspel, noise bursts en zo meer dringen zich opzichtig de mix in om er even opzichtig weer uit te verdwijnen, wat een bij vlagen nogal hortend en stotend geluid oplevert dat wel dynamisch klinkt maar niet lijkt te weten wat het wil. Het vormt noch een subtiele en sfeervolle compositie, noch een full-on harsh noise offensief en is daardoor enigszins stuurloos. Het klankentapijt waarmee Joint gezegend is is echter wel fantastisch, en dat maakt de track het toch nog alleszins waard om te draaien. Die voorlaatste minuut bijvoorbeeld, waar metalen geschraap, luide feedback en een overstuurd orgeltje zich om het hardst de ether in proberen te duwen: heerlijk! Echter uiteindelijk geen hoogvlieger wegens iets te wispelturig.

2. Code-Geräusch-Aggregate
Waar Akita de eindmix van de eerste track (edoch de B-kant op de originele LP) voor zijn rekening nam, deed Wollscheid de tweede (oftewel de A-kant, opgedeeld in drie tracks, hier samengevoegd tot één). Tot in hoeverre dit dan ook als een Merzbow-track kan of mag gezien worden (het is meer een featuring Merzbow dan een S.B.O.T.H.I. & Merzbow of iets dergelijks, hoewel, toegegeven, de originele hoes voor de notatie S.B.O.T.H.I./Merzbow gaat) valt dan ook te betwisten. Het is voor de luisteraar echter een geluk dat deze track wel opgenomen is, want Wollscheid's kant is aanzienlijk beter dan die van Akita. Wollscheid pakt het écht een stuk subtieler aan en laat aanvankelijk elk geluid dat maar enigszins als harsh geïnterpreteerd kan worden (daarmee doel ik ook op metalen gekletter en dergelijke, welke overigens in Merzbow's handen lang niet altijd tot abstracte herrie worden gevormd maar wel degelijk prachtig kunnen klinken) uit de mix. In plaats daarvan is in de eerste paar minuten enkel een gevarieerd, subtiel en hoog gepiep te horen, dat alleszins sfeervol is en doet denken aan sinewave-geluid zoals dat ingezet wordt binnen bijvoorbeeld Ground-Zero door Sachiko M (en wellicht een wat bekender referentie; op Flutter van Otomo Yoshihide's New Jazz Quintet (uitgebracht op John Zorn's Tzadik) voegt mevrouw in de opener ook zo'n genadeloze piep toe). Na enkele minuten begint Wollscheid langzaamaan wat fellere geluiden toe te voegen, hoewel hij zich veelal beperkt tot vlug ratelend gerommel en gestommel in de lage frequenties. Wollscheid introduceert hier en daar loops om ze even gauw weer de kop in te drukken waardoor ze slechts haperend tot de oppervlakte te reiken, om ze dan weer de ruimte te geven maar stelselmatig te vervormen. Het resultaat is hier wederom geen full-on offensief, aangezien het geluid hier voornamelijk heen en weer slingert tussen stilte en geen stilte, maar doordat Wollscheid geen oorverdovende harsh noise aspireert (waardoor de, in Akita's mix soms wat geforceerd klinkende, afwisselingen van stukjes subtiel en stukjes herrie ook achterwege blijven) en vooral met de pure controle over zijn track lijkt te willen spelen (het adempauze gunnen, het in de verdrukking doen belanden, en zo voort, zonder de track definitief om te brengen), is het onmogelijk de wijze waarop dat gedaan wordt te vergelijken met die van Akita. Fascinerende track dus die een waardevolle toevoeging aan de Merzbox is.

3. Jointed
De laatste track verscheen enkel op een 7" die bij een gelimiteerde run exemplaren van Collaborative (500 stuks) bijgevoegd werd. Hier krijgt Merzbow wel de volle credits (de A-kant op de 7" werd puur aan S.B.O.T.H.I. toegeschreven en is daarom ook niet opgenomen), wat hier overigens staat voor Akita en Mizutani. Stukken fascinerender geluid, meteen, dat deels terug lijkt te grijpen op het materiaal van de Live In Khabarovsk, CCCP LP, aangezien we meer flarden marsmuziek lijken te horen en Mizutani eens te meer de balalaikan ter hand neemt. Een track die rustigere en harshere gedeelten kent waarin veel gesuis en gruis hun ding doen, maar die niet het fragmentarische karakter kent van de eerste track op dit schijfje en daarom een stuk bevredigender is. Redelijk overstuurde zooi die echter transparant klinkt en het de luisteraar mogelijk maakt de verschillende instrumenten en non-instrumenten erin te herkennen. Boeiend stuk herrie dat de plaat op een positieve noot af doet sluiten.

Disc 30: Crocidura Dsi Nezumi (1988) (4,5)
1. Mustela Erminea Nippon
Gekraak, gekletter en meer metalen geluiden met veel echo en daaroverheen zeer spaarzaam ingezette feedback opent de track. Een rustig begin dat, zoveel mag duidelijk zin, vrij direct de lijn van de voorgaande releases (vooral die voor Collaborative) doortrekt. Hoewel de track langzaamaan wat voller raakt, blijft 'ie echter te allen tijde wederom vrij transparant. Nergens een muur aan harsh noise of niet te identificeren herrie die volledig dichtgemetseld is, maar een compositie die ademt en adempauzes inlast. Die dan metalen geschraap op de voorgrond schuift, dan de feedback. Dat gebeurt allemaal op volstrekte natuurlijke en dynamische wijze: Akita die, gewapend met een stapel oud ijzer en een kilo pedalen, actief in de weer is met zijn materialen en er knap een kunstwerkje van bouwt. Door het ruimtelijke en duidelijke (dat wil zeggen, duidelijk in al zijn componenten te onderscheiden) geluid doet het aan als een compositie die volledig de weg kwijt is, waar het gekraak en gekletter soms een stuurs ritme vormt en hier en daar zelfs een traditioneel ritme, om dan weer uiteen te vallen in richtingloos geknal welk het concept van maat houden volledig onbekend is. Het alle kanten op slingerende gepiep als inkleuring volgens vrije improvisatie over niet-bestaande toonladders. Klinkt echt fascinerend en weet, zeker in de laatste 5 minuten, soms een haast even melancholische als beangstigende sfeer neer te zetten. Meer prachtig werk dus, wederom uit de eind tachtiger jaren periode, welke duidelijk een artistiek hoogtepunt voor Akita kenmerkt. Fantastisch dit.

2. Mustela Sixasa Namiyei
De volgende track opent met een laag geklop op toms waarover eerst wat stuurs (percussie)geknal overheen wordt gegooid en dan schrapende en piepende feedback, als een verkrachte viool of bont-en-blauw geslagen cello. Het geklop houdt aan en breidt uit met meer ritmisch geklop getik en biedt de track een duidelijke leidraad (en houvast voor de luisteraar, voor degenen die het nodig hebben) waaroverheen de feedback redelijk elegant gedrapeerd wordt: met verve, mondjesmaat, subtiel. Klinkt in die zin haast als een driftig ritueel getrommel welk van alle kanten door helse ambient noises wordt belaagd (een associatie die nog kracht bijgezet wordt door de behoorlijk uitheems klinkende titel). Volstrekt anders dan de eerste track, maar niets minder fascinerend. Akita weet wederom een track en een sfeer neer te zetten waar je u tegen zegt (welhaast echt; constant brandde het op mijn lippen: "U zijt een vernuftig trackje!" en "U, u zijt een broeierige sfeer! Chapeau!"). Hier en daar krijgen de duistere [/i]ambient noises[/i] de overhand, welk een resultaat bij de één levendige associaties kan opwekken (demonisch geschreeuw uit een omringende duisternis dat met alle macht tegen de rituele krachten van het getrommel aanschuurt en ze probeert te breken, of zoiets) en bij de ander puur het noisehart sneller doet kloppen omdat het allemaal zo verrekte geweldig klinkt (en verhip, wie weet ervaart de luisteraar beide wel simultaan). Elders rommelt het geheel haast vermoeid (op knap klinkende wijze, begrijp me niet verkeerd) door, uitgeput van de voorgaande uitbarsting (of krachtmeting, voor degenen met de levendige fantastie) en zich opladend voor de volgende, door Akita vakkundig uitgewerkt en zorgend voor geweldige (spannings)opbouw en afwisseling. Tegen het eind ontspoort het geheel enigszins en klinkt de percussie even ontzettend manisch: heerlijk! In ieder geval, zoals duidelijk mag zijn, wederom een stukje noise dat veel indruk achterlaat en het predikaat geniaal mag ontvangen.

3. Strange Strings
Een stukken minder vreemde titel dan de voorgaande, en hier kunnen we, meer dan bij voorgaande tracks, nog enigszins een verwachting opstellen (strings, en dan vooral (natuurlijk, zegt u nu, 't is toch Merzbow) flink vreemd; of, welllicht, zoals hij later meermalen zou doen, een vrije interpretatie van andermans werk, in dit geval Sun Ra en diens Astro Infinity Arkestra, dat een gelijknamige plaat afleverde). Dat Akita hier (onder meer) een strijkstok bestuurt hoeft geen twijfel te heten, of we dat dan meteen maar strings moeten noemen is weer een ander verhaal, aangezien hij er vooral zijn gitaar onder handen mee lijkt te nemen. Screeches en luide feedback dus, welke nog eens goed mishandeld worden en een gruizig eerste minuutje opleveren. Daarna brokkelt het geheel af richting nul en doet een voortsissende loop zijn intrede, welke hier en daar abrupt onderbroken en overstemd wordt door strepen feedback en felle screeches (de voortdenderende loop doet overigens bij vlagen herinneren aan Mustela Sixasa Namiyei). Met het voortduren van de track wordt deze vervormd, overstuurd, mishandeld, aangevuld en zo meer, om op het laatst even pas op de plaats te maken voor wat chaotischer noise. Boeiend stukje muziek dat veelal de strings uit de titel als ingrediënt lijkt te gebruiken, hoewel die lang niet altijd als zodanig herkenbaar zijn. Daarbij is er ook wat generieke feedback te horen, evenals metalen herrie. Gelukkig hoeven we de track niet aan het frame Strange Strings op te hangen. Feitelijk zit 'ie gewoon goed in elkaar en, hoewel niet zo briljant als de twee voorgaande tracks, is het zeker geen verkeerde aanvulling. Ik ben overigens wel benieuwd naar de precieze oorsprong van deze track, die uiteraard niet op de originele Crocidura Dsi Nezumi tape stond. Evenwel lijkt 'ie me wel degelijk uit deze periode te stammen. Nogmaals, leuke aanvulling die weinig afbreuk doet aan het geheel.

Disc 31: KIR Transformation (1989) (3,5)
1. KIR Transformation
Eén lange track (40 minuten) op dit schijfje, voorheen unreleased. Overigens (net als op Collaborative, alleen hier zelfs volledig) geen écht Merzbowmateriaal (voor zover je dat zo wil noemen), aangezien het hier een live herinterpretatie van Merzbow (ik neem dus aan, live mishandeling van Akita's bronmateriaal) door (daar is 'ie weer, net als op Collaborative) Achim Wollscheid betreft. De track is goed gruizig en klinkt ook aardig live (wat echo, enigszins vlak). Afwisselende stoten noise over een immer voortruizende basis, die dan solo de mix in knallen en dan op elkaar, en er dan weer uit verdwijnen, en zo een goede tijd door. Het resultaat is wel dynamisch en afwisselend en doet ook behoorlijk denken aan het materiaal op Collaborative, hoewel het geluid hier compleet anders is en uit (voortdurend subtiel verschuivende, edoch) redelijk generieke (haast white) noise is opgebouwd. Daarom toch niet zó subtiel als Wollscheid's materiaal op Collaborative (hoewel er, vanaf een minuut of 25, wel iets meer materiaal in die hoek te bespeuren is). Komt ook iets meer over als een oefening in hard-zacht dynamiek dan als de uitoefening van pure controle over geluid. Het resultaat is daarom echter verre van slecht. Hoewel de afwisseling tussen absentie van ruis, aanwezigheid van een enkele laag ruis en opeenstapeling van verschillende lagen ruis een redelijk staccato gebeuren is, weet het geheel toch wel indruk maken. Dit is deels te wijten aan het feit dat de, zoals gezegd redelijk generieke, noise toch gewoon erg lekker klinkt. Het ruist een flink eind weg en is even knisperig als gruizig, wat alleszins fijn om aan te horen is. Daarbij zijn de subtiele variaties die te bespeuren zijn (soms lijken eindeloos vervormde samples en melodieën zich tot de oppervlakte te werken, wat redelijk fascinerend klinkt), zowel (dus) in geluid als in juxtapositie van lagen noise (verschuivende stapeling, meer en minder staccato noise bursts), op intrigerende wijze uitgevoerd en zorgt het binnen wat oppervlakkig als een aaneenschakeling van hetzelfde gezoem klinkt, voor minimale variaties die erg weten te boeien en de gehele track langzaamaan volledig transformeren. Bovendien is het geheel behoorlijk hypnotiserend. De voortdurend voorthortende en -stotende noise bursts werken haast als een bizar mantra dat de luisteraar in een trance weet te werken. Bij lange na niet het beste werk dat in de Merzbox te vinden is (ook omdat het totaal geen recht doet aan de geweldige variatie en muzikaliteit die Akita tentoonspreid op andere schijfjes), maar desalniettemin een leuke toevoeging.

Disc 32: S.C.U.M. - Scissors for Cutting Merzbow Vol. 1 (1989) (4)
1.Cockchola
Een stortvloed aan geluid (feedback, een hoop gruis) zwelt constant vlug aan en brokkelt dan langzaam af, constant subtiel van karakter veranderend door toevoeging van een variatie aan aan andere geluiden. Als de track goed op gang komt begint de stortvloed goed door te dreunen. Flink veel gruis en voortdenderende noise, die elders pas op de plaats maakt voor wat meer afmosferisch materiaal, met metalen gekletter en geschraap en een voortdurend, drone-achtig gezoem. Boeiend materiaal alweer, hoewel een tikje richtinglozer dan ander spul in dit straatje en daarom net iets minder. Vooral met de sfeer zit het echter bijzonder snor en dat doet alles wat er qua compositie aan Cockchola schort vlug vergeten. Bovendien zit er hier en daar fantastisch geluid tussen. Al met al een zeer degelijke opener. Overigens is Scissors for Cutting Merzbow oorspronkelijk op dubbel-LP uitgebracht onder de artiestennaam S.C.U.M., een officiële naam voor (in ieder geval) drie releases met Kiyoshi Mizutani (allemaal in de Merzbow te vinden), en was het tevens de laatste LP van Akita op zijn ZSF Produkt (Mizutani zou in 1990 nog The Same Thing Always Makes Her Laugh uitbrengen op dit legendarische label).

2. Extract 1
Extract 1 gaat verder waar Cockchola eindigde: met een vervormd maar intrigerend en effectief ingezet sampletje dat stevig wordt bedolven onder aan laag ruis. Even muzikaal als a-muzikaal aangezien de sample te allen tijde als zodanig herkenbaar blijft, maar tegelijkertijd ook zo mishandeld en vervormd wordt dat 'ie hier en daar zonder problemen voor goede, reguliere noise kan doorgaan. Fascinerend stukje muziek dat invloeden uit vroegere Merzbow op nieuwe manieren lijkt in te zetten. Het doet bij vlagen denken aan het geprepareerde-gitaar-werk en sowieso aan de Dada-beïnvloedde periode, maar dan wel geïnterpreteerd op een vele malen noisier manier die duidelijk Merzbow-anno-1989 is. Erg tof dit.

3. Extract 2
Extract 2 ligt, verrassing, in het straatje van Extract 1, hoewel het duidelijke aanwezige muzikale moment van die track hier aanvankelijk afwezig is en het geheel daarom een stuk abstracter klinkt. Hoewel de sample (of een andere) wel degelijk weer zijn intrede lijkt te doen, is die hier dermate onherkenbaar vervormd dat er nog enkel sprake is van noise. Gevarieerde track waarbij de noise bursts met tussenpozen de mix in schiet, alsof het met ferme en goedgeplaatste messteken het geheel goed wil toetakelen. Dat lukt behoorlijk. Redelijk ongecontroleerd voortschurende track die hier hapert en daar ongehinderd voorstommelt. Haast alsof Akita en Mizutani letterlijk de schaar in ruw Merzbowmateriaal zetten en het op collage-achtige wijze weer in elkaar plakten. Wederom een erg fijn geluidspalet, overigens. Boeiende track.

4. Extract 3
Bijzonder korte track (net over een minuut) zoals we die sporadisch tegenkomen. Voortratelend basis aan piepend gruis met daaroverheen wat gezoem dat wel wat vervormde zang lijkt. Fijn geluidspalet, maar verder te kort (niet alleen op zichzelf maar ook binnen de context van het schijfje) om los van de verdere plaat te zien. Past goed bij de rest en dient meer als uitstekende aanvulling op het voorgaande.

5. Extract 4
Meer ratelend gezoem dat de toonladders op en af vliegt. Op de achtergrond zoemt een fijn gruizige basis onverhinderd door. Meer vervormd gesample doet zijn intrede en de vergelijking met het geprepareerde-gitaar-materiaal (enzovoorts) dringen zich eens te meer op. Akita en Mizutani weten er echter wel weer een compleet eigen draai aan te geven. Daarom als geheel wat lastig te typeren, maar het materiaal is er zeker niet minder om. Staat als een understated en creatief opgezette noisetrack, met een rijke variatie aan brongeluiden die echter op verrassend uniforme (of wellicht liever, consistente of coherente) wijze verwerkt worden. Wederom misschien wat richtingloos, maar het accidentele karakter dat inherent is aan het materiaal waaraan ik al refereerde mag misschien ook hier in beschouwing worden genomen. Boeiend stukje muziek alweer.

6. Kinetic Environment
De titel van de voorlaatste track lijkt steun te bieden aan de referenties met (onder meer) geprepareerde-gitaar stukken op vroegere releases. Hoe we de kinetische omgeving precies moeten opvatten laat zich raden, aangezien de liner notes niets specifieks vermelden. Evengoed lijkt het vrijwel zeker dat Akita en Mizutani hier met een omgeving (hoe die ingericht was, is wederom een raadsel) aan de slag gingen en alles daarbinnen behandelden als of zij zich bevonden in een zo te noemen geprepareerde omgeving (en zo het niet zo is, is het idee alleszins charmant). Het geluid is wederom te vinden in de hoek van de voorgaande tracks. Materiaal waar moeilijk grip op te krijgen is omdat het alle kanten op slingert en een gigantische lading aan soorten geluid de compositie binnensleept. Laag gekraak, gitaarmisbruik, stoten feedback en noise bursts, vervormd gesample en zo meer, dat alles echter wederom binnen een verrassend coherent kader gepast, wat de kunde van de heren benadrukt. Scissors for Cutting Merzbow biedt voorts niet het meest hapklare materiaal, maar is in zijn complexiteit en lichte genialiteit het aandachtige luisteren meer dan waard.

7. Yeah, But That Was Just Dyke Stuff Great Nude Variation No. 2
In dit geval is zelfs de titel minder hapklaar (iets over lesbiënnes en een tweede variatie op 't één of ander waarvan de eerste variatie ons overigens onbekend is), maar het materiaal is overduidelijk weer S.C.U.M. (nader onderzoek wijst uit dat deze track uit twee verschillende tracks op de originele LP (namelijk Yeah, But That Was Just Dyke Stuff en Great Nude Variation No. 2) bestaat). Maniakaal geknipt-en-geplakte stukken geluid die schijnbaar achteloos aan elkaar gelijmd zijn, maar welke wegens hun grote effectiveit en onnavolgbare maar daarom niet minder knappe compositie wederom uitermate boeiend luistermateriaal vormen. Gerinkel, gepluk aan een gitaar, overstuurde samples, gierende feedback, metalen geschraap, zoemende loops en zo meer, allemaal werken ze zich vastberaden de mix in en vormen zo een voortdurend golvende zee aan geluiden. Referenties mogen inmiddels duidelijk zin; ook hier gaan ze wat mij betreft zondermeer weer op. Intrigerende en ongrijpbare afsluiter van een al even intrigerende en ongrijpbare plaat.

Disc 33: S.C.U.M. - Scissors for Cutting Merzbow Vol. 1 (4)
1. Music for Funk Arts No. 1
Luid geschraap en echoënde, gierende feedback met dwars daarop vrij muzikaal spel dat echter volledig overstuurd is en daarom al even luid is en net zo hard echoot en giert. Wederom materiaal van de Scissors for Cutting Merzbow dubbel-LP, hier de A-kant van de tweede LP. Ligt dus ook duidelijk in het straatje van het voorgaande schijfje. Wederom een behoorlijk chaotisch (of wellicht liever: complex) geheel waarin ontelbaar veel geluiden verwerkt worden tot een toch ontzettend coherent stuk herrie dat zich echter moeilijk laat volgen en onmogelijk in woorden te vatten is. Ergens lijken Akita en Mizutani zowaar gereedschap tevoorschijn te halen (een pneumatische boor, of zoiets), hoewel het geluid eigenlijk dermate vervormd en mishandeld is dat het lastig te identificeren is (een snel aanzwellende en afzwakkende, overstuurde stemsample zou ook kunnen); weer verderop echoot ontzettend dissonant en overstuurd wat nauwelijks als zodanig herkenbare muziek de compositie in. Die grote variatie en afwisseling is nogmaals tekenend voor dit S.C.U.M.-materiaal, dat op knappe wijze subtiele en harshere stukken afwisselt zonder dat ook maar ergens geforceerd of als een zoveelste oefening in hard-zacht-esthetiek te doen klinken. Door de knap uitgezochte geluiden die tezamen de compositie vormen ook ontzettend sfeervol. Heerlijk stukje noise weer.

2. Music for Funk Arts No. 2
Music for Funk Arts No. 2, het logische vervolg op No.1, begint met een laag rommelend gedreun dat al snel overstemd wordt door wat goed klinkende, luide feedback en luider rommelende noise, welke overigens ontzettend afwisselend klinkt en, hoewel enerzijds makkelijk te typeren is als een stroom aan ruis, anderzijds wel eindeloos veel variatie tentoonspreid (geknal en metalen geschraap zijn te onderscheiden, evenals haast melodieuze toonverschuivingen). Op zich een redelijk harsh gebeuren, hoewel Akita en Mizutani de mix niet dichtmetselen, waardoor er genoeg ruimte is om de compositie boeiend te houden en om er nog verdere constante variatie in aan te brengen middels screeches en bij vlagen overheersend metalen geklop en gekletter. Ruimtelijk geheel dus dat wederom een knap coherent geheel vormt uit een variatie aan geluiden, hoewel die variatie hier ietwat minder groot is dan op voorgaande tracks (alleszins geen kritiek is dat, slechts een observatie) en het geheel ook een stukje minder chaotisch en complex klinkt dan de voorgaande tracks. Het klinkt echter wel gewoon weer erg lekker en toch gewoon erg S.C.U.M.. Evengoed dus nog steeds behoorlijk abstract en moeilijk te behapstukken materiaal dat echter gewoon geweldig klinkt en dat aandachtig luisteren beloont.

3. Great Nude Variation No. 1
Aha, daar is No. 1 dus. Piepende feedback en een rommelende, ruisende basis aan gruizige noise openen het geheel. Luidere feedback en metalen gekletter en geschraap doen al gauw hun intrede en geven de track een behoorlijk chaotisch en harsh smoelwerk. In die hoedanigheid wel iets minder onnavolgbaar dan zijn opvolger, aangezien dit een stukken traditioneler pakketje harsh noise is dat echter wel weer ontzettend lekker klinkt. Elders sijpelt wat meer variatie alsnog de mix in en horen we wat dissonant gepiep en iets meer op de voorgrond geplaatste metalen geluiden. Klinkt in die hoedanigheid soms evengoed vrij ruimtelijk en verliest daar iets van zijn harshheid, waardoor de track uiteindelijk toch wel degelijk S.C.U.M.-waardig materiaal blijkt te zijn. Vooral wanneer een onder een dozijn lagen gruis en vervorming verstopte sample zijn intrede doet en er onder de stuurse ruis hier en daar muzikale elementen te ontwaren zijn blijkt dit eens te meer een toch redelijk complex en knap in elkaar gezet werkje. Als geheel nog altijd niet zo ongrijpbaar als eerder materiaal op Scissors for Cutting Merzbow (hoewel het opgemerkt dient te worden dat deze track niet op de originele LP stond, wat zorgvuldige selectie van de kant van Akita en Mizutani suggereert) maar wel degelijk een fascinerend stukje herrie.

4. Extract 5
Wederom een stukje unreleased materiaal, dat, gezien de titel, in het verlengde moet liggen van de eerdere Extracts. Suizende noise en metalen geschraap onder een dikke laag ruis dat weldra afzwakt en een stuk minder harsh maar even sfeervol doorsuist en daar de ruimte laat voor wat subtieler gepiep en getik. Alleszins erg aardige afsluiter die zonder problemen op de originele LP had gepast.

avatar
sxesven
Disc 34: S.C.U.M. - Severances (1989) (4)
1. Up Steel Cum
Ditmaal een cassette-release van Akita en Mizutani onder de naam S.C.U.M., welke uitgebracht werd op Discordia/Concordia (een label dat slechts twee releases uitbracht) en naar verluid ook op ZSF, hoewel dit dan chronologisch voor Scissors for Cutting Merzbow zou moeten zitten en dus ook eerder in de box zou moeten zijn geplaatst. Ietwat ander materiaal dan de voorgaande dubbel-LP. Een continue laag aan ruis en gezoem die subtiel verschuift en aanzwelt en afbrokkelt en doorgiert terwijl daaronder een redelijk traditioneel vierkwartsmaatje doorknalt, welke door Akita en Mizutani echter door een pedaaltje of wat wordt getrokken en hierom al vlug redelijk verkracht (echoënd, sissend) klinkt; niet veel later voert Akita (ik neem aan dat hij achter de drumkit zat) Akita het tempo nog op en mept 'ie er een (haast) punkritme uit. Erg boeiend, aangezien het wederom (net zoals op enkele andere releases, zoals de Live in Khabarovsk LP) een erg muzikaal fundering biedt aan de verder flink abstract laag noise en waardoor het geheel als de één of andere, compleet geflipte, gestoorde en obscure waveplaat klinkt. Het instrumentarium van de gehele plaat liegt er volgens de liner notes ook niet om; waar Mizutani zich nog redelijk bescheiden beperkt tot gitaar, keyboards en 'ritme', gebruikt Akita tapes, een draaitafel, stukken metaal, electronica, strings, drums en noises. Het verklaart zondermeer het ontzettend eclectische geluid dat de heren als S.C.U.M. eens te meer op plaat vastlegden. Elders verzandt het geheel in iets traditionelere noise, maar klinkt daar evengoed nog erg lekker. Flink veel gruis, gepiep en gekletter met dissonant gitaarspel van Mizutani erdoorheen. Redelijk harsh en chaotisch spul dat echter te allen tijde klinkt alsof Akita en Mizutani er de volledige controle over behouden. Puik stukje.

2. Catabolism Variation Stereo No. 1
Meer piepende noise welke zich wederom in abstract gebied bevindt (de drums blijven achterwege). Begint vrij harsh maar zwakt vlug af en rommelt dan een tijdje ongestoord door in de lagere regionen. Hier en daar zwellen wat luidere feedbackgeluiden aan en doen metalen geratel en vervormde samples hun intrede. Weet vanaf daar weer vrij chaotisch te klinken (zonder bijzonder harsh aan te doen) en is in die zin weer typisch S.C.U.M., aangezien het zonder problemen tussen het materiaal op Scissors for Cutting Merzbow had gepast (waar dat voor de voorgaande track stukken minder geldt). Na een minuut of 5 eindigt het geheel abrupt en doet een flink ruimtelijker klinkend stuk zijn intrede, met echoënd gepiep, wat geschraap en stotterende samples, welke tezamen als een volstrekt gestoorde maar eindeloos fascinerende loop klinken. Tegen de 7 minuten aan wederom een abrupt einde, waarop plots een volstrekt muzikale sample zijn intrede doet (vrolijk huppelend basloopje en synth-melodietje met een flink VGM sfeertje), dat een halve minuut zonder enige ontbreking mag doorstuiteren. Het is en blijft natuurlijk echter Akita, dus al gauw gooit meneer (of Mizutani) er een laag gierende feedback overheen, maar het sampletje blijft te allen tijde onder de laag herrie te ontwaren, tot het geheel afsterft en een nieuw loop-achtig gebeuren met veel metalen geschraap zijn intrede doet. Iets verderop weer vervormde drums die aangevuld worden met wat flinke oversturing en in relatieve chaos eindigen. Zoals de beschrijving al doet vermoeden een behoorlijk afwisselende track die zich moeilijk laat beschrijven, aangezien het tussen ontelbaar veel sferen en geluiden heen en weer slingert. Echter wel ontzettend fascinerend materiaal weer.

Disc 35: S.C.U.M. - Steel Cum (1989) (4)
1. Mona
Manisch geroffel over de drums (alweer een grote rol voor percussie in dit S.C.U.M.-materiaal) en daarover gierende feedback. Free noise, of iets dergelijks. Een redelijk virtuoos solootje weet Akita hier toch weg te geven, waar het alle kanten op vliegende gepiep en gemorrel aan een gitaar losjes overheen glijden. Interessant geheel, wederom erg muzikaal. Goeie opener.

2. Great Nude Variation No. 3
Nummers 1 en 2 kennen we inmiddels, nu dan de beurt aan deel 3. De drums en alles wat de openingstrack eigenlijk muzikaal maakten verdwijnen onmiddelijk en een voortrommelende lawine aan gepiep en willekeurige noises walst ongehinderd voort over je trommelvliezen. Fijn stukje herrie dat, net als veel eerder S.C.U.M.-materiaal ondergedompeld is een prettig bodempje ruis en dat daarom erg coherent klinkt zonder te eenvormig aan te doen. Hier wel iets minder variatie aan geluid dan op de eerdere Great Nude tracks maar evengoed een zeer degelijk en redelijk harsh stukje noise.

3. Duck Exercise
En alweer de drums, galmend door de ruimte en de laag stuurse feedback met gemak overstemmend. Beetje een Hijokaidan-idee (Silver Machine op Tapes lijkt mij een mooie referentie, eveneens een track die, zij het op omgekeerde wijze (meer herrie dan drums), een op mid-tempo voortdreunende vierkwartsmaat en pure harsh noise vermengt). Na een minuut of 2 komt er aan dit geheel een eind en belanden we in abstracter gebied, waar veel gepiep en feedback de dienst uit maken. Atmosferisch stukje dat ambient daadwerkelijk op noisewijze lijkt te interpreteren. Niet veel later doen de drums echter af en aan weer hun intrede en dreunt het geheel op die wijze vrolijk een tijdje verder. Ook wegens zijn titel overigens interessant, aangezien Akita hier wederom een vroege blijk van zijn interesse in vogels (en, breder gesteld, dieren, als activist) geeft, een onderwerp welke in veel later werk op verschillende wijzen (samples, artwork, titels, concepten) nog zou terugkomen. De samples blijven hier echter achterwege en het is dus slechts een vluchtige referentie, maar evengoed eentje die het noemen wat mij betreft wel degelijk waard is. De drums blijven een paar minuten lang de dienst uitmaken, tot wederom een abstracter gedeelte wordt geïntroduceerd, waarbinnen ruimte is voor feedback, veel gesuis, geschraap en gekletter. Erg harsh is het aanvankelijk niet, hoewel het zich gaandeweg uitbreidt en al naar gelang toch wat felle uitbarstingen kent, inclusief terugkeer van wat (in dit geval manisch) drumwerk. Boeiend werk.

4. Blues in C Minor
Een titel als deze schept toch verwachtingen. Wellicht zal het echt bluesy klinken, en wellicht gebeurt één en ander inderdaad in C mineur. In mijn oren klinkt het echter toch als noise, dat goed voortratelt en piept, maar door opeenstapeling van verschillende lagen feedback en knappe afwisseling een bij vlagen haast mooi dissonant geluid weet te creëren waardoor Akita toch lichtelijk als een noise-artiest met de blues lijkt te willen klinken. Verder echter gewoon een vrij harsh en goed doorratelend met lak aan enige (blues-)conventie. Klinkt vooral als goede, pure noise met veel abstracte herrie. Hier en daar een ontzettend lekker knisperig geluid en sowieso een ontzettend luisterbaar geheel omdat het allemaal op een goed tempo voortdreunt. Elders wat ruimte voor gepluk aan een gitaar en wat vervormde samples. In die zin redelijk typisch S.C.U.M., hoewel dit, net als de eerste twee tracks op dit schijfje, allemaal iets meer als standaard (latere) Merzbow klinkt, oftwel een aan één stuk voortdenderende muur aan herrie waarbinnen iets minder ruimte is voor de brede variatie en afwisseling die een release als Scissors for Cutting Merzbow kenmerkt (het feit dat deze tape door Extreme wordt aangemerkt als zijnde van S.C.U.M. terwijl deze op het doorgaans vrij correcte Discogs als Merzbowrelease staat genoteerd is wat dat betreft veelzeggend genoeg), hoewel de laag noise wel degelijk boeiend klinkt en subtiele veranderingen kent. Desalniettemin zondermeer fascinerend genoeg.

5. Body
Body ratelt vrolijk verder waar Blues in C Minor eindigt. Meer voortrommelende noise dus, die subtiele variaties en een keur aan boeiende geluiden herbergt, welke zich echter niet aan iedereen zullen prijsgeven en aandachtig luisteren vereisen. Verder een degelijke afsluiter die vrolijk voortscheurt op de manier die werd ingezet door alle voorgaande tracks. Als geheel een release die duidelijk zijn wortels heeft in al het voorgaande materiaal (de evolutie kan zo uitgetekend worden) maar ook een nieuwe weg inslaat en een zeer duidelijke voorbode is voor veel chaotisch en harsh werk dat Akita in de negentiger jaren nog zou uitbrengen.

Disc 36: Cloud Cock 00 Grand (1990) (4)
1. Brain Forest for Metal Acoustic Concret
Piep, kraak, schuur en zo meer. Een driftig en abstract doorzoemend geluid maait aanvankelijk flink om zich heen, het geluid van Steel Cum tot in het extreme doorvoerend. Hortend en stotend brokkelt het geheel langzaamaan af, maar enkel en alleen om ruimte te maken voor meer luid piepende feedback, chaotisch gerommel en goed overstuurde herrie dat zonder veel gevoel voor nuance wordt uitgebouwd tot een flinke muur aan noise. Allemaal een stuk meer herrie dan de titel (die onder meer de termen Acoustic (akoestisch) en Concret (wellicht een (bewuste of onbewuste) misspelling van concert, maar alhier dringen associaties met (musique) concrète zich op) bevat) doet vermoeden, maar na een stuk of wat minuten ontstaat er zowaar wat ruimte in de mix en neemt Akita flink wat gas terug. Laag gezoem en, jawel, alweer wat, zij het gespeend van enig maatgevoel, percussie (hoewel meer getik en geratel dan daadwerkelijk drums). Elkaar vlug afwisselende en redelijk willekeurig de mix ingegooide flarden van samples geven de compositie vanaf daar een chaotisch karakter, hoewel het op die momenten nergens harsh klinkt en zowaar de assocatie met musique concrète, ingegeven door de titel, lijkt te bevestigen. Soms zwelt het gezoem weer aan, dan krijgen de samples weer de overhand, en zo rommelt dat een tijdje goed chaotisch door. Rond een kwartier een stukken gruiziger geluid met daarin vervormd gesample en andere geluidsbronnen verstopt. Akita voegt wat feedback en meer overstuurd geluid toe. Zet in die zin wederom het vrij chaotische (maar coherente en prettig doordenderende) geluid dat tot dusver stond neer. Wederom verdient de harshheid hier geen speciale vermelding (slechts na een paar minuten weet het geluid echt flink luid te zijn om tegen het einde weer af te zwakken en wat ruimte te geven aan meer metalen percussie en dan slechts hier en daar nog een oprisping), maar dat is alleszins ook geen vereiste, natuurlijk; immers, zoals Akita inmiddels wel bewezen heeft, kan 'ie wel wat meer dan enkel oorverdovende herrie maken. Evengoed nog wel noemenswaardig abstract en wat dat betreft, zoals Steel Cum daar al op aanstuurde, een aanzienlijke koerswijziging richting het bekende noisewerk dat Akita veelal produceerde in de jaren negentig. Interessant stuk herrie in ieder geval.

2. Spinnozaamen
Ook hier weer luid gezoem in de lage regionen met daarop stotterende feedback en gruis. Ook metalen geschraap is al gauw te ontwaren, maar de chaos middels een keur aan noise bursts bepaalt de stemming. Ditmaal wel een vrij harsh geheel, hoewel (althans, in mijn oren) geen dichtgemetselde muur aan geluid. Interessant wat dat betreft, aangezien Akita wel degelijk inmiddels vele malen abstracter, noisier en harsher werk creeërt (leg er één van de eerdere of eerste schijfjes uit deze Merzbox naast en het verschil is bijzonder groot) maar, temidden een voortdurende creativeit en innovativiteit, wel blijk geeft van een bewuste werkwijze en inzet van middelen die aan de voet staat van de vanzelfsprekendheid (waar het compositie en geluid betreft; hoewel abstract en, in traditionele zin, soms onprettig voor het oor, altijd ontzettend goed, natuurlijk en dynamisch klinkend) die inherent is aan Merzbow-materiaal. Spinnozaamen evolueert en transformeert merkbaar maar wel op voorgenoemde dynamische wijze. Het geheel is daarom chaotisch (en nogmaals, bij vlagen lekker harsh), wat het geenszins tot een hap-slik-weg noiseplaat maakt, maar klinkt daarin nergens richtingloos en juist eindeloos fascinerend. Het loont zeer de moeite om Akita en zijn voortdurende manipulaties en bewerkingen op de voet te volgen, wat eigenlijk totaal geen moeite of inzet kost, aangezien je aan je boxen gekluisterd zit (immers, heerlijke (harsh) noise, wat wil een mens nog meer). Veel laag en gruizig gerommel belegd met gesuis, feedback en een keur aan noisy geluiden, vaak lastig te plaatsen of te herleiden, dat hier wat subtieler klinkt en daar goed uitbarst. Erg tof. Overigens, wellicht enigszins interessante anekdote, is het materiaal op Cloud Cock 00 Grand welhaast volledig samengesteld uit live-opnames gemaakt in Nederland in 1989 (ook op Documentation/Collaboration met Kapotte Muziek is één zo'n live-opname uit Nederland te vinden), hoewel natuurlijk nog wel met een goede portie post-editing door Akita zelf.

3. Autopussy Go No Go
Haperend en piepend geloop opent de track (ondergetekende moet onvermijdelijk terugdenken aan de Pornoise-serie). De loop breidt langzaam uit, wordt langzaam getransformeerd, mondjesmaat mishandeld; gierende feedback werkt zich hier en daar naar binnen. Een paar minutenlang stottert dit allemaal vrolijk door, tot Akita rond de 5 minuten wat gierende noise introduceert die de noise de compositie uitwerkt. De loop weet zich, haast onherkenbaar, hier en daar nog de mix in te werken om dan, aangevuld met een hoop gepiep en stuurse noise, in chaos te ontaarden en zo naar het einde toe te rommelen. Lekker stukje noise wel dat echter zeker niet geniaal is en wat smoelwerk mist. Bovendien lijkt de speelduur een probleem te zijn; de krappe zeven-en-een-halve minuut is simpelweg te weinig om de compositie volledig tot wasdom te laten komen; Akita lijkt er zijn ideeën niet in kwijt te kunnen, waardoor het geheel dus niet helemaal weet te overtuigen.

4. Modular
Zo, da's nog eens lekker. Een oorverdovend laag, gruizig gerommel met daardoorheen piepende feedback welke hier en daar op de laag ruis insteekt. Heerlijk voortrommelend gebeuren dat echt fantastisch klinkt. Neemt langzaamaan toe in harshheid tot keiharde, chaotische en compleet overstuurde feedback de boel rond de 2 minuten in een compleet slagveld verandert en van de eerder zo gestaag voortrommelende basis een met moeite voortstrompelend hoopje misère weet te maken. Fantastisch dynamisch geheel dat het adrenalinepeil van de luisteraar flink weet op te schroeven. Overigens was Modular tezamen met de volgende track Postfix op de oorspronkelijke CD-uitgave tot één nummer gemixed en telde het bovendien een minuut of 5 minder speeltijd (de tracklist vermeldde Modular en Postfix overigens wél als aparte nummers). Destijds wellicht een kwestie van ruimte (misschien moest het geheel op een CD van 74 minuten), maar het probleem is bij deze opgelost en Modular en Postfix staan nu individueel en in volle glorie op dit schijfje. Gelukkig maar, kan ik wel zeggen, want Modular is in ieder geval een pareltje. Een goede dosis gevarieerde herrie dat hier ongestoord doorruist en daar slechts een haperend stuk noise voort weet te brengen. Knap gedaan.

5. Postfix
Oorverdovend geschraap en luide feedback, oftewel: meer genadeloze noise die tekenend is voor Cloud Cock 00 Grand. Lekker harsh stukje herrie dat op dynamische wijze steeds meer aan lijkt te zwellen met enerverende stukken gierend gepiep en compleet gestoord metalen gekletter. Hier en daar een korte adempauze, welke echter zonder uitzondering enkel iets minder harsh zijn maar verder al even chaotisch, energiek en ongrijpbaar. Geweldige track waarin Akita volledig losgaat. Perfecte afsluiter.

Disc 37: Newark Hellfire - Live on WFMU, 1990 (1990) (4)
1. Newark Hellfire
Weer eens een recht-toe-recht-aan liveregistratie. Erg welkom, wat mij betreft, aangezien meerdere liveplaten binnen Akita's oeuvre juist erg de moeite waard zijn (de Live in Khabarovsk LP, die ook in de Merzbox te vinden is, een prachtvoorbeeld van jewelste). Laag gezoem en geruis vormt allereerst de hoofdmoot en wordt langzaamaan aangevuld met gekletter, geratel en geschuur. Akita neemt goed de tijd het geheel op knappe wijze uit te werken, en weet aanvankelijk vooral een interessante textuur van het voorgenoemde gekletter en geschuur en zo meer te vormen die bovenop de consistente (en ijzersterke) basis geplaatst wordt. Klinkt energiek en dynamisch, en het is niet moeilijk je voor te stellen (met registraties van live-sessies uit deze periode in het achterhoofd) hoe Akita hier bezig is, draaiend aan de knoppen van zijn pedalen en onderwijl in de weer met stukken los metaal en andere willekeurige instrument die hij bij zich heeft. Haast onmerkbaar werkt het geluid zich richting een minder ongehinderd voortdreunend stuk noise en voegen laag, galmend geklop en spaarzaam maar effectief ingezette feedback en suizende ruis zich aan het gekletter toe. Traag laadt het geheel zich vanaf daar op voor een nieuwe ontlading aan stijf voortrommelend gruis, waaroverheen ditmaal wat stuurse feedback wordt gegooid. Te allen tijde blijft Akita's werkwijze en instrumentarium echter duidelijk te ontwaren en te onderscheiden, en dat maakt van deze live-opname een interessante en waardevolle opname, aangezien zoiets naar mijn mening niet vaak en goed genoeg gedocumenteerd kan worden. Daarbij is het resultaat gewoon om van te smullen. Doet bij vlagen herinneren aan eerder materiaal waarin een grote rol was weggelegd voor bizarre percussie (wat betere momenten van de Collection Era schijfjes bijvoorbeeld, denk aan Merz Gamelan), maar is op andere momenten gewoon pure harsh noise van Merzbow anno 1990. Erg lekker, goed harsh en evengoed met veel knappe afwisseling. Ook live aan het werk geeft Akita er dus blijk van de kunst der noise tot in de puntjes te beheersen en daaruit blijkt eens te meer dat hij toch echt een artiest is.

Disc 38: Hannover Cloud (4)
1. Magnetic Void
Hannover Cloud laat er vanaf de eerste minuut geen gras over groeien en pakt de draad meteen weer op: waar Newark Hellfire daadwerkelijk eindigde in een helse, gruizige en harshe bedoening gaat Magnetic Void meteen op die wijze verder. Hiermee bevinden we ons duidelijk in de harshe negentiger jaren periode van Merzbow, gekenmerkt door een muzikale interesse die verschuift richting ongrijpbaarder, abstracter en harsher zoals die op enkele eerdere schijfjes (uit 1989 en 1990) al te ontwaren was maar welke hier echt tot wasdom lijkt te komen. Hoewel het geluid in zijn geheel door de luisteraar nog duidelijk in zijn verschillende componenten onder te verdelen is, worden die componenten zelf hier aanzienlijker harsher en moeilijker te identificeren. Vooral veel overstuurd geknal en geschraap en luide feedback die tezamen een behoorlijk muur aan harsh noise pur sang vormen. Dat betekent echter niet dat meteen alle nuance uit Akita's (non)muziek is verdwenen; allerminst zelfs. Natuurlijk is het geluid inmiddels flink ontoegankelijk (waar eerdere schijfjes vaak verre van alledaags waren, waren ze veelal ook voor de ongetrainde luisteraar nog alleszins goed te behappen), maar Akita weet zijn voortdurende stroom aan gierende noise op intrigerende wijze te manipuleren. Op hoog tempo raast de noise door, hier en daar met felle screeches en gruizig gemorrel dat even de overhand krijgt, om daarna weer de noise de controle terug te geven. Die noise is knap opgebouwd uit pure luide feedback, maar ook galmende en overstuurde metalen percussie en nog zo meer, waardoor er wel degelijk genoeg variatie te bemerken is, die zich echter op een ander (geluidstechnisch, esthetisch) niveau manifesteert dan dat op voorgaande platen het geval was. Heerlijke chaos.

2. Rocket Bomber
Eerst een rustpuntje. Wat licht gemorrel en gekraak met daaroverheen wat stuurloos geknal op een drumkit, dat allemaal nog vrij bescheiden begint, maar al snel stukken overstuurder en vervormder raakt. Even het gas haast volledig terug, en dan plots weer de traditionele percussie, vierkwartsmaat drumwerk waarmee Akita even terug lijkt te gaan grijpen op vroeger spul. Binnen een paar seconden wordt het geheel echter compleet vervormd en compleet de war in geschopt, waarna meer ruisende noise de boel overneemt en er vanuit de verte hier en daar wat schreeuwen klinken. Piepende feedback verder en veel galm. Dientengevolge dus al gauw weer een flink harsh en chaotisch gebeuren. Iets minder van het stoomwalstype dat Magnetic Void was, maar evengoed wel weer lappen oorverdovende piepherrie die kleine kinderen in huilen zou doen uitbarsten. Licht desoriënterend materiaal dat echt uitermate geniaal klinkt. Zeer puike harsh noise.

3. Untitled Cock
Laag gerommel met wat zacht ingemixed, stuurs gepiep ertussendoor. Begint in die hoedanigheid dus erg subtiel en als het volstrekt tegenovergestelde van de twee voorgaande tracks, die exercities in pure, oorverdovende noise waren. Dat subtiele houdt een goede tijd aan, hoewel het geluid wel degelijk uitbreidt, wat zacht geklopt laat horen en na een minuut of 2 een voortrommelende bas toevoegt, waardoor het geluid telkens wat opgeschroef wordt. Dan doen plots flarden van herrie en samples hun intrede (licht herinnerend aan Cloud Cock 00 Grand), welke voor een tikje meer chaos zorgen maar de tracks geenszins een daadwerkelijk harsh karakter bezorgen. Even een adempauze dus, en wel eentje die best aardig klinkt, als een korte maar geslaagde samenvatting van Brain Forest for Metal Acoustic Concret. Best prettig dus.

4. Autopussy Go No Go 2
Deeltje 1 was best aardig maar niet verheffend (zie Cloud Cock 00 Grand, schijfje 36, track 3); wellicht revancheert Akita zich met het vervolg. Wederom een rommelende loop aan de basis, waarover hij ditmaal iets doelgerichter en (schijnbaar) zonder al te veel subtiliteit lagen noise plakt. Dat werkt een stuk beter, want binnen een minuut of 2, 3 heeft deel 2 al bereikt waar deel 1 net niet in kon slagen. Een compacter werk dus dat bovendien op veel interessantere wijze uitbreidt (Akita weet de speelduur hier beter te benutten en beter tot zijn hand te zetten). De loop wordt ook stukken duidelijker mishandeld en vervormd, waardoor deze allereerst stukken boeiender weet te blijven en waardoor die bovendien veel beter als interessant component van de noise overeind weet te blijven, in plaats van als aardige maar onnodige referentie naar vroegere tijden, waarin nauwelijks veranderende loops nog weleens minutenlang konden voortrommelen. Tof stukje herrie dat vrij haperend en hortend klinkt en in die hoedanigheid niet een full-on harsh noise offensief vormt zoals de eerste twee tracks op deze release dat waren. Echter wel op zijn compleet eigen manier fascinerend en noisy met hier en daar nog wat op toffe wijze gesamplede percussie die ergens achteraan de mix voorthobbelt en andere geloopede muzikale ingrediënten. Geweldige afsluiter van een geweldige plaat die tot aan de release van de Merzbox unreleased was. Mooi dat 'ie nu dan toch beschikbaar is, dus.

Disc 39: Stacy Q, Hi Fi Sweet Leaf (1991) (4)
1. Decomposed Cockoo
Meer rommelende en voortdenderende, brute harsh noise. Hier en daar ruimte voor wat subtieler gekraak, maar dat mag geen naam hebben, want de noise voert hier de boventoon en die is toch vooral erg dik en log. Stuitert dus allemaal lekker voort zonder veel adempauze en schijnbaar zonder enige variatie, hoewel de laag ruis hier wederom gecomponeerd is uit een verscheidenheid aan geluiden, wat afwisselingen in geluid, sfeer en tempo oplevert. Verder echter wel degelijk weer een stroom aan harsh noise als op de voorgaande schijf. Tegen het einde sterft de laag noise zowaar min of meer af en nemen een loeiende sirene en een op een stuk minder luid volume voortrommelende, gruizige loop de honneurs waar. De titel verdient wel weer enige aandacht, aangezien het verschillende van Merzbow's thema's combineert, zowel vroegere (porno en sex; Cock) als latere (vogel- en andere dierengeluiden; Cockoo), hoewel het zich minder manifesteert op het niveau van het pure geluid, welke overigens wel degelijk als een decompositie klinkt in de zin van de-compositie, een desintegratie dus. Die desintegratie wordt door het gekraak en de gruis gesuggereerd, maar het laat zich dus raden of Akita hierbij ook daadwerkelijk gebruik maakte van (bijvoorbeeld) dierengeluiden. Het klinkt eigenlijk vooral als generieke noise en een hoop feedback. Volgens het label diende Crash for Hi-Fi (de zeventien-en-een-halve minuut durende afsluiter van de deels live-, deels studioplaat Great American Nude / Crash for Hi-Fi) als bronmateriaal, en dat klinkt inderdaad aannemelijk. Hoe het ook zij, een bijzonder goed klinkende compositie weer met een heerlijk geluid dat zich in pure, kille harshheid haast (maar niet niet helemaal) kan meten met Hannover Cloud. Akita's harsh noise periode is hiermee definitief ingeluid.

2. Stacy Q, Hi-Fi Sweet Leaf
De herrie van Decomposed Cockoo wordt abrupt afgekapt en een stuurs voorttikkende loop, die langzaam aanzwelt en aangevuld wordt, neemt de boel over. Hier is het proces dat aan de herrie ten grondslag ligt wat duidelijker waarneembaar, aangezien Akita zijn fundament dus lijkt op te bouwen uit geloopede samples van Crash for Hi-Fi en die daarna belegd met allerhande stukken feedback en andere noise. De eerste paar minuten dus een stuk minder harshe bedoening die in duidelijke zijn inzet van loops doet herinneren aan ouder materiaal als Pornoise. De loop blijft een goede tijd voortrommelen, hoewel deze wel voortdurende van karakter verandert (dan geklop, dan gesis, dan geratel), tot Akita rond een minuut of 5 wat flarden muziek de mix ingaat en uit één element daarvan een nieuwe loop bouwt (welhaast een beat), die wat gestager voortknalt, om deze op zijn beurt weer te beleggen met meer geluidsmanipulatie. Het resultaat is behoorlijk muzikaal, aangezien Akita de loop uitbouwt tot wat daadwerkelijk een beat genoemd mag worden, hoewel hij er natuurlijk niet vanaf kan blijven en het ding onderweg van alle kanten belaagd met pedaaltjes en herrie. Een melodietje weet zich echter de mix in te werken en het geheel doet welhaast even denken aan de één of andere cassette van Yukihiro Takahashi die door een hoop slijk gehaald is en welke driftig bewerkt is met een hamer. Het resultaat is daarom te allen tijde behoorlijk muzikaal, ook wanneer Akita zich weer keert tot iets traditioneler loopwerk, dat op een erg ritmische manier wordt ingezet. Niet bijzonder harsh verder, maar wel bijzonder interessant. Langzaam werkt het geheel zich op tot een iets noisier geheel, maar ook dan geeft Akita hier en daar nog de ruimte aan samples, beats en flarden muziek. De titel lijkt in die zin dan ook een soort van ode aan Stacey Q, een inmiddels vergeten synthpop-zangeres uit de jaren tachtig. Erg interessante muziek en een fascinerende aanvulling op de eerste kant. Geweldige plaat weer. Waarom dit tot op heden (daarmee bedoelend, de release van de Merzbox) op de plank is blijven liggen is wat mij betreft een raadsel.

Disc 40: Music for True Romance Vol. 1 (1992) (4)
1. True Romance Theme
Ratelende marsdrums, alsof één en ander een oorlogsfilm moet inluiden.Wellicht niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat Akita muziek voor een film zou maken, hoewel ik de True Romance in kwestie niet ken (het lijkt me een weinig romantische film, in ieder geval). Interessante opener die een minuut of wat op haast volledig dezelfde wijze voortratelt (enkel tegen het einde wat lichte vervorming). Maakt benieuwd naar wat nog komen gaat.

2. Music Cave
Een voortdenderende loop, gecomponeerd uit fluitwerk en dergelijke. Ligt wat dat betreft in het verlengde van de voorganger: veel herhaling en minimale verandering, waarbij beide nog eens goed hadden kunnen functioneren in de context van de gemiddelde Akira Kurosawa-film. Apart stukje weer.

3. She Floating - Preparation
Dan opeens een volstrekt andere boeg over. Gierend gruis rommelt voort op de ondergrond, dat stilaan transformeert tot ander gruis en zo gestaag voortzoemt. Bijzonder resultaat, erg duister en grimmig. Dat True Romance geen gezellige bedoeling zal zijn mag duidelijk wezen. Hoewel ik, zoals gezegd, geen (film)werk van Akita's hand ken dat deze titel draagt, lijkt het me materiaal dat als soundtrack diende voor de één of andere seppukufilm, welke ik elders al reeds kort noemde. Lost Paradise is er één van Akita zelf, maar binnen dat genre bestaan er natuurlijk nog vele meer (waarvan het overgrote merendeel door Fuji Kikaku wordt uitgebracht) waarvan Bijo Kenshi (welke losjes vertaald als Two Girl Warriors in Hara-Kiri weleens wordt aangehaald) mij nog bekend is en welke zowaar de film had kunnen zijn die aan deze soundtrack toebehoort. Twee vrouwelijke strijders (ha, verrassing) verlaten het strijdveld om daarna tezamen (uiteraard in bloederig en smerig detail) zichzelf van kant te maken middels een mes in de buik. Het zou de twee openers alvast verklaren en de abrupte ommekeer richting grimmige noise evengoed. Hoe het ook zij, de track zelf klinkt erg vet. Lekkere voortrazende harsh noise waar hier en daar galmende en overstuurde drums de mix in worden gestuurd, traag kloppend en voortknallend. Tegen het einde wat muzikaal geloop, af en aan verstoord door piepende noise bursts. Heerlijk duister sfeertje. Toffe track.

4. She Mutilation - Main Ritual
Een verkracht sampletje vormt het hoofdingrediënt van een voortratelende loop. Die blijft een tijdje de hoofdmoot vormen terwijl er langzaamaan meer geluiden en noise aan worden toegevoegd, met veel gekletter en nog meer geratel. Het resultaat is vrij manisch edoch niet erg harsh en is ook niet zo gruizig als de voorgaande track. Vanaf een minuut of 4 krijgt de chaos stukken meer de overhand en doet wat luider piepende feedback en wat dissonant orgelgeluid zijn intrede. Vanaf daar wel aanzienlijk harsher maar weet zich binnen zijn laag herrie wel degelijk te onderscheiden. Wederom een duister, onheilspellend sfeertje met veel dissonant geluid, een hoop overstuurde marsmuziek en zo meer, welke allemaal goed aansluiten bij al het voorgaande materiaal. Tegen het einde weer meer van het gestoorde tomwerk (een beetje zo'n war drums idee, een oorlogsfilm die zijn climax bereikt, iets dergelijks; goed opgefokt en strijdlustig in ieder geval) welke het interpreteren van de muziek als soundtrack een interessante klus maakt.

5. Injured Imperial Soldiers Marching Song
Het oorlogsthema wordt vrolijk voortgezet, althans, in ieder geval in de titel. Wederom een krakende en haperende loop aan de basis waaroverheen wat vaag gesample wordt gegooid. Die wordt langzaamaan weer goed vervormd tot 'ie behoorlijk geflipt (edoch niet harsh, noch bijzonder chaotisch) klinkt. Daadwerkelijk een beetje een injured [...] marching song; ik geloof namelijk best dat Akita wat marsmuziek als uitgangspunt voor zijn loop gebruikte en al evengoed dat 'ie deze vervolgens flink mishandelde. Hier en daar dringt wat echte, intacte marsmuziek de mix in, op bizarre wijze gelooped en opgenomen in het noisy geheel. Driftige blazers en vervormde mannenstem vormen daarin de hoofdmoot. Een ruisende en voorstotterende loop doet stilaan zijn intrede en vult het geheel op vreemde maar intrigerende wijze aan, terwijl de voortdurende loop langzaam afsterft. Dat houdt rond de 10 minuten allemaal plots op en een nieuwe loop aan marsmuziek doet zijn intrede, met daarover wederom een stotterende loop. Zo wisselen verschillende samples en loops elkaar op dynamische wijze af, welk het geheel een schizofreen maar fascinerend karakter geeft. Als geheel wederom een intrigerend schijfje.

Disc 41: Brain Ticket Death (1993) (3,5)
1. Metal of Doom
Een titel die doet denken dat we hier met een vroege incarnatie van Sunn O))) hebben te maken (ik hoor het zo'n knakker al zeggen, met zo'n laag brute stem en lange uithaal, "Metal. Of. Doooooom."), maar de muziek is nochtans weer goeie, gruizige harsh noise zoals op bijvoorbeeld Cloud Cock 00 Grand. Een stampende loop begeleidt het geheel en piepende feedback doet de rest. Wat metalen geklater (metalen geklater of doom) wordt nog bijgevoegd. Dynamisch geheel dat op zich gewoon goed klinkt. Archetypische negentiger jaren harsh noise met veel ruis, een hoop gerommel en stekende noise bursts. Vrij kil en grimmig geheel alweer, hoewel het in sfeer niet de voorgaande schijfjes weet te benaderen. Dreunt op zijn goede momenten echter wel ontzettend lekker door. Was vooralsnog op de plank blijven liggen, overigens, dus zag met de release van de Merzbox pas voor het eerst het daglicht.

2. Electric Peekaboo
Meer van de gruizige harsh noise die suist alsof diens leven ervan hangt. Klinkt nochtans gewoon weer erg goed. Lekker chaotisch en behoorlijk harsh zoals een goede noiseplaat dient te klinken.

3. Iron Caravan
Verrassing, meer piepende en voortsuizende herrie. Een ijzeren caravan is een mooie interpretatie van hoe het klinkt, want indien je je ijzeren caravan direct over het asfalt achter je auto aan laat slepen zal het allemaal waarschijnlijk als dergelijk klinken. Dynamisch stukje chaos dat echt alle kanten opvliegt en -wappert en weinig adempauze laat. Goed harsh zoals we inmiddels gewend zijn uit deze periode. Inmiddels zijn we overigens in 1993 aangeland, voor degenen die het nog bijhouden, en de sprongen voorwaarts in de tijd zijn nu dus aanzienlijk groter (enigszins logisch, aangezien ik, indien ik zeldzaam Merzbowmateriaal zou willen, eerder om het oudere materiaal zou zitten springen dan om het nog makkelijker verkrijgbare recentere materiaal, ook al was dit natuurlijk - dilemma - unreleased) en de selecties daarmee selectiever. Brain Ticket Death blijkt evengoed een duidelijk product van zijn tijd, want dit is gewoon ongenuanceerd voortrazende noise zoals Akita die (vooral) in de eerste helft van jaren negentig met bakken tegelijk uitscheet. Dat betekent niet direct dat dit niet goed is (in tegendeel, het klinkt allemaal erg puik), maar wel enigszins inwisselbaar, en daar ligt de zwakte van dit materiaal. Het weet zich niet dermate te onderscheiden als andere schijfjes dat wel wisten te doen (een Hannover Cloud toont dat een zootje pure harsh noise wel degelijk een eigen smoelwerk kan hebben). Echter, nogmaals, het klinkt allemaal erg puik, dus als doorsnee harsh noise-plaat doet het goed dienst.

4. Brain Ticket Death
Veruit de langste track op dit schijfje. Begint een stuk minder harsh dan alle voorgaande tracks met krakend geloop en daaroverheen bizar vervormde samples. Wel weer lekker chaotisch dus en al gauw barst één en ander uit en bevinden we ons in een premature noise burst. Als die afzwakt en het stof neerdaalt blijkt Akita reeds met de wederopbouw begonnen middels een stomende loop die driftig doorknalt en al snel richting gierende harsh noise gaat. Klinkt wederom erg lekker en weet zich ditmaal wel wat te onderscheiden. Niet de ietwat vormeloze en iets te vrijblijvend alle kanten opvliegende muren feedback, maar een iets bewustere opbouw, iets wat wellicht inherent is aan de speelduur (Akita kan er de tijd voor nemen), hoewel hij in het verleden juist nog wel eens teveel kanten opschoot in de gegeven tijd. Hier dus echter een boeiend resultaat met wat schots en scheef neergeplaatste overstuurde samples (geweldig ingezet), screeches en zo meer. Lekker overstuurd en gruizig geheel. Samengevat een alleraardigst schijfje dat echter geen hoogvlieger genoemd mag worden.

Disc 42: Sons of Slash Noise Metal (1993) (4)
1. In-A-Gadda-Da-Veddah
Typerend voor halverwege de jaren negentig (de periode 1993-1996 ongeveer), was Akita's fascinatie voor metal en (in mindere mate) hardrock die zich op verschillende niveaus manifesteerde. Zo begon hij de thematiek van (voornamelijk death) metal en grindcore te verwerken binnen zijn noise (wat een plaat als Venereology opleverde, welke staat als een noise-interpretatie van, bijvoorbeeld, Carcass' Reek of Putrefaction) en incorporeerde hij in zijn titels directe en indirecte referenties naar platen (Iron Butterfly alhier) en het genre zelf (Slash [...] Metal). Daarbij werd Akita's noise natuurlijk alsmaar extremer (wederom Venereology) en bracht hij zelfs een plaat of wat uit op metal-label Relapse (alweer Veneorology, maar ook Pulse Demon bijvoorbeeld). Verwacht echter geen overstuurde metal of iets dergelijks, want dit is nog altijd pure harsh noise. De track opent met een overstuurde drumroll om zich vervolgens middels gruizige noise, piepende feedback en wat (schijnbaar) amateuristisch gescheur over een gitaar door zijn speeltijd heen te werken. Dynamisch geheel op zich wel, met afwisselend gebruik van loop en chaotischer stukken en alleszins aardig als document van Akita's toenemende interesse in het metalgebeuren.

2. Cross Toad
Meer golven piepende feedback en luid geruis. Trekt in die zin dus onverstoorbaar de lijn van de voorganger door. In de titel ditmaal geen metal-referentie maar eentje naar een type pad dat zich in Zuid-Oost Azië ophoudt (evengoed een voorbode natuurlijk). Evenwel maakt dat voor de noise dus blijkbaar niet. Gestaag voortrommelend geheel dat wederom behoorlijk harsh aandoet en alleszins goed klinkt. Akita weet voldoende afwisseling binnen het geheel te houden door hier een flink assortiment aan geluiden te benutten zonder het allemaal al te vormeloos te laten klinken. Fijne berg harsh noise die zich lastig laat beschrijven maar alleszins goed klinkt.

3. Slash Embryo
Ontzettend chaotisch en energiek klinkende berg harsh noise. Heerlijk dit. Dendert zonder enig gevoel voor subtiliteit of nuance door maar is daarin juist des te overtuigender. Zo iets al als opgevat kan worden als Akita's interpretatie van metal is dit het wel, als een razend gevaarte aan solootjes per feedback en een ritmesectie aan hyperactief voortstuiterende loops. Loeivet, loeiharsh materiaal dat welhaast alle voorgaande platen tot brave pop reduceert. Is welhaast geen touw aan vast te knopen maar dat is natuurlijk ook alleszins de bedoeling. Gierende herrie die volledig de weg kwijt is, onvast en met hoge snelheid over de weg slingert en alles meesleurt wat op zijn pad komt. Nietsontziend materiaal dat zich wat mij betreft met gemak kan meten met een Veneorology of Pulse Demon.

Disc 43: Exotic Apple (1994) (2,5)
1. Sunohara Youri Is Suzanna Erica
Enigmatische titel voor een openingstrack van een plaat met een al even enigmatische titel die niet een-twee-drie aan een willekeurige noise-plaat doet denken. Dat is het natuurlijk wel. Evengoed wel een stuk minder harsh dan zijn voorganger. Kent wel de nodige noise bursts, maar is verder iets ruimtelijker opgezet. Binnen de compositie is hier en daar een grote rol voor krakende loops weggelegd en elders doet metalen gekletter en geschraap flink van zich spreken. Interessant stuk muziek dat binnen de stroom aan voortdreunende harsh noise van de laatste platen onvermijdelijk opvalt. Grijpt terug naar vroeger tijden op bepaalde fronten (vooral in zijn gevarieerde opzet, hoewel het misschien niet terecht is dit een teruggrijpen te noemen aangezien dat suggereert dat Akita niets nieuws meer kan of doet) maar doet in pure bruutheid niet direct onder voor bijvoorbeeld Sons of Slash Noise Metal. Goede opener.

2. Moon over the Bwana A
Wederom een grote rol voor voortratelende loops. Wederom ook niet bijzonder harsh maar alleszins niet verkeerd. Een beetje een Autopussy Go No Go sfeertje. Volgens het label vrij kort na de Dadarottenvator LP opgenomen. Die heb ik niet gehoord, maar de titel verraadt al enigszins een (zij het wellicht slechts conceptuele) terugkeer naar Dada-beïnvloed materiaal. Het verklaart direct waarom de suizende harsh noise hier veelal achterwege blijft en waarom Akita zijn compositie hier als zodanig opzet, met een constant doorrommelende loop welke herinnert aan ouder tapeloopwerk, met daaroverheen vrij willekeurig plakken noise en gepiep. Aardig resultaat wel hoewel een beetje richtingloos.

3. Apple Rock 1
Ook Apple Rock 1 is weinig harsh. Een bliepend loopje ligt aan de basis en stuitert ongehinderd door terwijl er langzaamaan wat ruis en gesuis de mix in wordt gewerkt. De noise zwelt aan, brokkelt af, transformeert, en zo verder, maar speelt nergens de hoofdrol. De onderliggende loop blijft te allen tijde scherp en duidelijk in de mix staan en evolueert na een tijdje in een wat feller kloppend stuk geknal. Iets verderop lijkt iemand daadwerkelijk het woord bliep te zeggen, wat gelooped wordt en dan weer tot een laag, kloppend geheel wordt vervormd. Elders doet wat licht vervormd gemorrel aan een gitaar zijn intrede en zo werken verschillende, weinig harshe geluiden zich naar de oppervlakte. Op zich is het resultaat wel apart en wederom doet het wat denken aan bijvoorbeeld Autopussy Go No Go, maar net als Autopussy Go No Go (deeltje 1) mist het iets. In zijn kaalheid niet boeiend genoeg (zoals veel ouder werk dat wel was), wat doet hopen op een goede uitbarsting aan harsh noise, maar die blijft spijtig genoeg ook achterwege.

4. Apple Rock 2
Meer materiaal als Apple Rock 1. Dwars over elkaar gestapelde loops die langzaamaan veranderen en vervormd worden. Doet wederom vrij ritmisch en daarom redelijk muzikaal aan. Het bijbehorende geluidspalet doet dit een beetje klinken als een willekeurige Skaters-release, inclusief brakke geluidskwaliteit. Daarmee dus ook iets interessanter dan de voorganger. Verzandt al gauw echter weer in iets te braaf geloop dat de redelijk muzikaal klinkende basis (inclusief brak gitaarwerk, erg tof) naar de achtergrond werkt zonder zelf al te veel indruk te maken. Na een minuut of wat iets chaotischer wegens een manischer klinkende loop en wat geflipter gitaarwerk. Tegen het einde probeert wat geflipt gesample de boel nog te redden, maar dan is het te laat. Weet echter geenszins de pure wanorde te benaderen die andere platen uit deze tijd wel weten te scheppen. Daarom niet helemaal geslaagd. Vooral in de eerste paar minuten erg vermakelijk, daarna wat minder.

5. Apple Rock 3
Meer geloop, ditmaal erg muzikaal: simpelweg een riedeltje uit een synth dat gelooped wordt en aanvankelijk natuurlijk nog erg gewoontjes klinkt, maar al gauw met een hakmes bewerkt wordt evenals aangevuld met willekeurige noisy gepiep. In die zin weer vergelijkbaar met de andere Apple Rock tracks, vooral de eerste, en net als die beide tracks niet echt bijzonder geweldig. De traditioneel muzikale fundering is een leuk element dat Akita goed en effectief inzet maar hij voert er te weinig mee uit om het allemaal erg interessant te maken. Tevens weer niet erg harsh, wat de track misschien nog had kunnen redden (een gruwelijk harshe tapeloop, ik begin reeds te kwijlen). Weer niet veel soeps dus.

6. Apple Rock 4
Een iets fijner klinkend resultaat. Wederom weer driftig geloop, maar hier een stuk gruiziger en geplaats temidden een basis aan voortrommelende noise. Echter ook weer een toegevoegde textuur aan loos gepiep dat gewoonweg niet weet te boeien. Schuurt af en toe redelijk dicht tegen harsh aan en is op die momenten wel aan te horen, maar als geheel toch echt te zwak. Niet erg enerverende afsluiter dus van een ronduit middelmatige (en bij vlagen zelfs zeer zwakke) plaat. Dat dit destijds niet uitgebracht is lijkt mij volkomen terecht.

Disc 44: Liquid City (1995) (4,5)
1. Liquid City 17-1-95
Terug naar stukken harsher materiaal (godzijdank). Deze opener schuurt en gruist onhoudbaar door tot in de eeuwigheid en doet wat dat betreft zijn titel en het concept eer aan. Volgens Extreme werd Akita bij het maken van deze plaat geïnspireerd (voor zover je daarvan kunt spreken) door de grote Hanshin aardbeving in januari 1995, welke delen van Japan als een kaartenhuis door elkaar schudde en waarbij vele duizenden het leven gaven. Naast erg grimmig en ruw klinkt deze plaat daarom ook als een uiting van pure woede en frustratie, gesymboliseerd in de knetterharde en oorverdovende screeches en uitspattingen aan feedback die te pas en te onpas aan de immer voortdreunende basis worden toegevoegd (evengoed vooral of zelfs enkel te pas, want Akita is hier geweldig op dreef). De muziek staat daarbij enerzijds als een reactie op de aardbeving als, anderzijds, een personificatie van die precieze aardbeving: overdonderend, geweldig en gewelddadig, met een seismische intensiteit waar je u tegen zegt. Actie en reactie zijn op die manier tezamen in deze berg brute noise gevat en nauwelijks te onderscheiden, en zo letterlijk en figuurlijk tot één gemaakt. In die zin is deze plaat op verschillende vlakken ontzettend boeiend. Conceptueel dik in orde en klinkt fenomenaal.

2. Dalitech Filters
Begint iets rustiger met wat gebliep maar al vlug doet meer chaos zijn intrede middels eerst wat haperend geknal en daarna weer ruwe, gruizige ruis en feedback. Iets minder voortdreunend dan zijn voortganger, welke op bijzonder hoog tempo over de luisteraar heen walst, maar niet minder boeiend. Iets ruimtelijker en transparanter maar daarbinnen wisselen verschillende geluiden en lagen noise zich zo dynamisch en onnavolgbaar af dat dit een andere interpretatie op hetzelfde theme als behandeld in de opener zou kunnen zijn. Bouwt langzaam uit tot een lading overdonderende en grimmige herrie die uiteindelijk niks onderdoet, noch in harshheid noch in chaos, voor zijn voorganger. Interessante en natuurlijk evoluerende compositie, voor zover er van compositie sprake kan zijn, maar ook binnen pure improvisatie kan zich een knappe structuur ontvouwen welke enkel de kunde van de meester onderschrijft. Dientengevolge weer een fascinerende lading harsh noise die gezegend is met een duidelijk eigen smoelwerk.

3. Tiabguls
Begint een stuk rustiger. Wat gekraak en ruis op de achtergrond terwijl een voorstotterende loop de voorgrond bedekt. Zwelt langzaam aan richting gruiziger en gruiziger zonder al te vlug uit te monden in de pure chaos die de twee voorgaande tracks waren. Heeft wel wat weg van het loopgerichte werk op de voorgaande releases (een continue loop die bestookt worden met allerhande bakken herrie), maar weet wegens zijn geluidpalet en ingenieuzere samenstelling een stuk boeiender te zijn. Hier en daar wat lekkere uitbarstingen aan gruis die het geheel afmaken. Toffe track weer.

4. Cheese Car Commando
De afsluiter rommelt op inmiddels bekende wijze door en brengt Liquid City tot een goed eind. Meer gruizige en goed chaotische herrie temidden van een sfeer die getekend is door evenveel frustratie als teneergeslagenheid. Uitermate coherente plaat die over de gehele linie van hoge kwaliteit is. Bijzonder de moeite waard.

Disc 45: Red Magnesia Pink (1995) (3,5)
1. Minus Zero
Begint vrij harsh om dan af te zwakken en traag voortstompend gerommel dat verder moeilijk te identificeren is te laten horen. Redelijk stuurs klinkend met veel dissonant gepiep wat echter, wat mij betreft, de bepalende factor van deze opener is, die verder een redelijk doorsnee harsh noise geluid laat horen maar zich in zijn lichte dissonantie, die een groot deel van de sfeer weet te bepalen (ook waar nauwelijks hoorbaar), weet te onderscheiden. Slingert verder redelijk onvast heen en weer, wat een klein minpuntje is, aangezien Akita er, anders dan er een goede puinhoop van maken, niet helemaal lijkt te weten wat er mee aan te moeten. Verder wel gewoon in orde. Niks mis met een potje herrie schoppen, immers.

2. Etic
Net als de opener een redelijk kort trackje (Akita grossiert doorgaans in de tracks van minstens een kwartier en liefst nog langer) en daarom an sich interessant. Immers, het laat zich raden wat de keuze erachter is. Wellicht had Akita na een minuut of 5 iets van, zo, het zit er weer op voor vandaag, of wellicht vond hij dat de track in wording zich beter leende voor kort dan lang. Maar wat dat laatste dan precies zou moeten inhouden laat zich verder raden; de lengte van een track kan bijvoorbeeld inherent zijn aan het aantal ideeën of (pragmatischer) geluiden dat de artiest erin kwijt wil of kan, of wellicht ligt de relatie compleet anders of is die complexer, of wellicht is er een geen relatie en is het puur kans (Akita die er de brui aan geeft, of iets dergelijks). Hoe het ook zij, deze track laat in zijn 5 minuten een hoop herrie horen en klinkt daarin alleszins fijn, maar is wegens zijn speelduur wat moeilijk te beoordelen, aangezien het geheel over is voor het op gang gekomen lijkt te zijn.

3. Delta X
Veel stuurs gepiep over een suizende basis welke redelijk richtingloos wat kanten opslingert en best aardig klinkt maar in zijn relatief korte speeltijd niet geheel overtuigend weet neer te zetten wat het wellicht hoopt over te brengen. Geen daverend originele track, geen track die iets ontzettend rijks toont op ideeëngebied, geen track die dermate goed klinkt dat zijn exclusie van deze schijf een misdaad tegen de mensheid zou zijn.

4. Tremolo Man
Passende titel natuurlijk, want hier lijkt Akita zijn lading noise veelal met zijn tremolo te bewerken. Het resultaat wappert daarom constant heen en weer en is zelfs zonder dat continue geschommel al vrij chaotisch, hoewel wegens een gebrek aan fijn gruis niet bijzonder harsh. Klinkt desalniettemin best aardig maar iets te experimenteel (dat wil zeggen, iets te weinig definitief) om veel indruk te maken.

5. Euclids Pickel
Wat Euclides in godesnaam met (verkeerd gespelde) augurken (of goed, het is er geloof ik maar eentje) van doen had is mij een raadsel (maar ik heb noch van Grieks noch van wiskunde veel kaas gegeten) en de relatie met de noise die Akita ons voorschotelt is mij ook alleszins een raadsel. Nu ga ik er niet voor pleiten dat het altijd maar ergens op moet slaan, zo'n titel, maar wanneer dergelijke absurdistische titels het geheel van een kader moeten gaan voorzien loop je toch een beetje het gevaar aan zelfparodie te gaan doen (al dan niet bedoeld), alsof je het allemaal maar niet zo serieus meer neemt en er weer een stroom van die herrie uitkakt met twee vingers in je gat en het verpakt onder een willekeurige twee woorden die je uit een encyclopedie trekt en de massa (relatief natuurlijk, het blijft noise) het toch wel koopt. Enige passende esthetiek, of het nu allemaal veel betekenis heeft (Liquid City) of stukken minder (Untitled Cock), is toch wel een lichte vereiste, wat mij betreft. Evengoed klinkt dit verder allemaal gewoon dik in orde en Akita zelf vond Euclids Pickel waarschijnlijk gewoon een geniale titel. Vrij harshe noise met een hoop gesuis en gezoem. Verre van onaardig dus, beter genietbaar dan de voorgangers.

6. Chameleon Body
Begint vrij kalm maar mondt al even vlug weer uit in piepende harsh noise die zonder enige hinder doorknalt en daarom erg goed genietbaar is. Evengoed wel degelijk een hoop variatie binnen de muur aan geluid, die op indrukwekkende wijze immer voortkronkelt en stuiptrekt. Compleet gestoorde en oncontroleerbare chaos. Vanwege zijn puurheid (ongenuanceerde zonder opsmuk) een voorlopig hoogtepuntje.

7. Little Bang!
Opent met een bijzonder sfeervolle loop die erg drone-achtig en vrij onheilspellend klinkt. De loop vervormt en verandert van drone-achtig naar piepend en dan naar laag gierend, maar behoudt zijn heerlijke sfeer en traag voortslepende tempo. Evolueert naar een goed stuurs piepend geheel dat te allen tijde lekker gruizig blijft klinken en wegens effectieve inzet van meer loops (als ondersteuning, niet als leidraad) in zijn geheel erg boeiend klinkt.

8. You-Bahn
Wederom subtiele geluiden met veel gebliep. Vliegt wederom wat richtingloos alle kanten op en slaagt er daardoor niet in de magie van veel vroeger materiaal, dat evengoed niet erg harsh was en soms eenzelfde elementaire opbouw kende, te benaderen. Fragmentarisch stukje waarin loops lukraak worden afgewisseld en waar wat willekeurige noises zonder veel gevoel worden toegevoegd. Weet bovendien niet echt een sfeertje neer te zetten. Beetje jammere afsluiter dus.

Disc 46: Marfan Syndrome (1995) (4,5)
1. Marfan Syndrome for Blue (Remix)
Sfeervol en subtiel gepiep en gekraak met desolaat klinkende feedback opent het geheel en wordt verderop belaagd door een sissende loop. Boeiend geluid dat een toffe sfeer weet neer te zetten, ongemakkelijk en kil op goede wijze. Elders krijgt boeiend loopwerk de overhand, hoewel de afwisseling tussen elementen en componenten nergens geforceerd of onnatuurlijk klinkt. Op knappe wijze evoluerend stuk ruis. Overigens een samenwerking met Reiko Azuma, dit, en daarom alleen al dubbel en dwars het opnemen binnen de Merzbox waard, aangezien zij zich middels solo-releases en samenwerkingen (onder meer het geniale Lilith's Ilium met Astro, oftewel Hiroshi Hasegawa van C.C.C.C.) de afgelopen jaren een begaafd noise-artieste heeft bewezen. Bijzonder puike opener.

2. Oldenbergs Soft Gun
Zet de lijn van de opener voort en dat is alleszins welkom. Meer van het licht understated gepiep en gekraak dat wel degelijk goed gruizig is en gestaag voortruist maar nergens overdreven harsh (zo dit mogelijk is) klinkt. Geen keihard harsh noise offensief dus als op enkele van de voorgaande platen maar één die het geluid van ze leent, om het vervolgens gruwelijk te misbruiken en tot zijn eigen hand te zetten. Uiterste controle en pure lijfelijkheid spatten hier vanaf; Akita en Azuma beheersen hun materiaal op ontzettend knappe wijze. Alles lijkt in de strijd te worden gegooid om de noise te bedwingen; om de herrie dan toe te staan te ontladen en om de chaos dan weer onder controle te krijgen, wat een geweldige, dynamisch, afwisselend en volstrekt natuurlijk geluid tot resultaat heeft. Hier en daar ademt de mix en komt die bijna tot stilstand, waar af en toe samples worden geïntroduceerd (ergens klinkt wat nachtclub-jazz) die op indrukwekkende wijze volledig in dienst van de compositie wordt gesteld; niet als muzikaal element binnen de herrie maar als puur geluid, wat evengoed voor alle andere elementen die Akita en Azuma gebruiken (Azuma's stem, bijvoorbeeld). Indrukwekkend.

3. Spider Nest Castle Pt. 1
Meer materiaal van Akita en Azuma samen dat blijk geeft van een consistente werkwijze en een geweldige muzikale chemie. Wederom de keur aan geluiden die op briljante wijze tot een coherent (edoch chaotisch) geheel worden gesmolten, met wederom Azuma's stem die alle kanten op wordt getrokken, evenals rommelend geloop en heerlijk klinkend gruis. In zijn geluidspalet simpelweg fantastisch en bovendien in zijn geheel ontzettend energiek. Bovendien, hoewel wel degelijk chaotisch, nergens een ongeleid projectiel waarop de artiesten moeilijk vat kunnen krijgen en dat ze maar een beetje alle kanten op laten slingeren. Wederom die controle, die pure kunde, de pure kracht om de geluiden op te bouwen en te vervolmaken om ze vervolgens genadeloos in te dammen, af te kappen, te vernietigen. Prachtig stuk noise alweer.

4. Un Br Che
Opent met vrij traditioneel noisewerk dat op al even traditionele wijze belegd wordt met willekeurige noises en bliepjes. Klinkt alleszins in order hoewel het de magie van het andere materiaal op deze schijf aanvankelijk lijkt te ontberen. Wanneer het recht-toe-recht-aan loopwerk naar de achtergrond verdwijnt en dynamischer werk zijn intrede doet (meer vervormde stem, feedback en lagen geweldig gruis) wordt dit weer meer de moeite waard. Het vormt dan eens te meer een boeiend en samenhangend amalgaam van diverse componenten, hoewel het als geheel in de eerste helft iets minder weet te overtuigen dan de drie voorgaande tracks. Er spreekt iets minder kracht uit, iets minder controle, hoewel het onheilspellende sfeertje dat wordt bereikt middels Azuma's stem wel degelijk een hoop goed maakt. Komt bovendien zo halverwege wel goed op gang en is vanaf daar op alle fronten weer grote klasse. Meesterlijk gerommel en gemanipuleer van de bovenste plank. Die geweldige tweede helft doet de wat zwakkere aanloop bovendien gauw en gemakkelijk vergeten. Briljante inzet en manipulatie van meer stemsamples in de laatste minuten maken dit zelfs tot een klein hoogtepunt.

5. Yosef Voice
De laatste track, een vrij korte overigens, klinkt lekker harsh en lijkt Azuma's stem als hoofdingrediënt te hebben, welke hier dus op intrigerende wijze tot hortende en stotende noise wordt verwerkt. Dreunt goed voort, klinkt fantastisch en sluit het geheel bovendien op energieke wijze af. Geweldige schijf!

Disc 47: Rhinogradentia (1996) (3,5)
1. Rhinogradentia
Akita neemt een EMS synthesizer en een audio generator en produceert dit stukje herrie. Aan de basis liggen twee loops, eentje met een ziek sine-wave-geluidje en eentje die flink voortstampt. Daaroverheen plakt hij een keur aan noises die vrij chaotisch en agressief doorstampen terwijl de basisloops haast onophoudelijk tot de oppervlakte komen. Aangezien die loops niet echt verheffend zijn ligt het gevaar van saaiheid soms op de loer. Na een minuut of 8 filtert Akita die sine-wave er echter uit en blijft enkel de driftig voortstampende loop over die verder wordt belegd met zoemende noises en allerhande gepiep. Die wordt nog flink vervormd en op die manier worden de laatste minuten ingericht. Aardig stukje noise maar verre van geniaal.

2. Silver Scintillator
Ligt qua geluid overduidelijk in het verlengde van de voorganger (meer overstuurde synthgeluiden en zo verder), hoewel hier geen opzichtige loops worden gebruikt, het geheel daarom iets chaotischer is en daarom ook een stuk beter te genieten. Kent niet het gruizige karakter van veel van de voorgaande platen hoewel het nog allemaal wel goed analoog klinkt, iets wat toch inherent is aan het karakter van het instrumentarium dat Akita hier inzet. Veel gesuis en gezoem dat erg synth klinkt evenals wat gierende sine-waves, hoewel Akita natuurlijk alles wel zodanig naar zijn hand weet te zetten dat het allemaal goed noisy klinkt. Tegen het einde werkt wat obstinaat geloop (evenals vet klinkend driftig geknal) zich de mix in, maar aangezien het daar dan meer als ondersteuning van de strijdkrachten lijkt te dienen (in plaats van als de hoofdmoot zoals in de opener) weet dit een stuk meer te overtuigen.

3. Narco
Meer synthgeluiden die het karakter van deze schijf voorlopig toch flink blijken te bepalen. Daarom op zich juist wel interessant; zo verandering van spijs doet eten is verandering van geluid in ieder geval reden genoeg om op te vallen binnen deze massale verzamelaar. Iets subtieler geheel dat flink voort-dronet op de achtergrond en daar een redelijk grimmig sfeertje weet neer te zetten, terwijl er wat stuurser klinkend gezoem en gelooped willekeurig gebliep en gepiep overheen gegooid wordt. Akita neemt er rustig de tijd voor het geheel op te bouwen en hij weet op die manier een geweldige spanning te creëren. Kent weinig tot geen harshheid, hoewel langzaamaan wel wat stuursere geluiden (vervormde sine-waves en wat feller klinkend gezoem) worden geïntroduceerd en het geheel dan hier en daar wel iets noisier klinkt. Evengoed verhoudt het zich tot voorgaande tracks meer als een ietwat gruizige drone dan als een noisetrack. Daarom een des te fascinerender afsluiter die bij vlagen wel wat heeft van Story of the Thabala van The Gerogerigegege's meesterwerk Senzuri Power Up (maar daar toch niet aan kan tippen).

Disc 48: Space Mix Travelling Band (1997) (3,5)
1. Travelling 1997
Space Mix Travelling Band laat vanaf de eerste minuut meteen weer een stuk gruiziger geluid horen, hoewel ook hier een loop weer een grote rol toebedeeld krijgt, die echter flink wordt belegd met allerhande feedback en ruis en vervormde stem. Naar verluidt bevat deze schijf onder meer rauwe materialen die werden gebruikt voor Brisbane-Tokyo Interlace, een samenwerking uit 1995 met (de inmiddels overleden) John Watermann, hoewel het onduidelijk blijft welke materialen dat zijn en waarom ze dan opgenomen zijn op een schijfje dat naar verluid uit 1997 stamt. Hoe het ook zij, het maakt niet bijzonder veel uit, want het geheel klinkt in ieder geval geweldig. Lekker bruut, chaotisch en harsh en wegens het gebruik van manische bliepjes en, hier en daar, de vervormde stem weet dit zich duidelijk te onderscheiden en een goede, ongemakkelijke sfeer neer te zetten. Soms neemt Akita wat gas terug, bijvoorbeeld zo rond de 10 minuten, waar een lage, gruizige loop dan even haast solo voortstampt, maar al gauw wordt allerhande herrie weer bijgevoegd en dreunt het geheel weer vrolijk verder. Naar het einde toe doen wat interessante drones nog hun intrede onder de lagen ruis. Boeiende track.

2. Floating Manhatten
Meer geflipt geloop dat weldra onderbreken door voortzoemend gruis en overstuurd gebliep dat haast als een stuiterende bas klinkt. Ruis zwelt langzaam en allerhande oversturing wordt schots en scheef opgestapeld wat resulteert in een zwaar, chaotisch en vrij harsh geluid. Een voortstampende loop stampt een tijdje vrolijk mee. Dreunt net als de voorganger dus weer flink door op een aanzienlijk tempo en doet in die hoedanigheid hier en daar aan als de één of andere geflipte punksong, zij het natuurlijk in noisevorm gegoten. Elders flink spacy met vaag gesample en andere psychedelische geluidjes, maar sowieso over de gehele linie aardig harsh. Echter net iets te losjes bij elkaar gegooid om echt te overtuigen.

3. Hongkong Suite
De één of andere orkestrale suite wordt ergens in de verte afgespeeld en licht vervormd terwijl een dreunende loop aanzwelt en de sample al gauw overstemt. Pakt vanaf daar de draad weer op en presenteert dus meer gruizige noise, hoewel ditmaal iets minder harsh en met een grotere rol voor de spacy, psychedelische geluidjes die in de laatste minuten van de voorgaande track ook even de hoofdmoot mochten vormen. Hier en daar dringen meer orkestrale geluidjes zich op, welke Akita effectief gebruikt en goed inzet door ze flink te vervormen en op knappe wijze te integreren met zijn eigen herrie. Best een aardig geheel hoewel wederom wat vormloos (hoewel dat natuurlijk inherent kan zijn of is aan het feit dat dit wellicht raw material is en dus nog gespeend is van nadere bewerking). Is in zijn geluidskeuze dus best boeiend maar in de fragmentarische opzet niet overtuigend.

Disc 49: Motorond (1997) (4)
1. Motorond Pt. 2
Hoewel de meeste mensen bij Merzbow direct en alleen aan Masami Akita zullen denken is het project niet altijd een eenmansfractie geweest en heeft het zowaar zelfs verschillende leden gekend. Kiyoshi Mizutani is daar de bekendste en waarschijnlijk voornaamste van, maar ook Reiko Azuma (met wie samenwerking op Marfan Syndrome werd gedocumenteerd) en Tetsuo Sakaibara, beter bekend als Bara (die op deze schijf meedoet), hebben ooit deel uitgemaakt van de formatie Merzbow. Die laatste kwamen we tot dusver nog niet tegen binnen de Merzbox, maar dat is bij deze dus verholpen. Hoewel Bara slechts op een paar Merzbowplaten met naam genoemd wordt zijn dat niet direct de minste (Veneorology, Flare Gun, Electric Salad) en tevens maakte hij deel uit van de supergroep Bustmonster, met daarin ook Fumio Kosakai van C.C.C.C., Masahiko Ohno (Solmania), Maso Yamazaki (Masonna), Showei Iwasaki (Monde Bruits) en Masami Akita zelf (de crème-de-la-crème van de Japanse noisescene dus), evenals Zev Asher (die tezamen met Yamazaki en Akita ook in Flying Testicle zijn ding deed). Hoe het ook zij, het mag duidelijk zijn dat Bara toch een (ook al is het wellicht relatief kleine) belangrijke bijdrage heeft geleverd aan Akita's oeuvre en het feit dat hij toch even zijn opwachting mag maken is dus alleen maar terecht. Motorond Pt. 2 opent deze schijf (verwarring alom) met een laag gerommel dat chaotisch heen en weer ruist als ware het een suizende ademhaling (klinkt fantastisch) en langzaam aanzwelt richting steeds harshere noise. Breidt langzaam uit en verandert traag maar merkbaar van karakter door manipulatie van de stroom noise en de toevoeging van intrigerende geluiden. Bara verzorgt hier wat Extreme Mongoolse Hummy chants noemt, waar wellicht een kern van waarheid zit, maar wat vooral klinkt als hortende en stotende brute keelklanken (edoch geen professionel throat singing, hou me ten goede), welke een interessant laage binnen de noise vormen en welke door Akita nog graag en actief mishandeld worden, vervormd, gelooped en zo verder. Het maakt de gierende harsh noise bovendien transparant tot op zekere hoogte, aangezien de elementen nog wel uiterst harsh klinken, evenals flink abstract, maar wel degelijke componenten bevatten die herkenbaar zijn als zijnde, bijvoorbeeld, stem (de eerdere typering van de laag noise als klinkend als ademhaling is dan ook duidelijk te verklaren). Verder een flink bruut werkje dat voornamelijk nietsontziend doordreunt met hier en daar ruimte voor wat gerommel op lager volume. Erg harsh, erg goed.

2. Motorond Pt. 1
Motorond Pt. 1 is meer chaotische harsh noise in het straatje van Pt. 2. Harsh, chaotisch gepiep dus en krakende feedback, evenals veel ruis en extreem geschuur. Een stuk abstracter wel dan deel 1 omdat de stem van Bara hier minder direct wordt ingezet (maar evengoed nog wel vervormd in de mix kan zitten) en het dus allemaal een stuk meer als ruis pur sang klinkt. Het klinkt er echter geenszins minder om. Ontzettend bruut en fenomenaal werk dat alles op zijn weg verpulvert en met hoog tempo door zijn haast half uur speeltijd knalt en daarin geen seconde te lang klinkt of zelfs maar als een half uur klinkt. Van alle schijfjes in de Merzbox die in hun geluid als pure harsh noise te bestempelen zijn vind ik dit er één van de betere. Eindeloos energiek en behoorlijk indrukwekkend.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 08:29 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 08:29 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.