Begin jaren '80 verdiepte ik me in de historie van de (hard)rock en ontdekte zo musici als Hendrix, Mayall, Clapton, Beck en Page en groepen als Cream en Yardbirds.
Een dikke tien jaar later vielen al vóór de release van
Around the Next Dream fans over elkaar heen, herinner ik me. Die van Clapton riepen schande en anderen vonden deze onverwachte bijna-reprise van Cream minimaal aardig. Die discussie, met soms sneren vanuit het kamp dat wegloopt met de originele Cream en dat meestal vindt dat Gary Moore "geen echte bluesgitarist" is, zal blijven zolang mensen interesse hebben in / aversie hebben tegen
Around the Next Dream.
In de biografie 'Gary Moore: The official biography' (2022) van Harry Shapiro lees ik evenwel dat het níet zo is dat Jack Bruce en Ginger Baker Cream wilden oprakelen en daarvoor Gary Moore vroegen, een beeld dat ik (en menig ander?) had. Hoe dan wel?
Ten tijde van Creams debuut
Fresh Cream in december 1966 was Moore veertien jaar en acht maanden jong (hier de
Belfast Telegraph over de 13-jarige Moore). De scholier was druk met alweer zijn derde band, omvergeblazen door de elpee
Blues Breakers (juli 1966) van John Mayall.
Met bluesgroep Platform Three trad hij minimaal eens per week op. De piepjonge Moore ontmoette zo Rory Gallagher van Taste, een volgende bron van inspiratie. Toekomstig gitarist van Thin Lizzy Eric Bell, die net als Moore in Belfast woont, mag evenmin als invloed worden vergeten. Als Claptonfan wordt Cream uiteraard één van Moores favoriete groepen.
In 1979 ontstaat tijdens de opnamen van Cozy Powells
Over the Top Moores vriendschap met Bruce. Drie jaar later zingt de bassist
End of the World op Moores
Corridors of Power.
Januari 1993 staat Cream voor het eerst sinds 1968 op één podium voor hun toetreding tot de Rock 'n' Roll Hall of Fame. Dat bracht de nodige reuring maar Clapton verkoos zijn solocarrière.
Terwijl Moore in augustus 1993 bezig is met de voorbereidingen van een derde bluesplaat, belt Bruce hem met woorden als:
"Mijn gitarist Blues Saraceno is overgestapt naar Poison. Ik heb twee shows in Esslingen, Duitsland. Steve Topping vervangt hem de eerste show, kun jij de tweede?"
Dat optreden blijkt zo leuk, dat Moore hem vraagt om mee te schrijven aan nieuw materiaal voor zijn volgende plaat, waarvoor Bruce naar Moores thuisstudio in Shiplake komt.
In november '93 viert Bruce zijn vijftigste verjaardag met een tweetal concerten in Keulen. De tweede avond speelt Moore en het laat zich raden wie ook op podium verschijnt: drummer Ginger Baker. De veertienjarige knul van toen staat met twee van zijn helden op één podium en de drie spelen met veel chemie.
De gloed van de Creamreünie brandt nog na. Moores platenmaatschappij Virgin bemiddelt en als zijn management Bakers dubbele basdrums uit diens Creamdagen opduikelt uit een muziekwinkel, hapt ook dit
gevoelsmens (?) toe.
Net als ik begin jaren '80 met Cream had, had ik in '94 bij BBM het meeste met de melancholie, niet met de blues. Oftewel, genieten is het bij
Waiting in the Wings (alleen al het machtige intro!) met meteen de albumtitel in de tekst, het slepende
Where in the World met zijn verrassende akoestische gitaar en digitale toetsentapijtje, het vlotte
Glory Days met die mooie melodie en heerlijke slaggitaar in het refrein en de bluesballade
Wrong Side of Town als slotstuk met daarin opnieuw akoestische gitaar. De falsetzang van Bruce bleek nog altijd prachtig en Bakers ooit vernieuwende drumpatronen komen daar het meeste tot hun recht.
De bluesnummers maken minder indruk op me. Niet door Moores spel, dat is prima. Nee, ook al heb je legendes op bas/zang en drums, blues blijft blues, ingebed in zijn format. Wordt Clapton gemist? Niet door mij, ook hem hoor ik liever andere dingen doen.
Toetsenist Tommy Eyre werd door Moore meegenomen uit zijn groep; zijn bijdragen zorgen er mede voor dat BBM eigentijds klinkt.
De inmiddels 42-jarige gitarist laat horen dat hij mede door de ontmoetingen met B.B. King, Albert King, Albert Collins en andere zwarte veteranen is omgeschoold van luide snarenracer naar een ingetogener stilist, die op de juiste momenten stiltes laat vallen (diens solo op
Naked Flame, zucht, hoe mooi) en op andere juiste momenten knált, zoals in het stevige
Can't Fool the Blues.
De productie van Moores vaste technicus Ian Taylor is heerlijk: hij laat de nodige ruimte tussen de instrumenten in plaats van het geluid in jaren '90-stijl dicht te smeren.
Vergelijkingen tussen de originele Cream (1966 - 1968) met BBM (1994), alsmede die tussen slowhand Clapton en voormalig quickhand Moore zijn zowel onvermijdelijk als zinloos. Appels en peren. Niet alleen andere smaken blues, bovendien drie decennia verschil. Wat eerst nieuw was (blanke blues, de snelle ontwikkeling van de elektrische gitaar(effecten), was inmiddels gestolde historie.
Baker-Bruce-Moore is geen Cream en beoogde dat ook nooit. Moores respect voor het originele Cream druipt desondanks van dit album af.
Wie dat niks vindt, kan beter de gehele ceremonie en het bijbehorende optreden van de Hall of Fame uit 1993 bekijken (met
ZZ Top als sprekers!) of de
audio beluisteren met repetitie en soundcheck als bonussen, en proeven of dat beter is.