Na tig keren draaien, en de oudere werkjes nog eens te hebben opgesnord, kan ik voor wat betreft Peste Noire, slechts bij één conclusie uitkomen: dat het verdomd deugd doet om zo’n collectief aan te treffen in een deel van de muziekwereld dat zichzelf over het algemeen toch wel aardig serieus neemt. Famine, het genie achter dit project (zo mag ik het wel noemen, vermoed ik), zet namelijk al enkele platen de meest fantastische karikatuur van black metal neer die ik ken.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de muziek doet aardig middeleeuws aan. Die indruk is te danken aan de soms verrassende gitaarriffs die Famine afvuurt, de zanglijnen (vooral met Audrey Sylvain, ook bekend van Amesoeurs) en uiteraard het “accordeon” van Ardraos. Ook enkele andere instrumenten, zoals de lituus (trompet die al werd bespeeld in het oude Rome) en de carnyx (koperen blaasinstrument). En dan komt er af en toe nog eens een folky fluitje tussen, als intermezzo.
Want rustpunten zijn er genoeg, in de danteske draaikolk die Famine (volledig: La Sale Famine de Valfunde) creëert. De dynamiek tussen zijn cleane vocalen en de engelenzang van Audrey Sylvain werkt zeer goed; maar de wisselwerking tussen die engelenzang en het schijnbaar organen uitkotsende gegorgel van Famine evenzeer. Het is gedurfd, provocerend, bij vlagen geniaal. ‘Peste Noire’ is een bijzonder goed gesmeed geheel.
Het album opent met een eigenzinnig intro, dat meteen een onheilspellende sfeer neerzet. De tekst “Nous avons à l’heure actuelle un rachat à effectuer” blijft hangen bij mij. ‘Démonarque’ opent met ziedende black metal; de gitaar- en drumsalvo’s vliegen je om de oren. Even later lijkt het alsof iemand die jarenlang sigaretten heeft gerookt alle teer uit zijn lichaam staat te spuwen; althans, zo klinkt het gerasp en gekrijs van Famine. Maar al snel blijkt dat het geen standaard black metal is; er gebeurt heel wat, inclusief een rustiger tussenstuk. De song is geïnspireerd op een middeleeuwse tekst, geschreven door de troubadour Gaucerant de Sant-Leidier tijdens één van de vele kruistochten.
In ‘Niquez Vos Villes’ wordt de lituus volgens mij halfweg te berde gebracht. De sound van het instrument kan misschien nog het best worden beschreven als “een hoorn met een permanente snotvalling”. Dat komt misschien niet zo goed over, maar het werkt wel; de soms nogal abrupte overgangen van traag naar snel, van gruizig naar kraakhelder, van volmaakte stilte naar oorverdovende herrie komt vaak aan als een oplawaai van jewelste, en maakt dat het nooit saai wordt met deze band. Je blijft je vermaken, drie kwartier lang.
Sarcasme is een zeldzaam goed in black metal; de meeste bands die zich ophouden in het genre, pretenderen kunst te maken. Nu is muziek wel een kunstvorm, dus hebben zij een punt. Famine echter werpt er een geheel andere blik op, en lijkt zichzelf en zijn collega muzikanten constant als risee te gebruiken. Dat alles leidt tot een bizar soort van kwaliteit. Een knotsgekke combinatie van factoren, die het voor mij onmogelijk maken om hier niet door gefascineerd te zijn. Om hier niet van te walgen en te houden tegelijk. De estheet in mij trekt zijn wenkbrauwen op; het primitieve oerbeest gaat volledig los, echter. En dit is niet eens hun strafste.
4 sterren