Ooit is deze plaat door mij uit een één-gulden-bak getrokken in de hoop dat het hier dan eindelijk zou gaan om die totaal obscure plaat die onverwachts van wereldklasse zou blijken en mij daarmee in mijn vriendenkring de onaantastbare status zou verschaffen van een kenner die er een neusje voor heeft. Well... I was half right, met name voor wat het obscure betreft. (Eerste stem op MusicMeter! Eerste bericht op MusicMeter!)
De Figures zijn een band (bassist, drummer en pianist/organist) opgetrokken rondom zanger/gitarist/songschrijver Gary Myrick, en in 1980 hadden ze een klein radiohitje met She talks in stereo. Het album werd echter niet opgepikt door het publiek, en het is duidelijk waarom: Myrick lijkt geïnspireerd te zijn door puntige agressieve punkpop à la Joe Jackson, maar hij mist het vermogen om de bijbehorende klassenummers te schrijven, en zijn enigszins dunne stem heeft ook niet de juiste "snottiness" om zijn galspuwerij over "she wants to be a model" en "party girls" overtuigend te laten klinken. Met zijn gitaarspel is absoluut niets mis (hetgeen verklaart waarom hij hierna een lucratieve carrière als sessiegitarist voor onder anderen Jackson Browne, Bonnie Raitt, Brian Wilson en Stevie Wonder kon hebben), en zijn lekkere gitaarlicks vormen dan ook de belangrijkste troef op dit album, maar de voornamelijk middelmatige composities doen de plaat zoals gezegd min of meer de das om, en de degelijke band kan de muziek verder ook niet naar een hoger plan tillen.
Myrick laat duidelijk zien waar zijn inspiratie vandaan komt, met powerpop op Living disaster, some white boy reggae op You en (voor wat "street credibility") een cover van Ray Davies' Who'll be the next in line?, maar het afsluiten met een soort poor man's Bruce Springsteen-nummer als Deep in the heartland ("Where is that girl? / Somewhere lost in the city") geeft al aan dat hier de finesse ontbreekt. "She is a party girl / Living in a paperdoll world", dat zou Joe Jackson niet uit z'n pen krijgen.
Twee nummers springen erbovenuit : het al eerder genoemde She talks in stereo (met een simpele riff die na één keer horen al niet meer uit je muzikale brein weg te branden is) en het hypere She's so teenage dat helemaal nergens over gaat maar wel een heerlijke drive heeft. De rest is sympathiek maar gewoon te middelmatig, met een hoes die zo te zien opzettelijk pseudo-DIY is maar evengoed spuuglelijk. (In 2009 op CD uitgegeven door Wounded Bird, met als bonustracks negen live-versies van de albumtracks, zodat de studioplaat nu in feite in z'n geheel bijna twee keer voorbijkomt zonder dat de live-versies nieuw licht op het materiaal werpen.)