Volgens sommigen het 27e album, zelf kom ik op album 21, opvolger van "Breakfast in New Orleans, dinner in Timboektoe." Dit is een meer dan waardige opvolger, misschien zelfs nog wel beter. Want op dit album gaat Bruce Cockburn tekstueel en politiek en spiritueel echt los.
Het is een hele route geweest sinds 1970 voor Bruce Cockburn; de veranderingen tekstueel en muzikaal zijn enorm geweest, en het wereldbeeld van de artiest - politiek, spiritueel en psychologisch - is bewust en uitgebreid geëvolueerd. Van zijn vele talenten zijn twee van zijn meest ontwikkelde een journalistieke oog voor detail (en onrecht) en het hebben van een oor voor alles wat gezegd wordt. Politiek gezien is dit de heftigste plaat van Cockburn sinds 'World of Wonders' of 'Stealing Fire' uit de jaren 80. Luisteren naar de hypnotiserende sfeer van "All Our Dark Tomorrows", met zijn spookachtige, Malinese/Ali Farka Toure-gitaarvibe, wijst rechtstreeks naar de wortel van al het menselijk kwaad: hebzucht. "Trickle Down", een over-the-top jazzdeuntje met Braziliaanse percussie en fijne solo's van Cockburn en pianist Andy Milne, onthult dat door laag na laag af te pellen, er mensen zijn die daadwerkelijk betaald worden om de hebzucht te laten toenemen. Maar voor Cockburn zijn gerechtvaardigde woede en verontwaardigde woede nooit het hele plaatje. Postcards from Cambodja is ergens een scharniernummer op deze plaat, omdat Cockburn, ondanks de nauwelijks verborgen woede die in hem zit, alleen een spirituele oplossing voor dit alles ziet, van de onrechtvaardigheden tot de woede en haat die hij in zijn eigen hart voelt voor de daders. Cockburn lijkt te zeggen niet om degenen te haten wiens acties lijden veroorzaken, maar om de haat in ons eigen hart uit te roeien om niet zo te worden. Actie moet voortkomen uit mededogen, niet alleen uit woede, anders wordt het niets meer dan een spiegelbeeld van de oorzaak van het lijden zelf.
Het is dus geen makkelijke kost, maar dat is het nooit bij Bruce Cockburn, die in tegenstelling tot andere artiesten van zijn leeftijd zich zelf iedere keer weer uitvindt en niet blijft hangen bij een 'gouden ouden' radio programma.
Indrukwekkend is verder het titelnummer van meer dan 9 minuten vol poëtisch taalgebruik, maar ook woede en onbegrip.
De muziek is misschien diverser dan ooit tevoren, daar vragen de teksten ook om. Opvallend is de bijdrage van violist Hugh Marsh die met zijn klanken een soms donkere en mystieke sfeer kan veroorzaken. Verder zijn er weer gastmuzikanten, Jackson Brown, Emmylou Harris, Sarah Harmer om een aantal te noemen. Een intensief, indringend album waarbij je heel dicht bij de worsteling van Bruce komt over het kwaad in deze wereld en hoe hiermee om te gaan. En misschien ook het kwaad in jezelf.
Bruce blijft voor mij op eenzame hoogte staan om ons deelgenoot te maken van zijn eigen strubbelingen in deze absolute niet ideale wereld. Uiteindelijk weet hij het toch nog op een positieve wijze om te buigen. Prachtig album.