Wederom een dubbelalbum dat toch vooral behoorlijk 'lang' aanvoelt, en dan focus ik me nu alleen nog op de vier tracks van de oorspronkelijke LP. Big Fun staat zo'n beetje aan het einde van Davis' vroege elektrische periode, wat mij betreft zijn grootste creatieve piek tot dan toe. Een auto-ongeluk in oktober 1972, een cocaïneverslaving en andere sores zouden zijn productiviteit in de jaren daarna doen afremmen, totdat hij in 1975 (tijdelijk) helemaal stopt met muziek maken. De platen die Colombia in die jaren nog uitbrengt onder zijn naam, zijn verzamelaars van studio-outtakes.
Dat is Big Fun eigenlijk ook al: de oorspronkelijke LP verzamelt vier stukken die Davis grotendeels opnam tussen de sessies voor Bitches Brew (najaar 1969) en Jack Johnson (begin 1971). Opener 'Great Expectations' is meteen de oudste (november 1969), en valt op door het gebruik van Indiase instrumenten. Dat geeft de muziek in ieder geval een wat andere kleur dan andere langgerekte stukken uit die tijd. Af en toe neigt het naar screensaver-muziek, maar slecht is het zeker niet.
Tijdens deze plaat moet ik wel soms denken aan een scene uit de serie Mad Men, waarin een paar hippies tegen Don Draper zoiets zeggen als: Laten we stoned worden en naar Miles luisteren. Davis beweert in zijn autobiografie dat hij vooral jonge zwarte mensen aan het dansen wilde krijgen in deze periode, maar dit lijkt me eerder muziek die vooral geschikt is voor stoners die graag op hun rug liggen en mompelen: waaauw man.
'Ife' (een latere track uit juni 1972) is interessant vanwege de Afrikaanse ritmes en de personele wisselingen (o.a. Sonny Fortune op sax en Al Foster op drums) maar beluisterd met een nuchter hoofd eigenlijk nog langdradiger dan de opener. Afsluiter 'Lonely Fire' is bij vlagen zelfs behoorlijk saai.
Voor mij toch wel de beste track is 'Go Ahead John', waarin een veel kleinere band (buiten Davis alleen Steve Grossman/ John McLaughlin/ Dave Holland/ Jack DeJohnette) veel strakker in de wedstrijd zitten dan de grote en meer pielerige bezettingen op de andere tracks, met heerlijk freaky gitaarwerk van McLaughlin (vandaar de titel). Misschien moet ik er ook weer eens een jonko bij roken, maar vooralsnog vind ik het toch een plaat die aangenaam is, maar die te weinig echt mijn aandacht vasthoudt.
Desondanks: Davis heeft een hoop slechtere platen gemaakt.