Ha, dan ben ik eindelijk aanbeland bij mijn kennismaking met Dr. Feelgood!
Milk and Alcohol leerde ik ergens in 1978 kennen via Hilversum 3. Een hit werd het in Nederland niet en tot mijn verdriet had ik hem niet met mijn radiocassettespeler kunnen opnemen. Wél werd het stevig opgeslagen in mijn brein, waar het nog altijd tot vrolijkheid leidt!
De vijfde studioplaat van Dr. Feelgood, dat in 1976 liveplaat
Stupidity uitbracht, dat in het Verenigd Koninkrijk #1 haalde. Niet slecht voor deze witte r&b-groep, die het genre net wat feller bracht dan voorheen gebeurde en één van de wegbereiders van punk en new wave zou blijken.
De muziekwereld was veranderd sinds de groep in 1971 begon. Nog ten tijde van debuut
Down by the Jetty (januari 1975) waren ze een bijzonderheid met hun energieke r&b in afgeronde nummers - niet te lang! Inmiddels was dit de norm geworden. In twee jaar tijd was de groep van een voorloper een achterloper geworden: punk en new wave waren immers veel meer trendy. Hoe reageerde de groep hierop?
Het antwoord is eenvoudig: net als altijd spelen, spelen, spelen. Veel optreden en minimaal ieder jaar een nieuwe elpee uitbrengen.
Private Practice is de tweede met gitarist John "Gypie" Mayo, die op voorganger
Be Seeing You een prima vervanger bleek van de fameuze Wilko Johnson, ondanks dat die zo belangrijk was geweest voor de totstandkoming van Dr. Feelgoods stijl.
Ook Mayo beschikt over de hakkende, krassende gitaarstijl die zo belangrijk is in deze felle muziek. Het zwakke punt zat hem echter in het eigen werk: wederom werd veel gecoverd, maar liefst vijfmaal. Die covers haalden het jaar ervoor de vaart eruit.
Dan is het songmateriaal hier op
Private Practice een stuk sterker. Vriend van de groep Muckey Jupp schreef voor hen opener
Down at the Doctors, wat als single in oktober 1978
#48 haalde.
Fel is eigen compositie
Every Kind of Vice, geschreven door Mayo met frontman Lee Brilleaux, waarna de eerste van (slechts) drie covers volgt: het rustiger
Things Get Better van soulzanger Eddie Floyd.
Mayo schreef voor deze plaat twee nummers met Nick Lowe. De eerste is
Milk and Alcohol. In het VK werd het hun enige toptienhit ooit,
#9 in februari '79. Een snelle shuffle die iets wegheeft van Britse glamrock van enkele jaren eerder, met Brilleaux' snijdende zang, felle gitaarlijnen en dat verslavende refrein... Pakkend!
Nighttime was oorspronkelijk (1965) van the Strangeloves, waarvan Richard Gottehrer hier bij Dr. Feelgood producer is; dit samen met Martin Rushent, ook een bekende naam. Het uptempo nummer swingt aangenaam.
Kant 2 start te mak met
Let's Have a Party, in 1957 bekend gemaakt door Elvis Presley. Dan liever
Take a Tip van Mayo en Brilleaux met zijn felle riff en heerlijke gitaarsolo, gevolgd door het door Mayo en Lowe geschreven
It Wasn't Me, waarin oude rock 'n' roll in de muziek wordt gecombineerd met de heerlijke stem van Brilleaux.
Het instrumentale
Greaseball van Mayo werkt goed als overgang naar slotlied
Sugar Shaker van Mayo, Brilleaux en bassist John Sparks, die met het energieke spel van drummer-met-grote-bakkebaarden John 'Big Figure' Martin strak aansluit bij Mayo's spel.
Al met al sterkere composities dan op de voorganger; een afwisselend album met enkele fraaie hoogtepunten, met
Milk and Alcohol nog steeds als grote favoriet. Van MuMe mag ik slechts twee nummers als favoriet aanwijzen, de keuze is te groot.
Nog een speciale vermelding voor de
humoristische hoes (voor- én achterzijde en binnenhoes) van deze plaat, die het in eigen land beter deed dan de voorganger:
#44 in oktober 1978. In 1989 verscheen
Milk and Alcohol nogmaals op single, om dan
#97 te halen.
Op reis door de albums achter mijn lijsten met new wave en co, kwam ik vanaf de tweede van
The Boomtown Rats, ik vervolg bij het debuut van de Nieuw-Zeelandse
Citizen Band.