Dit album had ik nog niet, nadat deze in 2007 opnieuw op Revisited verscheen, dus was dit natuurlijk voor mij juist de reden om die versie aan te schaffen. Deze versie bevat naast een extra lange versie van "Sense" ook nog de bonustrack "Le Mans Au Premier". Het moge dan ook duidelijk zijn dat mijn review dit keer gebaseerd is op de Revisited-uitgave.
Live is een absoluut degelijk document uit de Schulze-discografie en bevat opnames opgenomen in Berlijn (1976), Parijs en Amsterdam (beide 1979).
Na een daverend gejuich en applaus knalt Schulze met "Bellistique" er direct in met een hele vette, agressieve en rappe sequencer. Deze sequencer houdt een aantal minuten aan, maar krijgt uiteindelijk versterking van een geweldige solo. En voordat ik er erg in heb, bevind ik me in de Berlin School-hemel! Schulze gaat volledig uit zijn dak en gaat op een gegeven moment echt helemaal los als de solo compleet op hol slaat. Daarna laat hij de muziek rustiger worden, blijft de sequencer meer op de achtergrond kabbelen en zorgen warme, gedragen synth-akkoorden die minutenlang aanhouden voor een sfeervol plaatje. Uiteindelijk blijven deze laatsten over en zorgen voor een zeer bijzonder, behoorlijk bombastisch coda die me bij vlagen aan de meer experimentele kant van Vangelis doet denken. De laatste minuten bestaan letterlijk uit een vuurwerk van overdonderende synth-akkoorden. In ieder geval een uiterst overtuigende opener waar terecht voor geklapt wordt!!
Toch is "Bellistique" 'slechts' het opwarmertje. Want wat Schulze ons met het epische "Sense" voorschotelt is redelijk ontzagwekkend te noemen. Vijftig minuten klokt "Sense" en tegenwoordig is dat normaal voor Schulze-begrippen. Vanwege de extreme tijdsduur is het dit keer dan ook helemaal geen straf dat Schulze de muziek langzaam de tijd geeft om op te bouwen. Een zweverig intro met zo nu en dan het rommelen van de donder is dan ook het enige wat ik op dat moment hoor. Vlak voor de vierde minuut springt er een licht op de achtergrond kabbelende sequencer te voorschijn die al rustig voortkabbelend zijn ding doet. En zo ontstaat er een mooie klankcollage waar het aangenaam op wegdrijven is.
Na een tijdje begint de hoofd-sequencer tot leven te komen en langzamerhand laat Harald Grosskopf ook zijn drums horen. De sequencer krijgt bijval van een andere en als reactie daarop gaat de hoofd-sequencer vervolgens opgefokter klinken. En zo groeit "Sense" rond de achttiende minuut, als er ook nog eens een flitsende solo zijn intrede doet, dan uiteindelijk uit dat allesomvattende proporties.
Rond de zesentwintigste minuut klinkt het alsof de sequencer begint te 'zwalken' en hervindt na een tijdje zijn evenwicht weer. De muziek is dan ook weer wat kalmer geworden, ondanks dat de nadruk toch nog steeds op de hoofd-sequencer ligt. Lang aanhoudende synth-akkoorden doen vervolgens hun intrede en ook de drums van Grosskopf herpakken zich weer. Een nieuwe, meer rustige solo kondigt zich aan en langzamerhand neemt "Sense" weer wat aan kracht toe totdat op den duur overal weer flink de nadruk op komt te liggen.
In de slotfase laat Schulze alles rustig wegebben en is het rustig bijkomen geblazen, terwijl de kenmerkende hoofd-sequencer (inmiddels gereduceerd tot een subtielere variant) rustig zijn kabbelende weg blijft vervolgen terwijl mooie, gedragen synth-akkoorden zorgen dat de muziek een gedragen en vreedzaam karakter met zich mee krijgt.
Wellicht is het de extreem lang aanhoudende hoofd-sequencer die het merendeel van "Sense" domineert, wat op een gegeven moment te veel van het goede dreigt te worden, waardoor de aandacht dreigt af te zwakken. Maar ondanks deze kritische noot mag "Sense" welbeschouwd puur en concreet als 'classic' Berlin School gezien worden. Wat dat betreft zeker essentiële kost wat zeker aan het eind letterlijk als figuurlijk een daverend applaus verdient.
“Heart” begint kenmerkend met een synth-pulse die zich continue herhaalt. Rustige synths zijn op de achtergrond te horen en zorgen voor een sferisch geheel. Het is in ieder geval rustig bijkomen na het epos wat “Sense” is en het nummer is dan ook een welkome afwisseling. Op een gegeven moment doet een aangename solo zijn intrede en zorgt voor een meer dan aangename bijkomstigheid.
De omslag vind plaats ronde de elfde minuut als een snerpende sequencer zijn intrede doet en het nummer robuust een andere sfeer met zich meekrijgt. Schulze trekt vrij snel alle registers open en onder begeleiding van een ferme beat tovert hij een hoop bombarie uit zijn synths. Op een gegeven moment als de nadruk meer op de sequencer en beat is komen te liggen zorgt een snerpende solo voor een hoop tumult en bombarie en met de broodnodige synth-effecten geeft het het nummer nog wat extra’s mee. In ieder geval klinkt het gebodene erg sterk en is dan ook een feest voor het oor.
Uiteindelijk gaat het tempo nog een beetje omhoog en krijgen de genoemde elementen nog even een flinke boost met zich mee als Schulze letterlijk gaat scheuren tijdens de solo, totdat hij de boel weer wat meer tot rust laat komen en het ritme enigszins veranderd. Gedragen synth-akkoorden in combinatie met een scala aan elektronische percussie-elementen zorgen voor een mooie overgang en uiteindelijk voor het slot van “Heart”.
Met een daverend applaus, gefluit en ander kabaal, wat direct redelijk lelijk en abrupt afgebroken wordt, begint het live in 1979 in Amsterdam opgenomen “Dymagic” met als speciale gast Arthur Brown, die zijn grillige vocalen van stal mag halen. Net zoals hij dat al deed op “Shadows of Ignorance” van het Dune-album. In tegenstelling tot dat nummer, is hij hier al vrij snel te horen.
Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik van “Dymagic” moet vinden. Het duurde erg lang voordat ik “Shadows…” eenmaal kon waarderen, echter viel uiteindelijk toch het kwartje. Maar “Dymagic” is toch andere koek en de vocalen zijn hierop niet mijn ding. Het klinkt allemaal behoorlijk gekunsteld en vergezocht en volgens mij lijkt dit meer op een soort geïmproviseerde jam dan dat hier daadwerkelijk over nagedacht is. Wat in wezen helemaal niet verkeerd hoeft te zijn, alleen pakt het i.m.o. hier ongelukkig uit. Daarbij klinkt Arthur wel alsof hij te diep in het glaasje (zeg maar gerust fles) heeft gekeken en in een melige bui kan het bij vlagen grappig zijn om naar te luisteren, echter is het na het niveau van de eerste drie tracks toch wel redelijk matig te noemen. Misschien met een joint of zo dat het beter werkt, echter rook en blow ik niet, dus helaas.
Op een gegeven moment houdt Arthur voor even z’n kop dicht en als reactie daarop gaat Schulze volledig over-de-top op zijn synths. Even later lijkt het wel als reactie dáárop dat Arthur ook weer even flink van leer moet trekken. Overigens is het totaal niet te verstaan wat hij te verkondigen heeft, alhoewel ik het idee heb dat het eerlijk gezegd nergens over gaat.
Zo heel af en toe als Schulze van zich af bijt, lijkt het nummer z’n momenten te kennen, maar zodra Arthur weer te horen is, is het meteen een stuk minder. Achteraf had Arthur misschien wel helemaal achterwege moeten blijven. Dan was het nog altijd een mindere van Schulze geweest, maar dan was het nog redelijk rendabel gebleven. Helaas is “Dymagic” toch absoluut de minst sterke track vertegenwoordigd hier en gezien het hoge niveau van de rest van de nummers, is dat toch jammer.
“Le Mans Au Premier”, de bonustrack, is het eerste deel van een live-registratie, opgenomen ergens in Frankrijk in 1979 en is een aardige en bescheiden toevoeging aan het album, maar niet meer dan dat. Het bestaat voornamelijk uit weifelende en dwalende synth-klanken die als intro meeslepend zouden kunnen klinken als voorbode op een groot en episch brok synthesizer-muziek. Alleen lijkt het in deze vorm niet echt te werken, waardoor er niets meer dan een grotendeels loos intro overblijft. Als uiteindelijk de muziek (die echt wel zo z'n momenten kent) zich ontvouwt, is het alweer snel voorbij. Wat in werkelijkheid hoogstwaarschijnlijk niet het geval zal zijn geweest. Daarnaast voegt het eerlijkheidshalve niets toe wat ik al niet eerder op het album gehoord heb.
Concreet is Live toch een geweldig album van Schulze die zich van zijn kenmerkende top van zijn kunnen laat zien. Helaas wordt het lichtelijk ontsierd door het dubieuze “Dymagic”. Daarnaast voegt de bonustrack in wezen niets van daadwerkelijke toegevoegde waarde toe.
Ondanks dat toch 4 punten voor Live, omdat de eerste 3 tracks van uitzonderlijke klasse zijn en die er voor zorgen dat ook dit pompeuze live-document essentiële kost is voor iedere zichzelf respecterende Schulze-fan en – liefhebber.